Clean Feed round-up :: Friends & Neighbors, Carlos Bica & Azul, Mette Rasmussen & Chris Corsano, Fredrik Nordström, Ricardo Toscano Quartet, Rafael Toral Space Quartet

Met een kleine 550 releases sinds 2001 is Clean Feed volgen eigenlijk een zo goed als voltijdse taak geworden. Het Portugese bastion van de avontuurlijke en vrije jazz blijft muziek uitbrengen van hoog niveau, maar aan zo’n verschroeiend tempo, dat goed spul al snel over het hoofd gezien wordt. Vandaar snel nog deze beknopte inhaalbeweging met een greep uit het recente(re) aanbod. En intussen staat er weer een hele hoop nieuw materiaal te trappelen om gehoord te worden. Wordt dus nog vervolgd.

Friends & Neighbors – What’s Next?

Sinds No Beat Policy (2011) is dit kwintet uitgegroeid van een zoveelste telg uit de wijdvertakte Scandinavische freejazzboom tot een band die een eigen uithoek afgedwongen heeft. Op papier is die niet nieuw (de naam jatten ze ook al van een cultplaat van Ornette Coleman uit 1970), maar de uitvoeringen zijn wel steevast van hoog niveau. Met André Roligheten en Thomas Johansson beschikt de band dan ook over een frontlinie die zich de voorbije jaren herhaaldelijk in de kijker speelde, en een ritmesectie (Jon Rune Strøm en Tollef Østvang) die al jarenlang tot de meest solide van het Noorden gerekend mag worden. Doe daar joker Oscar Grönberg (piano) bij, en je zit met een band die moeiteloos de traditie nieuw leven inblaast, maar er in één beweging ook een eigen draai aan geeft.

Het helpt ook dat de composities door drie leden aangeleverd worden. Roligheten neemt de helft voor z’n rekening en bewaart meteen de variatie: “Influx” is een en al aanzwellende statigheid en vormt een mooi contrast met het stekelig swingende “Euro”, terwijl het springerige “Headway Heat” uitpakt met bebop-nervositeit en een prachtig struikelende solo van Grönberg. Jon Rune Strøms bijdrage “WLB” is nog zo’n kronkelend beest, met een denderende piano en een uitbundigheid die neigt naar Angles-regionen. De resterende tracks zijn van de hand van de pianist en laat de band even aansluiting zoeken bij een gelijkgestemde band als Atomic (“Kubrick’s Rude”) of geeft ruimschoots de kans om binnen een vaste structuur toch uitgebreid te soleren (Johansson doet het met verve in “Mozart”).

Nieuwe oorden verkent Friends & Neighbors niet echt op What’s Next, je zou het eerder kunnen zien als een verder verfijnen of perfectioneren van een aanpak die vooral getuigt van een grote souplesse, want dit kwintet is wendbaar en kan de geesten van Dolphy, Kirk en Coleman oproepen zonder ook maar een seconde als een bezadigde tribute band te gaan klinken. Samen met Cortex en Gard Nilssens Acoustic Unity vormt Friends & Neighbors een van de toppers in de uithoek waar structuur, toegankelijkheid en vrijheid hand in hand gaan.

Carlos Bica & Azul feat. Frank Mobüs and Jim Black – Azul In Ljubljana

Het zevende album van dit trans-Atlantische trio werd opgenomen tijdens het Jazzfestival van Ljubljana in 2015 (we waren van de partij) en dateert daarmee eigenlijk van voor More Than This (2017). De band stevent intussen al af op bijna een kwarteeuw samenwerking, wat best straf is. Geen idee of het een uiting is van hoe het er tussen de drie aan toe gaat, maar de sound is er alleszins eentje die nergens een indruk geeft van gehaastheid. Met zo’n Jim Black haalde Bica natuurlijk een echte krachtpatser aan boord, die zich hier en daar ook kan laten gelden, maar zijn eigen warme basgeluid en Zuid-Europese wortels bewaken dat de ontspannen, lome vibe bewaard wordt. Dat uit zich in een resem songs die soms aanschurken tegen gezapigheid, maar dat eigenlijk nooit zijn. Daarvoor is het samenspel van een veel te hoog niveau.

