Vitja Pauwels :: Day At Half Speed

Gitarist Vitja Pauwels schuimt deze zomer vooral de festivalpodia af met Bombataz en Hendrik Lasure warm bad, maar is ook actief met intiemer werk. Zo verscheen bij RAT Records (cd) en Off (digitaal) onlangs Day At Half Speed, een solodebuut en afstudeerproject in één.

Pauwels is van een generatie muzikanten die even vlotjes van masker en stijl wisselt als van zonnebril. Rotzooiend met vocoder-kitsch in de zone tussen Beraadgeslagen en Knalpot met Bombataz, en bij warm bad een van drie gitaristen (naast Marco Giongrandi en Benjamin Sauzereau) waarmee Lasure lichtjes wankele Arthur Russell-pop verenigt met de latere Talk Talk in een jazzjasje. Day At Half Speed kadert in een Erasmus-project waarvoor Pauwels naar het gerenommeerde conservatorium van Trondheim trok, waar hij onder begeleiding van gitaristen-docenten Stian Westerhus en Trond Engum onderzoek deed naar manieren om akoestische en elektronische muziek te combineren en op elkaar te laten inwerken.

Day At Half Speed werd in het voorjaar van 2017 opgenomen in de lokale concertzaal Dokkhuset en bevat vijf tracks die in een goed half uur een idee geven van Pauwels’ aanpak, ook al moet je zelf eigenlijk al een beetje een gitarist-techneut zijn om precies te weten wat er gaande is. Naast akoestische (bariton-)gitaar maakt Pauwels immers gebruik van een uitgebreid assortiment aan materiaal, waarvan een groot deel bovendien met de voeten bespeeld wordt. Gitaar, laptop, loops, pedalen en talloze andere effecten creëren zo een totaalgeluid dat akoestisch verenigt met elektronisch/digitaal, en natuurlijk met artificieel, al is het niet altijd zo eenvoudig om te horen waar het ene eindigt en het andere begint.

Opener “Glow” start met contemplatief getokkel en vingers die ongehaast over snaren schuiven. Snel wordt al gebruik gemaakt van loops die de ingetogen sfeer aanhouden. Idem voor ambient-achtige texturen die al snel de kop opsteken en de weidse folk subtiel in een nieuw kader schuiven: die van de idylle die plots een surreële dimensie krijgt, zonder dat het ongemak optreedt. De ingrepen zijn een stuk ingrijpender in het tweeluik “Overseas” en “”Paper Airplanes”. Het eerste wordt meteen ingeleid door een onderkoeld synth-geluid, dat in combinatie met traag getokkel vooral sereen blijft, ook al gaat het om een wat wringende verhouding, waarbij het akoestische stelselmatig sterker overwoekerd wordt door de technologische ingrepen. 

Het herinnert daarmee een beetje aan de manier waarop Yannis Kiriakidis het gitaarspel van zijn partner Andy Moor onder handen neemt. Melancholie, space travel en vervreemding die moeiteloos hand in hand gaan, tot de ontmanteling compleet is met digitale knetterpercussie, die dan weer verwant lijkt aan het geëxperimenteer van Teun Verbruggen. In “Paper Airplanes” wordt het kluwen van geluiden misschien nog het meest virtuoos in de lucht gehouden. Het balanceren van bronmateriaal en effecten gebeurt even kleurrijk als organisch. En als het daar even overhelt naar puur futurisme, dan wordt met “See Me” teruggekeerde naar pastoraler oorden die versierd worden met feedbackklanken die zo mogelijk aandoenlijk gaan klinken. De uitgedunde afsluiter “Blossom” volgt aanvankelijk een eenvoudige puls om gaandeweg open te bloeien. Eerst op het randje van het zeemzoete, maar dan weer met een mooi evenwicht, dat de nek omgewrongen wordt in een bombastische finale/deconstructie.

Pauwels brengt zo verschillende elementen bij elkaar: het ongeschonden, pure, weemoedige en (soms) lieflijke, en daarnaast de artificiële ingrepen, de technologie die zich regelmatig naar de voorgrond wurmt. Soms leveren ze commentaar op elkaar en gaan ze botsen. Net zo vaak voelen ze complementair aan, met de spanning tussen traditie en experiment die naarmate deze jonge eeuw vordert steeds vaker naar het oppervlak komt. Het is de moeite om even in onder te duiken.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in