Thom Yorke :: ANIMA

Dansend op de rand van de vulkaan, daar voelt Thom Yorke zich het best. Dansend op zijn manier welteverstaan: als een epilepticus, met een traan en een verwrongen mond. En af en toe een troostend lachje en ogen vol mededogen voor ons, spartelende mensjes in een wereld die we nauwelijks nog snappen.

De laatste jaren lijkt Thom Yorke, ooit de grootste sombermans in sombermansland, het zowaar naar zijn zin te hebben, nadat hij en Radiohead veilig hun eigen unieke plekje in het muzieklandschap hadden gevonden. Tegelijk is de wereld er geen mooiere plek op geworden. Eigenlijk is het grotesk te moeten beseffen dat de thema’s waar Yorke al meer dan twee decennia over zingt – de digitale eenzaamheid, de vervreemding in ons laat-kapitalistische tijdperk, de overmoed van het Westen – alleen maar pertinenter worden, en ook alsmaar verwoestender. De wereld is om zeep, maar na alweer een dag arbeid zakt iedereen ook maar gewoon in de zetel neer: “I’m not living/ I’m just killing time”. Want waarom protesteren als het leven je plat slaat? Het eigen kleine verdriet is vaak al zwaar genoeg.

Dat kleine verdriet was het thema van A Moon Shaped Pool. “Dreamers/they never learn”, zong Yorke daarop. De schade bleek al snel onomkeerbaar. ANIMA, de nieuwe soloplaat van Yorke, is volledig opgebouwd rond de fascinatie van de zanger voor dromen (en voor Carl Gustave Jung, maar vergeef ons als we die even overslaan). Althans, dat vertelt hij ons zelf toch; hoe zich dat concreet in zijn teksten vertaalt, is niet altijd even duidelijk. Yorkes teksten zijn dan ook eerder sfeerscheppingen, impressionistische vegen waar af en toe iets in te lezen valt, maar hij weet je verdomd wel te raken. Of kent u nog veel zangers die u bij het woord “vortex” tranende ogen kunnen bezorgen? Tip: beluister “Dawn Chorus” pas als u er klaar voor bent.

Maar terug naar het begin, dat de naam “Traffic” draagt. Thom Yorke huilt dat hij niet kan ademen en mompelt nog iets over foie gras, vergezeld van nerveus handengeklap en een dansbeat voor mensen die niet kunnen dansen. Het is meteen duidelijk dat Yorke op ANIMA meer voortbouwt op Tomorrow’s Modern Boxes (2014) dan op de creepy arrangementen van de soundtrack Suspiria (2018). Hoewel die soloplaat uit 2014 altijd wat onderschat is geweest, weet Thom Yorke op zijn derde zijn boodschap wel begrijpelijker te vertalen naar een publiek. ANIMA is minder hermetisch en meer expliciet, al zal ze voor sommige luisteraars nog steeds te afstandelijk klinken. Daarvoor weigert Yorke te hard te buigen naar enerzijds fans die in de eerste plaats een schone melodie willen en anderzijds fans die van hem een elektronicamirakel verwachten. “Last I Heard” bijvoorbeeld is één lange ingehouden spanningsboog, waarin Yorke een duet aangaat met zichzelf, terwijl hij walst met nulletjes en eentjes. Ontploffen doet de song niet. Veel liever laat de zanger even wat enge strijkers bovendrijven (toch een klein beetje een erfenis van Suspiria), alvorens ook die computergewijs de nek om te wringen.

“Twist” opent harder, maar evolueert langzaam naar een mooie, warme soundscape-achtige track. Yorke is nooit dichter bij de sepiaschetsen van Boards of Canada (inclusief samples van kinderstemmetjes) gekomen dan hier, maar zet de song net genoeg naar zijn hand. De lichte nostalgie van “Twist” glijdt af naar melancholische bespiegelingen over gemiste kansen, over zaken die voorbij zijn en niet meer terugkomen, over “wat als” en de wens alles opnieuw te kunnen doen, in “Dawn Chorus”. Het is een song als een peinzende blik uit een ochtendlijke trein. “Dawn Chorus” staat eenzaam te wezen op het kruispunt van het leven, de poolwind blaast doorheen de repetitieve beats en synthaanslagen. Nooit heeft Yorke meer emotie uit binaire codes weten wringen. Je zou het nummer de culminatie van de eerste helft van ANIMA kunnen noemen, een song die tegelijk afstandelijk en dichtbij, koud en emotioneel is.

In de tweede helft verandert ANIMA van sfeer. De muziek mag weer wat ontdooien, de songs grijpen als eens terug op Atoms For Peace-achtige baslijnen en motieven die wat warm bloed doorheen ANIMA doen stromen. “I Am A Very Rude Person” en “Impossible Knots” zijn broeierig door die altijd aanwezige bas. Mogelijk is dit hoe “zwoel” klinkt voor Thom Yorke. In ieder geval lijkt het alsof sombermans zich hier zowaar staat te amuseren. Het zijn nummers die fans van Yorke die de eerste helft van ANIMA wat te klinisch vinden, misschien toch over de streep kunnen trekken om deze derde een kans te geven. In “Not The News” waan je je even in een – weliswaar beetje bevreemdende – club. “The Axe” daarentegen is een low flying panic attack waarin Yorke afrekent met de technologie die onze samenleving meer en meer in haar greep houdt, in plaats van omgekeerd. “I thought we had a deal?”, zingt Yorke terwijl hij de vloer aanveegt met ons hooghartig technologisch vooruitgangsoptimisme (klimaatrealisten, luistert u mee?). “You better speak to me” klinkt het vlak, maar de zanger heeft met nummers als “Exit Music”, “The Numbers”, “Analyse”, “The Clock” en “You And Whose Army?” al genoeg bewezen dat de meest bittere venijn en politieke boosheid bij hem vaak gewikkeld zijn in de minst expliciete songs. Langzaam bouwt “The Axe” op tot een climax stijf van de paranoia.

Zo is alleen afsluiter “Runayaway” iets te veel een gedachtenspel dat waarschijnlijk enkel echt steek houdt voor Yorke zelf. Het staat op ANIMA een beetje verloren als een weinig bevredigende afsluiter (van iemand die ons “The Tourist” of “True Love Waits” schonk, verwachten wij beter). Over het algemeen echter is ANIMA veel meer een uitgestoken hand naar het publiek dan The Eraser en Tomorrow’s Modern Boxes dat waren. Hoewel goede platen, leken die twee voorgangers soms ook duivelsuitdrijvingen, muzikale vingeroefeningen die Thom Yorke vooral zélf nodig had. ANIMA voelt voor het eerst aan als een Yorke-soloplaat die uitdrukkelijk andere mensen wil aantrekken, of dat nu tot ontroering of tot een weird feestje leidt. ANIMA is daarom niet per se de béste soloplaat van de Radiohead-zanger (mensen lijken soms te vergeten hoe goed The Eraser eigenlijk ook was) maar wel zijn meest behapbare, meest menselijke, en meest afgewerkte en gevarieerde plaat. ANIMA toont definitief dat Yorke echt wel op eigen benen kan lopen en ook buiten de R-molensteen een interessant pad kan bewandelen, voor wie daar nog van overtuigd moest worden.

ANIMA gaat vergezeld van een kortfilm geregisseerd door Paul Thomas Anderson, met choreografie van Damien Jalet, te zien op Netflix. De fysieke versie van ANIMA verschijnt op 19 juli.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in