Jürgen Augusteyns :: Das Ewige Ende // Diptych EP

“I believe the only thing music should really be is sincere, and a reflection of what the creator refers to as beauty.” Woorden van fotograaf en muzikant Jürgen Augusteyns, die de gedachte in daden omzet op zijn eerste solo-EP, die vooral een geblokletterd “MEER, MEER, MEER!” doet oplichten in ons hoofd.

Augusteyns (°1972) hield zich hiervoor op in pop- en rockregionen, maar maakt met zijn solodebuut een even minzaam als ingrijpend statement. Traditionele song- en speelstructuren worden immers overboord gegooid. Hier draait het om persoonlijke expressie, en die laat zich niet aan banden leggen door regels van welvoeglijkheid of strofe/refrein-gedoe. Enkele referenties die expliciet bij naam genoemd worden zijn David Torn, Loren Connors en Fennesz, en daar kan je al wat mee. Een geluidsmagiër die het akoestische en elektronisch gemanipuleerde op wonderlijke manieren in laat werken. Een eenzaat die zijn eigen schaduwkabinet van spokenblues uitbaat. Een geluidsbeeldhouwer voor wie de gitaar een middel is om nieuwe vormen in het leven te roepen.

Het was alleszins voldoende om Augusteyns te inspireren tot twee tracks, samen amper tien minuten lang, maar voldoende om de de temperatuur op te nemen. “Auch In Arkadien, Pt. 1” heeft met z’n pulserend glinsterende gitaar- en synthlagen meteen iets van een filmische verwondering, een vertelling van ruis en ambienttinten die halfweg opgeschrikt wordt door een twangy uithaal. Intimistisch gefluister, rechtstreeks uit de huiskamer als droomfabriek.

Voor het tweede deel wordt gestunt op lichtjes aangepast terrein, met een sleutelrol voor rietblazer Joachim Badenhorst, die een ruime aanzet mag geven op basklarinet, en dat doet via oorden waar sommigen zelden geraken op het berucht weerbarstige instrument. Het is zachtjes huilen en gieren, met schrillle uitschieters en afdalingen in gehavend geronk. Vrij én beheerst, na goed twee minuten omcirkeld door gitaar, synth en, nog iets verderop, meehuilende theremin. Hier verdwijnt Augusteyns even naar de achtergrond, om in het slotluik gestaag in te zetten op een loodzware melancholie die Badenhorsts spel een door merg en been snijdende intensiteit geeft. Intens en indrukwekkend, snakkend naar nog.

Het is meteen ook het enige punt van kritiek dat hier gegeven moet worden: Das Ewige Ende // Diptych ontpopt zich tot een smeerlap van een teaser, die je laat proeven van een fraai geluid dat net lang genoeg aanhoudt om zich onder de huid te nestelen en vervolgens alweer weg is, te snel om de aangerichte schade op te meten. Vermenigvuldig ideeën en lengte maal drie (we zeggen maar zowat) en er valt een prachtalbum te rapen.

De release verscheen digitaal (via Off) en valt te beluisteren via de gangbare platformen.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in