Purple Mountains :: Purple Mountains

“You see, the life I live is sickening / I spent a decade playing chicken with oblivion / Day to day, I’m neck and neck with giving in / I’m the same old wreck I’ve always been”. Na 10 jaar afwezigheid keert David Berman terug op het voorplan. 

Na Lookout Mountain, Lookout Sea uit 2008 trok David Berman, na zes goede tot uitmuntende platen vol lo-fi americana, de stekker uit zijn band Silver Jews. Berman was de enige constante in Silver Jews, een band die hij begin jaren ‘90 oprichtte en waarvan Pavement-leden — en universiteitsvrienden — Stephen Malkmus en Bob Nastanovich occasioneel deel van uitmaakten. Nadat Berman zijn drugsverslaving overwon en echtgenote Cassie deel uitmaakte van de band, begon hij ergens rond 2004 ook live op te treden. Iets wat hij in het eerste decennium van de band nooit gedaan had. Maar na die laatste plaat besloot David Berman de band te ontbinden — naar eigen zeggen “vooraleer ze slechte muziek begonnen te maken” — en verdween hij van de muzikale radar. 

In die tien jaar gebeurde er nochtans heel wat. De relatie met zijn vader Richard Berman — een notoir lobbyist voor de voedingsindustrie die elke wetgeving met betrekking tot de bescherming van het milieu of rechten van de werknemers met alle middelen probeert de nek om te wringen — ging van kwaad naar erger. In een open brief noemde hij z’n vader een “verachtelijk mens” en “een schurk”. Zijn moeder overleed een paar jaar geleden en z’n huwelijk liep op de klippen. Maar uiteindelijk duurde het tot nu vooraleer hij nieuw werk schreef en — samen met de leden van New Yorkse indie folkband Woods — opnam, niet langer als Silver Jews maar onder de nieuwe naam Purple Mountains.

David Berman is nooit het type songschrijver geweest die autobiografische elementen schuwt, en dat is ook hier niet het geval. Zijn strijd met depressies (“All My Happiness Is Gone”), het vervreemden van zijn vrouw en de scheiding (“She’s Making Friends, I’m Turning Stranger”, “Darkness And Cold”), het heengaan van zijn moeder (“I Loved Being My Mother’s Son”), zijn mentale gezondheid (“Storyline Fever”), het zijn allemaal onderwerpen die Berman aankaart. Purple Mountains kan gezien worden als een autobiografisch relaas van Bermans lost decade. Soms doet de directheid van de teksten aan Mark Kozelek denken, zij het dan zonder diens soms tenenkrullende confidenties.

Toch slaagt Berman er in om het album niet als een moeilijk verteerbare downer te laten klinken. Af en toe zit er immers wat humor in de teksten (of wat te denken van een tekstregel als “I nearly lost my genitalia / To an anthill in Des Moines”), en ook de muzikale omkadering draagt daaraan bij. Muzikaal ligt Purple Mountains in het verlengde van Silver Jews, al is het hier minder lo-fi dan op pakweg Silver Jews meesterwerk American Water. Opgewekte country in “That’s The Way I Feel”, snedige folk in “Darkness And Cold”, nergens voelt Purple Mountains aan als een droefgeestige klaagzang. Op “Snow Falling in Manhattan” drapeert een subtiele trompet een warme gloed over het nummer, een pedal steel zorgt op het mede door Dan Auerbach geschreven “Maybe I’m The Only One For Me” voor een honky tonk gevoel.   

Purple Mountains is het resultaat van een jonge vijftiger die de balans opmaakt van zijn leven, van een decennium waarin het lot hem niet altijd spaarde. Een portret van een artiest als een man van middelbare leeftijd. Het is evengoed de terugkeer van een uitmuntend songschrijver die toont dat hij na een lange inactiviteit nog altijd weet hoe te ontroeren. Een comeback met een grote “C”.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in