Absolutely Free Festival :: Nu ook met gratis golden circle

Drie gebruikte batterijen en je bent binnen; als Absolutely Free Festival in Genk niet het sympathiekste containerpark (©jbg) van het land is, wat dan wel? Een geweldig gezellig en uitdagend festival; dat vooral. Ook editie 2019 bleek te blaken van levenslust en muzikale avontuurlijkheid.

Newmoon @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)
Newmoon @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)

Vier podia, op een kluitje bij elkaar. Zeg niet dat Absolutely Free Festival – zeg maar AFF – geen blijk geeft van ambitie. Het Limburgse festival biedt een waaier van acts aan, van het jeugdigste lokale bandje, tot internationale grootheden. Staat daartussen te blinken met een nieuwe, nog te verschijnen tweede plaat, achter de gordel: Newmoon, dat moedig de strijd met het harde daglicht aan gaat.

Want zo gaat het natuurlijk met shoegazers; die verdragen al die gloed niet, krimpen bij elkaar onder de spots, en zouden liefst van al verdwijnen in het decor. Gaat niet vandaag, maar dat weerhoudt de groep er niet van om een gedreven mix te brengen van wat was, en wat binnenkort moet komen. En dan belooft een nieuwe single als “Collide Into Me” alvast een grotere nadruk op melodie. Onwillekeurig moeten we zelfs aan het rustigste van mid-period Smashing Pumpkins denken, zeker wanneer Bert Cannaerts in zijn zang ook nog eens rakelings langs Billy Corgan schuift. “Vreemd dat er zelfs op een gratis festival een golden circle is, alleen jammer dat niemand er tickets voor heeft gekocht”, grijnst hij. Een flauw passief-agressief mopje; als hij wil dat we dichterbij komen, moet hij dat gewoon beleefd vragen. Tot dan wachten we geduldig af wat die nieuwe plaat brengt.

Pip Blom @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)
Pip Blom @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)

Ze hebben nauwelijks songs, maar God, wat spelen ze ze graag. Pip Blom staat er met de opwinding van een horde veertienjarigen die net voor het eerst samen een liedje hebben gespeeld op het vrij podium van hun school; de drumster geselt haar vellen met een gretigheid die ons doet afvragen of ze die hap uit die cymbaal op een overactief momentje zelf nam, de rest morst al even hard met energie. “Dit is ons eerste Belgisch festival ooit”, juicht frontvrouw Blom, en u mag dat vreemd vinden, want eerder deze zomer wist de Nederlandse het al tot op Glastonbury te schoppen.

Hoe ze dat gedaan heeft? Surfend op het zelfde enthousiasme waarmee ze op haar zestiende ook haar blog “The Road To Glastonbury” begon. Vooral dat. Want hoe charmant en schattig het allemaal ook is, muzikaal horen we het soort doorsnee nineties-indie waar iedereen mee wegraakte in de slipstream van Nirvana, maar dat op zichzelf weinig blijft hangen. “School” struikelt en stommelt nog lekker over zijn eigen voeten, met een band die zich er om onduidelijke reden in een halve lachstuip doorheen werkt, “Babies Are A Lie” is de beste titel die we sinds lang onder ogen kregen, maar heeft last van een Blom die vocaal tegen haar limieten aan scheurt. Zo aanstekelijk is het overigens nu ook allemaal weer niet. En toch staan we er met een brede grijns op te kijken. Pip Blom is een band om van te houden, maar moet nog wat schrijven aan songs die beklijven. Daar valt aan te werken, dus we wanhopen niet.

