Midsommar

Nog toen het scenario voor zijn langspeeldebuut Hereditary rondging, werd regisseur Ari Aster benaderd door een Zweedse producent – Patrik Andersson, en diens kompaan Martin Karlqvist. Zij hadden het idee voor een in folktradities geworteld horrorverhaal over een stel Amerikaanse studenten die bij een afgezonderde commune in Zweden het midzomerfeest meevieren. Aster trok naar het Scandinavische land om er samen met Andersson aan research te doen en er zelf de midzomer door te brengen. Eens terug thuis – en met net een pijnlijke relatiebreuk achter de rug – besloot de regisseur een persoonlijke richting in te slaan met Anderssons en Karlqvists verhaal. Een “break-up movie” aangekleed als folkhorror: Midsommar zag het levenslicht.

Licht vormt meteen ook het meest in het oog springende kenmerk dat Midsommar onderscheidt van donkere genregenoten. Van hemelsblauw en grasgroen tot saffraangeel en helderwit, zelden baadde een horrorfilm in zo’n zomerse kleuren. Dat natuurlijk in fel contrast met de weerzinwekkende rites van de heidense Hårga-cultus, duistere praktijken die net het daglicht schuwen, alsook het trauma geleden door de centrale figuur onder het groepje buitenstaanders – Dani (met bewonderenswaardige overgave vertolkt door Florence Pugh). Dat trauma en de dreigende breuk met vriend Christian zorgen ervoor dat Dani finaal toestemt om Christin en zijn studiemakkers te vergezellen op reis naar het midzomerfeest in het Noord-Zweedse Hälsingland.

Even verraderlijk mooi als het kleurenpalet is het landschap in de film. Anderen gingen Aster al voor inzake het ontvouwen van horror en geweld tegen de achtergrond van de idyllische schoonheid en het vreedzame karakter van het platteland. Eind de jaren 60, begin de jaren 70 zochten Amerikaanse en Britse filmmakers zich te bevrijden uit het keurslijf van de gothic horror door te ontsnappen naar de Engelse countryside. Ver weg van de opzettelijk artificiële studiosets uit toonaangevende Hammer-producties draaiden zij vooral op locatie en wisten ze toch eenzelfde droomachtige kwaliteit te behouden. Bescheiden cultklassiekers zoals Witchfinder General (1968, remake in de steigers) en The Blood on Satan’s Claw (1971) verkenden ook figuurlijk nieuw gebied, somber en nihilistisch, maar het bekendste voorbeeld uit die periode blijft ongetwijfeld The Wicker Man (1973). Naast de vele overeenkomsten met het origineel knipoogt Midsommar ook even naar de misprezen remake uit 2006 via een eigen versie van Nicolas Cages berenpak. Gelukkig geen bij in zicht.

Recenter nog keerden een aantal Amerikaanse en Britse filmmakers terug naar wat als subgenre folkhorror wordt genoemd, met beter resultaat dan The Wicker Man-remake: Ben Wheatleys Kill List en A Field in England , Robert Eggers The Witch (ondertitel: A New England Folktale) en Gareth Evans Apostle. Voldoende aanleiding voor een heuse handleiding in boekvorm, We Don’t Go Back: A Watcher’s Guide to Folk Horror. Verplaatst naar hedendaags Zweden deelt Midsommar hun interesse voor bijgeloof, folklore, al dan niet bovennatuurlijke hekserij, (neo)paganisme, psychedelica en – restant van de late 60s – vrije liefde. Aster vermengt dat dan wel op het randje van een obsessie met Europese geschiedenis, mythologie en spiritualiteit, kruidt het met numerologie en taal, authentieke namen en runen, en roert alles tot een brouwsel dat stevig aan de ribben blijft plakken.

Buiten het subgenre van de folkhorror schemert in Midsommar – zoals in Hereditary -andermaal de invloed door van Stanley Kubrick en in het bijzonder van The Shining. Aster doet evenzeer beroep op beheerste beeldkaders, spiegelreflecties en vervreemdingseffecten en hanteert Kubricks stilistisch perfectionisme en opera-achtige aanpak, veeleer larger than life dan over the top. Zonder de experimentele saxofoonklanken van Colin Stetson deze keer, maar wel bijgestaan door de verontrustende elektronica van Bobby Krlic alias ‘The Haxan Cloak’ (what’s in a Swedish name: ‘häxan’ betekent immers heks). Een obsederend melodietje opent het verhaal als ware het een poppenkast. Doorheen de film zijn prachtig gedetailleerde en tegelijk onrustbarende muurschilderingen te lezen als tekens aan de wand. Ze spelen een sinister spel van voorafschaduwing en getuigen net zoals het gehele ‘production design’ van een kubrickiaans oog voor detail dat kruipt tot in het behangpapier van Dani’s ouderlijke slaapkamer. Eveneens een soort behangpapier, wordt het landschap voor Aster, een element zoals een ander om op doordachte wijze naar zijn hand te zetten.