Vanaf “Canção Número Dois” zit je in die dobberende, met twang ingekleurde vibe, ergens op de wip tussen Frisell en Dans Dans, iets dat ook terugkomt in “Luscious”, waarin de flukse brushes van Black voor een guitige tint zorgt. Doorgaans speelt het trio relatief korte songs, maar “Believer” en “O Profeta” zijn de uitzonderingen, met het eerste als een fraaie oefening in ter plaatse trappelen en het tweede een wat eigenaardige combinatie van gortdroge puls, weidse ruimte en prikkelend geknetter. Erg geslaagd is ook het slottrio, met drie stukken die erdoor gejaagd worden in amper zeven minuten: “Deixa Pra Lá” als jachtige combinatie van surf en hyper-strakke pringeljazz met Black in een sleutelrol, “John Wayne” dat zo’n beetje z’n naam waarmaakt (zij het met iets minder attitude) en “P-Beat”, waarvoor Möbus een geinige orgelklank uit de snaren knijpt. Ook hier weinig verrassingen voor wie vertrouwd is met de band, maar wel opnieuw een prima toevoeging aan een oeuvre met een heel eigen charme.

Mette Rasmussen & Chris Corsano – A View Of The Moon (From The Sun)

De link tussen het festival van Ljubljana en Clean Feed was voor de editie van 2015 alleszins vruchtbaar, want naast Bica en Azul verscheen er ook werk van Carate Urio Orchestra, een duorelease van Craig Taborn en Mats Gustafsson, en dan waren er nog Mette Rasmussen en Chris Corsano, die ons kort daarvoor al overrompeld hadden met hun geïnspireerde interactie. Ook het concert in Ljubljana was een bevestiging van al dat goeds en het uurtje van A View Of The Moon moet volstaan ter bevestiging. Wat je te horen krijgt, is immers een ultra-dynamisch duo dat duidelijk verankerd is in de freejazz van de jaren zestig en zeventig, met hier en daar soulvolle echo’s van figuren als Joe McPhee, maar ook op zoek gaat naar een eigen insteek en vocabularium.

Dat lukt probleemloos, omdat de twee bovenop een indrukwekkende instrumentbeheersing ook meer dan voldoende oog hebben voor variatie en nuance. Rasmussen, wiens reputatie haar relatief beknopte discografie al ruimschoots overstijgt, kan jubelen als de beste, maar ze kan net zo goed in de weer zijn met extended techniques, de sax laten sputteren en pruttelen als een gehavende sirene en zachtjes inspelen op het spel van haar partner. Geconcentreerd luisteren leert dan ook steeds opnieuw dat Corsano een meester van de vorm en textuur is, veel meer een klankenbrouwer dan zomaar een ritmische motor. Hij kan wel degelijk rollen en stuwen en de gensters laten springen, maar is ook voortdurend in de weer met exploratie, door manipulatie van geluiden, introduceren van nieuwe klanken (waar de zogenaamde ‘slide clarinet’ voor iets tussen zit) en zoeken naar nieuwe invalshoeken. Op die manier beweegt A View Of The Moon (From The Sun) van hypergefocuste energie naar genuanceerd weefwerk op fluistervolume, met 1001 variaties ertussen. 

Het resultaat is een plaat die bulkt van de kleuren, ideeën en expressiviteit. Misschien eerder op maat van hardcore liefhebbers van zij die eens van de vrije muziek willen proeven, maar niettemin een prachtig staaltje interactie die de kracht van de vrijheid voorziet van een vet uitroepteken.

Fredrik Nordström – Needs

Het was intussen al een decennium geleden dat rietblazer Fredrik Nordström zijn debuut maakte bij Clean Feed, en zijn tweede album bij het label is alweer een fraaie plaat. Van zijn Quintet van destijds brengt hij trombonist Mats Äleklint, bassist Torbjörn Zetterberg en Fredrik Rundqvist mee, terwijl hij er nog eens bassist Filip Augustson, drummer Christopher Cantillo, trompettist Niklas Barnö en rietblazer Fredrik Ljungkvist aan toevoegt. Het resultaat is een octet vol kleppers uit de Zweedse avant-jazz, die hij bovendien verdeelt in twee kwartetten, een in elk kanaal. Dat herinnert natuurlijk meteen aan Ornette Colemans gelijkaardige experiment Free Jazz uit 1960, al houdt de vergelijking eigenlijk daar al op, want Needs is geen hommage aan die klassieker en zoekt het in een andere richting.

Free Jazz was, zeker voor die tijd, een behoorlijk taaie kluif met muzikanten die, weliswaar binnen een duidelijk afgelijnd kader, op zoek mochten gaan naar een manier om hun vrijheid maximaal te benutten. Op Needs staat de structuur veel meer centraal en wordt het weldadige potentieel iets meer gestroomlijnd. Opvallende bonus is dat de muzikanten de ruimte bewaren: de energie en densiteit gaan regelmatig de lucht in, maar ze lopen elkaar niet voor de voeten, het blijft allemaal transparant en beluisterbaar. Daarbij wordt stilistisch in de breedte gewerkt, maar blijft de coherentie behouden, met slome, haast cinematische grooves (de titeltrack), funky interactie waarbij collectief en individuen knap op elkaar inwerken (“Fake Face”) en voluptueuze statigheid die het potentieel van vier maximaal blazers benut: in “Hometown Prophet” en “Brand New Dollars” klinkt het alsof je een heel orkest hoort, soms zelfs met latin-toets. Dat maakt van Needs een plaat die zowel geschikt is voorzichtige nieuwkomers als verknochte liefhebbers.

