Sander Pleij :: Explicador

Manifesten zijn van alle tijden. De auteurs ervan denken, pretenderen of hopen niet alleen de pols van de maatschappij aan te voelen maar ook baanbrekende nieuwe ideeën te formuleren en zo de toekomst mee vorm te geven. Tot de meest tot de verbeelding sprekende manifesten van de voorbije eeuw behoren de verschillende futuristische manifesten (het eerste verscheen in 1909) die het idee van de wereld op zijn kop wenste te zetten. Hoofdpersonage S heeft in Explicador eenzelfde ambitie, met niet minder dan het plan hoe we naar het leven zelf kijken, te herschrijven.

Is het hoogmoedig of net gedurfd van debuterend auteur Sander Pleij om de lat zo hoog te leggen voor zijn hoofdpersonage en zichzelf in de manier waarop hij flarden van het manifest doorheen het boek aan bod laat komen en als een van de rode lijnen in zijn roman legt? Een niet onbelangrijk deel ervan wordt immers besteed aan de manier waarop S zelf er de laatste hand aan legt en hoe zijn omgeving er (reikhalzend) naar uit kijkt. Door continu in te spelen op het idee dat S artificiële intelligentie wenst te herdenken door het niet langer te voeden met algoritmes en statistieken maar allerlei vormen van kunst en filosofie, creëert hij bovendien een verwachtingspatroon dat nergens waar gemaakt wordt. Wanneer op het einde van het boek het manifest in zijn geheel gebracht wordt, leest het als niet meer dan een verzameling schreeuwerige platitudes en gemeenplaatsen die nergens choqueren of verbazen

Gelukkig weet Pleij de andere elementen uit zijn roman beter uit te werken. Zo is het levensverhaal van S op zich wel interessant. Niet alleen is hij opgegroeid met een charismatische en succesvolle vader die binnen het verhaal grote kans maakt de nieuwe premier van Nederland te worden, maar daarenboven heeft hij ook nog een halfzus waarvoor hij romantische gevoelens koestert en woont zijn biologische moeder in een Franse commune die zich in wazige hippie-idealen verliest en dat als excuus gebruikt voor onder meer een falend moederschap. S, wat zijn volledige naam is overigens, krijgt de meeste aandacht. Enerzijds door de vele terugblikken op zijn jeugd en hoe hij diende om te gaan met een afwezige moeder en een vader die continu in de kijker liep en anderzijds door zijn eigen succesverhaal als zaakvoerder van een hip consultancy-achtig bedrijf dat werkt aan een baanbrekend manifest, wat enigszins bemoeilijkt wordt doordat hij met rugklachten kampt als gevolg van een experimentele behandeling.

Zijn halfzuster Ster komt weliswaar ook verschillende malen als een eigen stem aan bod maar het wordt duidelijk dat haar verhaal minder uitgewerkt is en vooral dient ter aanvulling van dat van S en meer bekeken wordt vanuit haar verhouding tot hem veeleer dan als een individuele levensloop. Verhaaltechnisch valt er zeker iets voor te zeggen maar tezelfdertijd is het jammer dat ze zelf als individu niet meer uit de verf komt. De derde (vierde) verhaallijn staat dan weer volledig los van de rest van het boek en baseert zich op Paul Van Ostaijens Berlijnse avontuur en zijn hoop daar aansluiting te vinden bij de opkomende avant-gardebeweging. Het is in deze hoofdstukken dat Pleij zich als schrijver het meest matuur en interessant toont, waarbij meteen ook de bedenking komt dat hier een eigen roman of verhaal in verscholen zit, in het bijzonder daar de link met de rest van het verhaal weinig tastbaar wordt.

Welke richting Sandor Pleij met Explicador wenst uit te gaan, wordt mede hierdoor nooit helemaal duidelijk. De rol van S`vader neigt naar een kritiek op een bepaald type van politicus en maatschappelijk denker/criticus die vooral zichzelf graag hoort praten maar is ook te oppervlakkig om echt scherp te zijn. Het is een bedenking die nog meer geldt voor de grotendeels afwezige moeder en zelfs doorsijpelt in de verhouding tussen S en zijn zuster. Het zijn allemaal ideeën en gedachten die weliswaar aangeraakt worden en soms zelfs enige uitdieping krijgen maar nooit echt ergens heen gaan. Doorheen de hele roman raakt Pleij thema`s aan die hij nergens echt voldoende uitwerkt of doordenkt. Zijn personages roepen enige sympathie op terwijl ze evenzeer hun gebreken hebben, maar ook hier blijft een niet te ontkennen vakmanschap primeren op een literaire meerwaarde.

Of Pleij een ideeënroman voor ogen had, wordt nooit helemaal tastbaar. Zijn reflectie op artificiële intelligentie gevoed door kunstenaars, filosofen, schrijvers, … is zeker interessant maar de uitwerking ervan blijft ver achter op het idee. Net zo slagen zijn personages er niet in een vorm van stereotypering echt te overstijgen waardoor het moeilijk wordt voor hen echte sympathie of antipathie te voelen. S en zijn omgeving blijven veeleer oppervlakkige figuren die het verhaal mee voortstuwen en als een soort excuus dienen om het manifest van S/Pleij mee vorm te geven. De enige momenten dat Pleij zichzelf niet verliest in een idee dat hij naar voor wenst te brengen, is zoals aangehaald in de verhaallijn rond Paul Van Ostaijen.

Literatuurhistorici zullen ongetwijfeld met recht en rede ongerijmdheden of fouten in het verhaal vinden maar Pleij toont zich wel een begenadigd verteller die het personage van Ostaijen levend weet te maken en hem binnen een intrigerende omgeving laat interageren. Waar Pleij in de andere hoofdstukken nooit tot de essentie komt en zichzelf in schema’s verliest, weet hij hier het loutere vakmanschap te overstijgen en zichzelf als begenadigd verteller te ontpoppen. Het maakt als geheel van Explicador een vreemde maar geen onverdienstelijk debuut dat zowel de sterktes als zwaktes van Pleij blootlegt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in