The Flaming Lips :: King’s Mouth

Alsof er een UFO geland is, zo voelt het toch telkens weer als er een nieuwe plaat van The Flaming Lips in je schoot ligt. Dat is nu niet anders, al is de boodschap die ze deze keer meenemen uit outer space, toch wat minder geestverruimend dan in het verleden al het geval was.

Her en der wordt er beweerd dat deze King’s Mouth, de naam dat het beestje gekregen heeft, een terugkeer naar het oude geluid van de Lips zou zijn. Die “oud” slaat op de Grammy-periode van de band, toen ze het trio The Soft Bulletin, Yoshimi Battles The Pink Robots en At War With The Mystics uitbrachten. Hier valt iets voor te zeggen, maar al bij al is het ver overdreven te zeggen dat de The Flaming Lips heel erg achteromkijken op deze nieuwe. Wij denken niet dat de nek van Wayne Coyne daartoe in staat is. Wie een nieuwe “Race For The Prize” of “Yeah Yeah Yeah Song” zoekt op deze King’s Mouth, is er dus aan voor de moeite. En wij eten onze sokken op als de band voor King’s Mouth een Grammy zou winnen. De plaat ligt eerder in het verlengde van de meer ingetogen songs van voorganger Oczy Mlody, genre “Sunrise”, “The Castle” en “We A Family”. King’s Mouth was eerst zelfs niet bedoeld als reguliere plaat, maar als soundtrack bij een kunstinstallatie van Coyne. En dat hoor je helaas wel een beetje aan King’s Mouth, dat nergens aanvoelt als een écht volwaardig Lips-album.

Zoals u ongetwijfeld elders al kon lezen, wordt het bizarre verhaal van King’s Mouth (over een koning die zijn volk van de verdoemenis redt maar daarbij zelf het loodje legt, waarna zijn hoofd alsnog een veilige thuishaven wordt voor zijn onderdanen) aan elkaar gepraat door Mick Jones – ja, die van The Clash. Het geklets van Jones is een leuk extraatje, maar niet meer dan dat. Net zoals de centrale verhaallijn zelf eigenlijk. Ook daarin is King’s Mouth lang geen terugkeer naar de commerciële gloriejaren van de band. Het is vruchteloos zoeken naar instant meezingbare refreinen, voor zover die er al zijn, zoals in “Do You Realize” en aanverwanten (of het zou “It made me understand/ that life sometimes is sad” moeten zijn). Wat The Flaming Lips dan wel te bieden hebben op hun nieuwe? Een plaat met goede nummers, niet meer maar ook niet minder.

Opstapje “We Don’t Know How and We Don’t Know Why” leidt je de schone eerste helft van King’s Mouth binnen. Met “The Sparrow” en “Giant Baby” werden de meest toegankelijke nummers duidelijk naar voren gesmokkeld. Het zijn mooie nummers die een kampvuur van een soundtrack hadden kunnen voorzien, als de Lips geen hiphop-beat in het midden van “The Sparrow” hadden gedropt om het nummer – op een goede manier – uit balans te halen. “Giant Baby” laat de vertelstem van Jones zachtjes overgaan in de heliumzang van Coyne, die de problemen bezingt die het opvoeden van een gigantische baby met zich meebrengt. Het is in dit nummer dat het overlijden van de moeder van de zanger het meest expliciet aanwezig is, wat “Giant Baby” onverwacht delicaat maakt. “How Many Times” is heerlijk knetter met zijn tropische baslijn en ontraceerbare geluidjes, en herinnert soms aan het rustigere werk van Animal Collective en Panda Bear.

Daarna verliest King’s Mouth een beetje de pedalen en begint ze te zwalpen. Single “All For The Life Of The City” is degelijk, en vloeit mooi over in het meer up-tempo en meeslepende “Feedaloodum Beedle Dot”(wij hebben ook geen idee). De strakke baslijn contrasteert met de meer losse percussie, en Coyne en Jones spelen goed op elkaar in. “Electric Fire” echter mist een duidelijk doel waar de groep naartoe werkt, net zoals de instrumentals “Funeral Parade” en “Dipped In Steel”. “Mouth Of The King” balanceert op het randje van de relevantie en kan niet over de hele lijn boeien. Gelukkig is “How Can A Head” een glorieuze afsluiter die bombast, tederheid en absurdisme weet te verenigen zoals alleen The Flaming Lips dat kunnen. “ How can a head hold so many things?” Geen idee Wayne, maar we willen er gerust nog even over nadenken.