De associatie met een poppenkast impliceert ook dat de mensen in Midsommar gereduceerd worden tot marionetten, sommigen in zekere zin zelfs letterlijk. Gevoelige kijkers zijn gewaarschuwd. Meer nog dan in Hereditary onderwerpt Aster zijn personages aan uiterst expliciete beproevingen met een bijna ondraaglijk geduld en schijnbaar sadistisch genoegen – overigens ook het verwijt dat schrijver Stephen King maakte aan Kubrick bij de verfilming van The Shining. Geduldig en goor, gewoonlijk wordt het eerste gezien als een deugd en het tweede als een zonde, terwijl het resultaat van beide eigenschappen samen nochtans niet als gratuit overkomt. Onder het sadisme stroomt namelijk een vorm van sadomasochisme. Vervang de koelcel uit Lars von Triers The House That Jack Built door een zonnetempel en je hebt op korte tijd opnieuw een cineast die vleesgeworden gruwel optrekt uit innerlijke demonen. Al moet Aster opletten na twee langspelers niet te comfortabel te zitten in de niche die hij voor zichzelf heeft uitgesneden.

In het marionettenspel van Midsommar is de narrenrol weggelegd voor de Amerikaanse studenten Mark, Josh en Christian (respectievelijk Will Poulter, William Jackson Harper en Jack Reynor). Zij belichamen het westerse individualisme geleid door blind eigenbelang en uit op persoonlijke genotsbeleving. De clowneske en onwetende Mark bezoedelt in meer dan één opzicht wat voor de Hårga heilig is. Josh zit daarentegen te veel met zijn neus in de boeken om de ernst van de zaak ten volle in te zien. Het meest uitgesproken egocentrische en opportunistische personage draagt ironisch genoeg de naam van ‘christen’. Christian ziet zijn kans schoon om het thesisonderwerp van zijn vriend Josh in te pikken – een ietwat overbodige subplot – en doet de wreedheden van de cultus af als “iets cultureels”. Grove taal weerspiegelt het karakter van de drie. Stereotypering, jawel, zowel aan de zijde van de buitenstaanders als de heidense cultus. Aster omarmt clichés met een verrassende hoeveelheid humor, van ongemakkelijk tot inktzwart en terloops zowaar een verwijzing naar vrije liefde-parodie Austin Powers.

Enerzijds problematisch van aard is de xenofobie die bewust of onbewust aan de basis ligt van horrorverhalen zoals Midsommar. Genrefilms worstelen wel vaker met een dubbele houding tegenover maatschappelijke kwesties. Production designer Henrik Svensson haalt in online interviews aan hoe diepgewortelde xenofobie gepaard met verregaand nationalisme de commune van de Hårga mee heeft vormgegeven. Zo kleuren het blauw en geel uit de Zweedse vlag in de film dood en geweld. Maar evengoed dreigt het cultuurrelativisme van de studenten antropologie hen uiteindelijk duur te staan te komen. Hoe je het ook draait of keert, eerder dan een reflectie óver angst voor het onbekende en extreme ideologie, doet het verhaal aan als een reflectie over het sluipend gif waar het juist zou willen voor waarschuwen. In diezelfde bodem kiemt stigmatisering van mensen met bipolaire stoornis (Dani’s zus) en misvorming (de ziener Ruben).

Anderzijds tekenen de uitvergrotingen tussen individualisme en collectivisme ook de kloof tussen het koppel Christian en Dani. Ontroostbaar op zoek naar harmonie voelt zij zich sterk aangetrokken door de verbondenheid van de commune. Verdriet wordt er niet alleen aanvaard, maar collectief beleefd samen met alle andere emoties (zestien volgens de Hårga). Groepsdruk maakt er plaats voor groepstherapie. In essentie verbeeldt het hele verhaal haar verliesverwerking en op zijn beurt die van de regisseur. Wanneer een liefdesbreuk aanvoelt als het einde van de wereld, lijkt Aster met Midsommar de boel te willen platbranden alvorens verder te gaan. Waar verstikkende rook is, is louterend vuur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in