E.M. Forster :: Overtocht naar India

De film van wijlen de in de ridderstand verheven David Lean kent iedereen. Goed voor ruim tien Oscarnominaties werd A Passage to India de bekroning van een indrukwekkend oeuvre, waarin onsterfelijke titels als Lawrence of Arabia en The Bridge on the River Kwai een schaduw werpen over een in zijn totaliteit gewoonweg fenomenaal palmares. Hoe sfeervol en accuraat ook verteld, toch haalt de film het nergens bij het boek. De manier waarop E.M. Forster sfeer schept en psychologie uittekent, laat zich immers niet cinematografisch vertalen. Is het woord dan toch fundamenteel rijker dan het beeld?

Het woord is bovenal abstracter, en laat dat nu net de kracht zijn die E.M. Forster in zijn roman uitbuit. Net als in de verfilming zijn de krachtsverhoudingen van meet af aan duidelijk: de naar India uitgeweken Britten voelen helemaal niets voor het inheemse volk dat ze bestieren, of het moet pure minachting zijn. Nieuwkomers mevrouw Moore en haar metgezel Adela Quested verbazen zich over de inertie van de sociale hiërarchie, en proberen “het echte India” te leren kennen. Bij de gratie van de ontwapenend oprechte dokter Aziz vangen ze daar een glimp van op, en dat niet zonder gevolgen.

Wat Lean niet durft, doet E.M. Forster met het grootste gemak: de essentiële momenten wegknippen. Wat er zich bijvoorbeeld exact in de grotten van Marabar afspeelt – daar waar Adela ineens haar zinnen verliest – komt de lezer nooit te weten. De suggestie van hysterie en existentiële leegte is evenwel krachtiger dan gelijk welke expliciete weergave, omdat deze stilistische keuze toelaat de feiten te herleiden tot hun emotionele grondslag. Hetzelfde geldt overigens voor de opstanden in Chandrapore, waarop wordt geanticipeerd en later wordt teruggeblikt. Dergelijke loopjes met de vertelde tijd geven het boek vaart, en nodigen uit tot beschouwing: de lezer blijft immers niet in de handeling zitten, maar kijkt ernaar, over de schouder van de personages.

Gaandeweg wordt Overtocht naar India trouwens veel meer dan een pijnlijk portret van structurele onrechtvaardigheid in de kolonies, want E.M. Forster onderzoekt of de maatschappelijke afstand die bestaat tussen bezetter en bezette teruggaat op sociale, spirituele en/of religieuze gronden. De feesten die in het derde deel van de roman losbarsten, zijn in deze optiek niet zomaar een kader: ze drijven de studie die de auteur voert naar het wezen van de Indiër op de spits. De behoorlijk gezwollen uitweidingen over de Oosterse aard hebben weliswaar iets aftands, en als alwetend verteller is de schrijver uiteraard gedoemd te falen. Ook hij, hoe open ook zijn vizier, kan nooit ten volle begrijpen wat het betekent om als hindoe door het leven te gaan, of als moslim te bewegen binnen een hindoeïstische meerderheid.

Bepaalde uitspraken, waarmee E.M. Forster schijnbaar algemene waarheden probeert te verkondigen, werpen het boek dan ook terug naar het eerste deel van de vorige eeuw, toen een intellectuele elite nog geloofde in haar vermogen om andere volkeren compleet te begrijpen. Het personage van dokter Aziz, dat onvolwassen aandoet vanwege voortdurend wisselende opinies en bizarre motieven voor specifieke omgangsvormen, blijkt hierbij het grootste euvel. Het karakter doet immers zodanig onvolkomen aan, dat het moeite vergt met hem te sympathiseren als spil van het boek. Niettemin verschuift het vertelperspectief continu, en kruipt E.M. Forster als het ware in verschillende hoofden om zijn relaas uit de doeken te doen. Zodoende zijn het andere prachtig uitgetekende personages die de roman een tijdloos allure geven, alsook de uitgelezen humor.

In deze herziene vertaling schemert nog steeds een verder verleden door, maar de ingrediënten van het boek – vooral dan qua thematiek en observaties – zijn bestand tegen de voorbije decennia. Veel meer dan de film overigens, dus hoog tijd om met de zomer in het vizier de literaire overtocht naar India aan te vatten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in