Op de songs valt veelal weinig af te dingen. Vele daarvan liggen bovendien lichter in het gehoor dan een groot deel van Oczy Mlody en eender wat van The Terror. Maar anthems – voor zij die deze nog zouden zoeken op een Lips-plaat – zijn hier niet te vinden, en instant klassiekers evenmin. De plaat is coherent, maar bevat ook weinig echte uitschieters. King’s Mouth valt een beetje in tussen een reguliere, minutieus opgebouwde Lips-plaat, en een tussendoortje voor de fans, in (zie ook: de bescheiden promo en de recyclage van artwork en bandfoto’s). Ze heeft bestaansrecht, maar misschien was het beter bij een Record Store Day-release gebleven. King’s Mouth is niet slecht, maar het is wel een van de meest onopvallende platen die The Flaming Lips al hebben uitgebracht. En laat ons dat nu net een adjectief zijn dat we niet met de groep associëren. Tegelijkertijd is het wel de meest “normale”, rechttoe-rechtaan plaat die de groep in eeuwen gemaakt heeft, en biedt ze misschien daardoor even wat ademruimte voor zowel de groep als de fans na een decennium dat onder meer een als huivertrip vermomd magnum opus bracht alsook een nummer van 24 uur. Ook hyperactieve freaks moeten af en toe op de pauzeknop duwen.

1 REACTIE

  1. Dat muziek geen exacte wetenschap is bewijst ook deze recensie. Het is dan ook onbegonnen werk om een album zo objectief mogelijk te recenseren. Al is dit ook niet helemaal correct, want over bepaalde albums heerst er wel unanimiteit. “The Soft Bulletin” is er zo eentje. Vriend en vijand zijn het erover eens dat dit album een meesterwerk is. Dit kan helaas van de meeste albums niet gezegd worden. Bij “Kings’s Mouth” is het niet anders. Ook hier heerst er verdeeldheid, dit blijkt uit de vele recensies die over dit album geschreven werden. Toch durf ik te beweren dat de recensent de bal soms mis slaat.
    Een leuke recensie, daar niet van, maar als men beweert dat single “All For The Life Of The City” niet meer dan degelijk is, dan heeft men volgens mijn bescheiden mening het nummer niet vaak genoeg beluisterd. Dit nummer is iets van het beste dat deze band in jaren heeft gemaakt. Dit nummer vergt meerdere luisterbeurten, maar op een bepaald moment kan je niet anders dan tot het besef komen dat dit een pop-klassieker is. “Mouth Of The King” zou op het randje van de relevantie balanceren en kan volgens de recensent niet over de hele lijn boeien. Ook hier dwaalt de recensent volgens mijn bescheiden mening. “Mouth Of The King” is een pracht van een melancholische song die niet had misstaan op “The Soft Bulletin”. Nogmaals, muziek is geen exacte wetenschap. Ik kan niet bewijzen dat ik gelijk heb, maar als je de melancholische popsongs uit de periode van “the Soft Bulletin en “Yoshimi Battles The Pink Robots” echt genegen bent, dan kan het haast niet anders dat je tot dezelfde conclusie komt. Voor het overige kan ik me grotendeels vinden in deze recensie. Conclusie: “Kings’s Mouth” haalt niet het niveau van de vermelde meesterwerken, daar is het album te wisselvallig voor. Met de songs “All For The Life Of The City” en “Mouth Of The King” slaagt de band er met momenten moeiteloos in hun beste niveau wel nog te halen. Singe “the Castle” van hun voorganger is ook zo’n song. Het blijft een interessante band! We moeten deze band koesteren, blij zijn met de geniale muziek die ze bij momenten nog op de wereld los laten. Dit moest ik toch even rechtzetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in