Norbert Sachser :: De mens in het dier

Wetenschappers, en met name biologen, zijn er steeds meer van overtuigd dat de grens tussen mens en dier veel vager is dan we denken of dromen. Kon Descartes nog moeiteloos dieren als automata omschrijven die geen echte gevoelens als pijn beleefden, dan worstelden tijdgenoten van Darwin nog vergeefs met het idee dat de mens in feite een dier onder de dieren was, zelfs al was het er eentje die ver boven de anderen stond. De studie van mensapen en later ook andere dieren trok tot slot ook die laatste zekerheid in twijfel met dien verstande dat niet de mens naar beneden gehaald werd, maar het dier opgetild.

Ooit heette het nog de val van antropomorfisering, het toeschrijven van typsich menselijke eigenschappen aan onder meer dieren, maar intussen mag het duidelijk zijn dat er weinig projectie aan te pas komt en dat de scheidingslijn tussen mens en dier, ook als het aankomt op emoties minder duidelijk is dan we beseffen. Het is alvast de these die Norbert Sachser naar voren schuift in De mens in het dier waarbij hij aan de hand van verschillende voorbeelden, geregeld ook uit de eigen praktijk meer dan eens treffende parallellen trekt tussen de mens en andere zoogdieren. Sachser staat hier overigens niet alleen in, want dankzij de opkomst van de ethologie (gedragsbiologie), met dank aan pioniers Karl Von Frisch (de bijendans), Konrad Lorenz en Niko Tinbergen, is de aandacht voor het gedrag van dieren sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw steeds meer een volwaardig onderzoeksgebied geworden dat intrigerende waarnemingen oplevert.

Geen wonder dus dat Sachser in een inleidend hoofdstuk de drie nog even voor het voetlicht haalt alvorens hij de lezer bij monde van zes verschillende hoofdstukken kennis laat maken met verschillende facetten van het dierlijk gedrag. Daarbij gaat hij steevast op eenzelfde manier te werk waarbij een bepaald thema als stress en sociale verhoudingen, maar ook welzijn en emoties, intelligentie en persoonlijkheid als (uiteraard) de rol van genen behandeld wordt aan de hand van hoe bepaalde dieren hiermee omgaan en dit beleven alvorens na te gaan hoe dit zich vertaalt bij mens en dier en welke verschillen of gelijkenissen er zijn.

Naargelang het thema zal dit ongetwijfeld meer of minder controverse opwekken maar Sachser is er de man niet naar om zijn lezers tegen de schenen te schoppen of echt controversiële thema`s aan te snijden. In die optiek blijft zijn werk dan ook veeleer braaf en op de vlakte en mist het een diepgang die bijvoorbeeld de werken van Frans De Waal hebben. Maar waar die laatste als primatoloog in de eerste plaats zijn aandacht richt op (mens)apen, kijkt Sachser naar meerdere diersoorten waaronder ietwat verwonderlijk misschien, cavia`s. Uit het hoofdstuk over stress blijkt immers dat de dieren afhankelijk van de omgeving waarin ze opgroeien een heel ander type gedrag aanleren dat voor zware stress zorgt wanneer ze binnen een andere sociale dynamiek terecht komen.

Dat stressgevoelens basaal van aard zijn en dus over het dierenrijk heen aanwezig zijn, mag nog voor zich spreken maar wanneer het over emoties gaat, ligt het al wat moeilijker. Sachser is zich hiervan bewust en hoewel hij vooral inzet op dierenwelzijn en hoe dit onder meer via de hormonen getest kan worden, laat hij niet na om ook hier enkele parallellen te trekken met menselijk gedrag zo uiteenlopend als angst en blijdschap, woede en jaloezie. Van een heel andere orde is intelligentie, want hoe bepaal je intelligentie en hoe meet je het? Ook hier houdt Sachser zich veeleer op de vlakte door zich voornamelijk te focussen op conditionering en het gebruik van werktuigen, vormen van intelligentie die eenvoudiger te meten zijn en een vorm van gradatie kennen. Toch waagt hij het ook op te merken dat een aantal diersoorten, inclusief vogels over een mate van intelligentie en zelfs zelfbewustzijn beschikt.

Op basis van de behandelde thema`s mag het niet verbazen dat ook de vraag naar de persoonlijkheid van dieren aan bod zal komen. Wie huisdieren heeft of had, zal ongetwijfeld beamen dat deze dieren een eigen willetje hebben en zich geregeld als individuen gedragen. En inderdaad is dat iets wat Sacher ook bevestigt. Daarmee spelen opnieuw tal van factoren een rol waaronder uiteraard de genen maar ook hoe en waar het dier opgroeit. Niet geheel daarbij dat dit gedrag zich in verschillende omstandigheden op eenzelfde manier zal uiten, een bij voorbaat angstig dier zal dit onder alle omstandigheden zijn en blijven. Dat niet louter de genen daarin een rol spelen, komt doorheen het hele boek naar voren en krijgt daarenboven ruim de baan in twee aparte hoofdstukken over aangeleerd/aangeboren gedrag en egoïsme versus altruïsme waarbij Sachser de laatste stand van zaken en inzichten meegeeft aan de hand van bekendere (vleermuizen die elkaar voeden) en minder bekende (zijn geliefde cavia`s) voorbeelden uit het dierenrijk.

De mens in het dier. Waarom dieren zo op ons lijken in denken, doen en laten is een bestseller geworden in Duitsland en de reden daartoe ligt voor de hand. In kleine behapbare brokken serveert Sachser zijn lezers een aantal bevindingen en theorieën uit de (gedrags)biologie waarbij hij meermaals parallellen trekt tussen mens en dier en het geheel met wetenschappelijke feiten overgiet. Nergens wordt hij echt technisch maar tezelfdertijd geeft hij de lezer wel het gevoel dat deze iets nieuws bijleert. En dat is ook het geval voor wie weinig of geen kennis van biologie heeft en met Sachser een inleidend werk zoekt. Wie echter al eerder boeken van Richard Gawkins, Frans De waal of een ander populariserend bioloog ter hand heeft genomen, zal in dit werk weinig tot niets nieuws lezen want daarvoor blijf Sachser te veel aan de oppervlakte. De mens in het dier is een vlot geschreven inleiding die vooral `novieten` zal boeien maar voor anderen weinig meerwaarde oplevert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in