Neil Young & Bob Dylan

12 juli 2019 Hyde Park

Bob Dylan en Neil Young samen in Hyde Park: zelden was er een zin die sneller tot tickets boeken aanzette. Nochtans is er reden tot terughoudendheid: Young tourt nog steeds met Promise of the Real, een band die, ondanks verwoede pogingen, Crazy Horse niet evenaart en Dylan slaagt er hoe langer hoe moeilijker in het Grumpy Bob-masker af te zetten.

Tel daar nog bij dat Hyde Park vooral mythisch in naam is, met dank aan het concert dat The Rolling Stones er een halve eeuw geleden gaven. Vandaag, zoals elke zomer de voorbije jaren, wordt een deel van het park omgevormd tot een festivalterrein als een ander, waar min of meer iconische namen geboekt worden. Concerten in Hyde Park zijn met andere woorden eigenlijk zo’n beetje TW Classic op verplaatsing, zij het gelukkig zonder hairmetalbands, maar helaas met duizend-en-een health and safety-voorschriften. Dit is immers het Verenigd Koninkrijk, waar een opgeheven vingertje nooit ver weg is.

Op het festivalterrein vertaalt zich dat in bar-assistenten die je vertellen in welke rij je moet gaan staan en boodschappen op de videoschermen die duidelijk maken dat nu hét ideale moment is om je picknickdekentje op te vouwen. Wie lak lijkt te hebben aan de voorschriften, is de eerste headliner van de avond, de in California residerende Canadese bard Neil Young, die vrolijk te laat op het podium verschijnt om daar een beknopte selectie uit zijn oeuvre voor het volgelopen park te brengen.

In aanloop naar het concert, jongleerde Young nog behoorlijk met zijn setlist, waarbij het publiek geregeld verraste door parels eenmalig op te vissen. Zo kreeg het publiek in Antwerpen “On the Beach” te horen, een feit zo opmerkelijk dat zelfs Rolling Stone er over berichtte. Het valt te betwijfelen dat het Amerikaanse blad veel over Hyde Park zal vermelden: qua songkeuze speelde Young op veilig.

Naast de voor de hand liggende hits (“Rocking in the Free World” en “Heart of Gold”, goed geraden!), brengt Young, die overigens doodleuk een Crazy Horse-hemd droeg, samen met Promise of the Real een weinig opzienbarend openingstrio. “Mansion of the Hill”, “Over and Over”, “Country Home”: nummers waar weinig op aan te merken valt, maar die helaas ook te veel dienst lijken te doen als opwarmeringsoefening voor de muzikanten.

Pas wanneer de frivole rif van “Everybody Knows This is Nowhere” wordt ingezet, gaat het knetteren. Eenzelfde effect hebben “Alabama” en “Words” niet veel later. Zo nu en dan krijgen we Young op zijn best, maar al te vaak lijkt het een onderonsje van vrienden. Waar die aanpak bij Crazy Horse doorgaans tot vuurwerk leidt, is het resultaat bij Promise of the Real eerder wisselvallig. Bovendien eindigt het concert op een valse noot: “Roll Another Number” wordt ingezet en lijkt voor en fijne afsluiter te zullen zorgen, maar wordt al na enkele regels afgebroken want “het klopt niet om dit niet in het donker te spelen”, aldus Young. In de plaats krijgen we “Piece of Crap”, dat echter zijn status van eendimensionale rocksong niet overstijgt.

Het concert mag dan niet overweldigend geweest zijn, Young rockte uiteraard wel, waarmee hij de lat voor Dylan hoogt legt. En zowaar: in aanvalshouding achter zijn piano, en met een strijdlustige band achter zich, wordt “Ballad of a Thin Man” ingezet, waarmee “Things Have Changed”, na bijna twintig jaar dienst gedaan te hebben als concertopener, afgevoerd wordt. Het blijkt het begin van een intrigerend concert.

Wie de moed heeft al enige tijd naar Dylan-concerten te gaan, weet dat de man er begin deze eeuw niet voor terugdeinsde zijn songs eigenhandig de vernieling in te hakken met louter zijn stem als wapen, daarbij rondkijkend alsof hij elk van de aanwezigen in rook wou laten opgaan. Hoewel een kentering al enige tijd ingezet is en echte ontgoochelingen al enige tijd uitbleven, zet Dylan nu een ferme stap vooruit als performer: hij laat zien dat hij het leuk vindt. Tijdens zijn anderhalf uur op het podium in Hyde Park heeft de man zichtbaar meer plezier dan de voorbije tien Belgische concerten samen.

En dat heeft zo zijn effect op de performance. De wisselwerking tussen Dylan en band leidt tot fraaie versies van “Highway 61 Revisited”, “Can’t Wait” en een doordringend “When I Paint my Masterpiece”. Het zorgt er eveneens voor dat Dylan, na het nummer meer dan tweeduizend (!) keer live gespeeld te hebben, “Like a Rolling Stone” toch fris kan laten aanvoelen. Het nummer krijgt een heel ander ritme mee, maar de intensiteit blijft overeind en de vonk slaat over naar het publiek.

Oud en relatief nieuw werk worden netjes gedoseerd, waarbij “Love Sick” bijna vanzelfsprekend een hoogtepunt vormt en “Gotta Serve Somebody” toont dat het heilig vuur nog steeds brandt bij de ondertussen 78-jarige zanger. Die laat zich van zijn meest kwetsbare kant zien met een emotioneel geladen versie van “Girl From the North Country”, ongetwijfeld het moment van de avond dat zal blijven hangen.

Wie hoopte dat Neil Young opnieuw uit de coulissen zou komen -en wie van de aanwezigen deed dat niet, maandenlang zelfs- was er aan voor de moeite. Jammer, maar misschien beter zo. Net zoals je twee lekkere gangen aan een feestdis ook niet door elkaar gaat gooien, is het anno 2019 misschien een beter idee dat beide iconen hun eigen concert geven. De vocale kloof tussen beiden is immers behoorlijk diep en dan is er uiteraard nog het risico dat Neil Young met je concert aan de haal gaat. Door met een swingend “It Takes a Lot to Laugh, It Takes a Train to Cry” af te sluiten, zorgde Dylan trouwens zélf voor een gepast orgelpunt. In afwachting van een nieuwe tourafspraak over twee jaar, Dylan?- hebben we er alvast een wonderlijke avond bij om op terug te blikken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in