The Bony King Of Nowhere @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)
The Bony King Of Nowhere @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)

“Today I leave it all behind”: het is misschien niet toevallig dat Bram Vanparys het optreden van The Bony King Of Nowhere opent met oudje “The Garden”. Het is zomer, het verdriet raakt langzamerhand uitgezweet, en dus brengt de Gentenaar de songs van break-upplaat Silent Days met ietwat schijnbare afstandelijkheid. Wat overblijft nu het puin gaan liggen is? Moderne klassiekers die een klein jaar na release enkel zijn gegroeid. “Through The Night” is statiger dan ooit, in “Going Out” wellen de gitaren op alsof ze net een stage bij The War On Drugs gedaan hebben, en wanneer oudje “Got To Let You Know” passeert, ademt daar plots de geest van “A Change Is Gonna Come” doorheen. Wordt Vanparys ooit een soulzanger? Sluit het vooral niet op voorhand uit.

Natuurlijk is het opnieuw het onverwoestbare “Whenever We Meet Again” dat overweldigt. De onrustige percussie van Christophe Claeys (Balthazar) drijft het nummer, de pijn van de breuk onmogelijk samengebald, naar zijn onontkoombaar hoogtepunt. En dan is het alweer bijna gedaan. De zanglijn van “Still Around” grijpt voor de zoveelste keer naar de keel, “Every Road”/”Like Lovers Do” een episch tweeluik waarin de band helemaal zijn duivels mag ontbinden; Jasper Hautekiet die van bas naar toetsen switcht, Gertjan Van Hellemont die de omgekeerde beweging richting gitaar maakt en dan, in de stilte na de storm die laatste uithaal: “This silence in here is breaking us apart”. Geef het nog één zo’n plaat en The Bony King Of Nowhere staat hier als headliner.

Jochem Baelus heeft zijn gigantische muzikale installatie tot in de XPRMNT-tent gesleurd, maar slaagt er deze keer niet in om het publiek naar zijn vreemd knutselwerk aan naaimachines, tamboerijnen, boorkoppen en zo verder te binden. Daarvoor gaat de aandacht voor één keer te hard uit naar het machtige drummersduo voor zijn geluidsmuur. Alfredo Bravo (Flying Horseman) en Frederik Meuleyzer (Hamster Axis Of The One-click Panther, Stray Dogs) houden de krautrock van de batterij achteraan heet en pompend; de één mathematisch en onderkoeld, de ander vurig en onstuimig, beide perfect in sync, de blik op elkaar en het opperhoofd achteraan gevestigd. Want hij is het die het tellen doet, dirigeert wanneer een nieuwe beweging aankomt, of wanneer het tijd is voor een nieuw nummer. En ja, wanneer Baelus een ouderwetse luchtsirene bovenhaalt, en de band opnieuw losbarst in daverend gedreun, gaan de gedachten onwillekeurig richting Public Service Broadcasting. Slumberland was meer dan opwindend.

Neen, Lewsberg-frontman Arie van Vliet kan er niet aan doen dat hij klinkt als Lou Reed. Maar dat hij vervolgens songs maakt waar je bijna één op één voorbeelden van Velvet Underground of uit diens solocarrière kunt overleggen? Kijk, dat vinden we er dan weer over. In wat voor huis woont van Vliet? Eentje behangen met foto’s van zijn voorbeeld? Gaat hij elke avond slapen met een foto van zijn idool onder zijn hoofdkussen? We willen het niet weten.

Erger nog dan dat gebrek aan originaliteit: de ongelofelijk steriele manier waarop dit Rotterdamse trio zijn kraut/post-punk brengt. Alsof een stelletje wetenschappers in een laboratorium beide genres tot leven heeft proberen te wekken, op basis van een beschrijving uit een oud handboek. Het helpt ook niet dat van Vliet er uitziet als een ernstige professor chemie, en zijn teksten met dezelfde houterige ernst debiteert. Er spreekt geen noodzaak uit, geen moeten. Ja, Lou Reed deed ook parlando, maar die kon vertéllen. Van Vliet zou je nog niet in slaap kunnen voorlezen. Dit is iemand die iemand nadoet die iemand nadoet. Wraakroepend.