Ricardo Toscano – Quartet

Ricardo Toscano breekt in Portugal al langer potten in het club- en festivalcircuit (we zagen hem zelf op het showcase-festival Desvio in 2016), maar is in het buitenland vooralsnog een minder bekende naam, vooral dan door een gebrek aan releases waarop de jonge altsaxofonist te horen is. Zijn debuutalbum als leider zou daar verandering in moeten brengen. Eerste bedenking bij dat album is dat Toscano sterker geworteld is in de jazztraditie dan heel wat van zijn hedendaagse collega’s (Rodrigo Amado, Pedro Sousa,…), die eerder aansluiten bij de traditie van de vrije improvisatie uit de jaren zeventig, ook al zoekt hij het in opener “Almería” dan in de zone tussen John en Alice Coltrane (vooral dan de spirituele grooves van Journey To Satchidananda). De Coltrane-referentie komt wel vaker terug, met Toscano die op altsax regelmatig de emotionaliteit ontwikkelt die de meester had op tenor- en sopraansax.

Herbie Hancocks “The Sorcerer”, ooit nog geschreven voor het gelijknamige album van Miles Davis, krikt het tempo al iets omhoog en is een vrijgeleide voor Toscano om meer beweging binnen te laten, terwijl zijn ritmesectie voorkomt dat het allemaal te zwaar wordt. Dat is ook zo in het zachtjes heupwiegende “Our Dance” en het afsluitende “Grito Mudo”. Het zwaartepunt situeert zich ter hoogte van het toepasselijk getitelde “Lament”, dat de geest oproept van de trage, melancholische stukken van het klassieke Coltrane Quartet (toen we de band live zagen, speelden ze ook een sterke versie van “Dearly Beloved”), al vertonen ze hier (nog) niet de majestueuze vrijpostigheid die die band zich permitteerde. Het heeft er dus alles van dat Toscano zichzelf vooral niet voorbij wilde hollen. Dit is het geluid van een muzikant die zijn sterktes kent en zich vooral daar op toespitst, omringd door een band die inzet op samenhang en empathie zonder echt uit de band te springen. Soms heb je het gevoel dat de man intussen klaar is voor gewaagder, eigenzinniger spul, maar dat zal voor later zijn. Intussen is dit een uitstekend zoethoudertje.

Raphael Toral – Space Quartet

De Portugese muziek kent heel wat opvallende en eigenzinnige figuren – Carlos Zingaro, Sei Miguel, Manuel Mota, Lula Pena, Vitor Rua – die je enkel kan labelen als outcasts, omdat ze elk, bewust of onbewust, een (sub-)genre op zich vormen. Wie zeker ook in dat rijtje thuishoort is Raphael Toral, een experimentalist met een unieke visie die rondhangt in de zone tussen elektronica, elektroakoestische muziek, geluidskunst en improvisatie. Dat zorgt ervoor dat er samenwerkingen ontstonden met uiteenlopende figuren uit verschillende windstreken, al is dit eigenlijk wel een Portugees kwartet, waarbij elektronische en akoestische sporen samengebracht worden op een originele manier.

Bassist Hugo Antunes en drummer-percussionist João Pais Filipe zijn improvisatoren die richting jazz kunnen dwalen, maar eigenlijk meer thuishoren in de vrije uithoek van het spectrum. Toral en Ricardo Webbens nemen elk een kanaal voor zich met modulaire synths, versterkers en feedback, en creëren zo een wereld van abstracte elektronica die samengebracht wordt met de akoestische inbreng van hun collega’s. Pais Filipe breidt zijn kit trouwens uit met een resem zelfgemaakte gongs en bellen, wat soms ook een ritualistische vibe garandeert. Gecombineerd met de virtuoze techniek en preparaties van Antunes groeit het uit tot een festijn van ongehoorde muziek, die met die fluitende, huilende, zoemende en schurende elektronica vooral onwerkelijk klinkt. Het heeft hier en daar iets van far-out freejazz, maar dan in een futuristisch kader, alsof je boodschappen uit een ander zonnestelsel ingeseind krijgt. Het mooist van al is dat je, zodra verrassing en verwarring plaatsmaken voor vertrouwdheid, gaandeweg aanvoelt hoe organisch de individuele acties op elkaar afgestemd worden als in een polyfone weelde.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in