Geef ons dan maar Blanck Mass, dat nog altijd klinkt als niemand anders. Benjamin John Power laat in de Green Tent zijn noise knallen en knarsen, doet de Green Tent op zijn grondvesten daveren, maar vergeet nooit dat het ook ergens naartoe moet gaan. Altijd opnieuw steekt plots een melodie op die structuur geeft aan de chaos, die het apocalyptische knoppengedraai een mooi randje geeft. Je hoort het ook in nieuwe single “House vs House” dat komende plaat Animated Violence Mild – uit over twee weken – aankondigt. Je weet niet écht wat Power echt wil vertellen, maar je voelt dat hij met al die herrie een plan heeft, dat er iets moet worden meegedeeld. Gaat het over de Brexit? Over zijn lief die nooit op tijd klaar is met het eten? Ons een biet, dit was een set heerlijk ziedende noise zoals er te weinig is op deze Godverlaten wereld.

Let's Eat Grandma @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)
Let’s Eat Grandma @ Absolutely Free Festival 2019 (© Timmy Haubrechts)

John Parish moest dringend ergens anders naar toe, en dus mag Let’s Eat Grandma haasje over doen met de oude rot. – mooie instrumentale set, maar ook lastig op een festival als dit –.  Met I’m All Ears maakte het Britse duo vorig jaar een opmerkelijk gedurfde en opwindende tweede plaat. En toch voelt het ook wat geflatteerd, want dat Jenny Hollingworth en Rosa Walton na flink dertien maanden nog altijd krek dezelfde show brengen, ontgoochelt wat. Of het zou moeten zijn dat dat Macarenadansje in “Falling Into Me” een nieuwe toevoeging was.

Verder valt het ook op hoe hard de groep zijn publiek er bij probeert te houden door eerst vier toegankelijke singles op een rij te knallen. Op die manier, met veel van de instrumentatie uit blikken doosjes, wordt het wel heel erg pop, met een “It’s Not Just Me” dat bijna Chvrches-achtig aandoet, of een “I Will Be Waiting” dat zo door Kylie zou kunnen worden gecoverd. Leuk hoor, allemaal heel erg ‘tof’, maar hoe kunnen we mensen dan in Godsnaam nog overtuigen dat Let’s Eat Grandma avontuurlijk en spannend is?

Net omdat ze na die vier eerste nummers grijnzend een afslag richting experiment en doe-maar-op nemen, natuurlijk. “Cool & Collected” is twaalf minuten etherische psychedelica, die slechts langzaam naar zijn kookpunt komt. Dat het publiek zich ondertussen in de sfeer van een cocktailreceptie lijkt te vinden toont aan: taai koekje, maar wie luistert, hoort dat het werkt wanneer de groep als vanzelf eindelijk bij de ontlading is aangekomen. De gitaar speelt een riedel, de sax mag weer even boven, en dan is het alweer gedaan; langzaam pingelt alles naar zijn eind. Het is tijd voor de finale.

Ook daar: geen verrassingen, maar het blijft charmeren hoe de groep de intro van “Donnie Darko” doodleuk vanuit ruglig brengt, om vervolgens als een duiveltje uit een doosje recht te springen. We zijn opnieuw vertrokken voor een klein kwartier, maar deze keer is de sfeer anders. De synths pulseren, en wanneer de drumster en de computer de beats laten knallen, danst de een even vliegensvlug het publiek in en uit, terwijl de ander verder gitaar speelt. De muziek kronkelt, schiet gretig alle richtingen uit, van dansbaar naar onnavolgbaar, om aan het einde opnieuw logisch naar het gaatje te zingen. Fascinerend.

Aan Pukkelpopprogrammator Eppo Janssen om de werkzaamheden vervolgens af te ronden. Een DJ-set die van nineties-hiphop naar Nirvana en terug schiet, doet wat het moet doen. Mochten we lui zijn, we zeiden dat het AFF was, net als het festival. U hebt ons dit niet zien doen, er rest ons enkel de conclusie: moeten we vaker bezoeken, dit festival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in