Gent Jazz 2019

9 juli 2019: John Zorns Bagatelles Marathon

Het was niet de eerste keer dat John Zorn een volledige dag kreeg in Gent Jazz om zijn ding te doen. Zijn Zorn At 60 uit 2013 was zo imposant dat de aankondiging dat de New Yorker dit jaar nog eens een volledige dag ging invullen, maakte dat we die dag al maandenlang vooraf met rood ingekleurd hadden in onze agenda. 

John Zorn, de capo di tutti capi van de New Yorkse avant-garde, blijft na al die jaren een geval apart. Als muzikant, componist, labelbaas (Tzadik), beheerder van een New Yorkse concertlocatie (The Stone) is hij een bezige bij. Wie zijn oeuvre wil volgen heeft daar veel tijd en geld voor nodig want elk jaar brengt hij steeds weer een hele rits nieuwe cd’s uit. Alsof ‘s mans inspiratie nooit on hold staat. Dat hij dit jaar voor het eerst in tijden nog eens uitgebreid de Europese contreien aandoet — eerder dit jaar bespeelde hij nog het orgel in de Bozar — heeft waarschijnlijk echter een heel simpele reden. De luxueuze cd box van het derde Masada songboek (The Book Ber’iah) die hij via crowdfunding aan de man bracht, werd een financiële strop wegens mismanagement van Pledgemusic. Een reeks exclusieve vinyl-releases en een tour door Europa moeten helpen om het label van de ondergang te redden.    

Bagetelles, letterlijk vertaald zijn het “niemendalletjes”, staan in de klassieke muziek bekend als korte, lichte, instrumentale stukjes muziek. De bekendste bagatelle uit de muziekgeschiedenis is ongetwijfeld Beethovens “Für Elise” (officieel “Bagatelle No. 25 in A Minor”), maar ook componisten als Liszt, Dvořák en Bartók componeerden er. Begin 2015 schreef John Zorn — niet de man van half werk — er zelf 300. Later dat jaar werden die voor het eerst opgevoerd, en tot op heden zijn deze stukken nog niet officieel uitgebracht. Ze zijn dus enkel live te ervaren en daartoe streek Zorn in Gent neer met wat in Zorn-termen een “marathon” heet. Meer dan vier uur muziek, waarbij in dit geval 14 verschillende muzikanten of groepen, gedurende ongeveer 20 minuten elk, composities van Zorn brengen.   

Geopend werd er met Zorns klassieke Masada kwartet, meteen ook de enige bezetting van de avond waar de meester zelf een instrument bespeelt. De klassieke bezetting waarmee hij in de jaren ‘90 het eerste Masada songbook opnam, maar waarvan de optredens het laatste decennium een stuk zeldzamer zijn geworden. Naast Zorn op saxofoon bestaat Masada uit Dave Douglas (trompet), Greg Cohen (bas) en Joey Baron (op drums). Het is even wennen om het kwartet niet de vertrouwde Masada-composities te horen spelen, maar al snel toont de band haar pure klasse. Laverend tussen energiek en weemoedig, tussen lyrisch en wringend, met solo’s van Douglas en Zorn die het publiek een eerste keer in vervoering brachten. De onnavolgbare Joey Baron — die samen met Marc Ribot later op de avond het luidst toegejuigd werd — etaleerde in een korte drumsolo waarom hij zowat de enige drummer is waarbij we zelfs uitkijken naar een drumsolo.   

Daarna trekt John Zorn zich terug en staat de rest van de avond terug aan de rand van het podium van waar hij alles gadeslaat. Zijn rol beperkt zich tot het aankondigen van de verschillende artiesten. De volgende waren het Zwitsers-Amerikaanse echtpaar Sylvie Courvoisier (piano) en Mark Feldman (viool), ondertussen al oudgedienden uit de Zorn-stal. Courvoisier ging meteen in de aanval op de piano, met volle hand en zelfs haar ellebogen ging ze het instrument te lijf, terwijl Feldman voor een ingetogener spel ging op viool. Ook hier schipperden de composities tussen rustgevend, speels waarbij vooral Courvoisier een hoofdrol opeiste met doorleefd, virtuoos pianowerk. 

Met het Mary Halvorson Quartet rond gitariste Halvorson was het dan weer de beurt aan een iets jongere generatie. Halvorsons kwartet bestond verder uit een tweede gitarist (Miles Okazaki), een bassist (Drew Gross) en een drummer (Tomas Fujiwara). De band zette een relatief rustige set neer, met lyrische passages in het begin en met naar het einde toe meer ruimte voor experimentele, minder toegankelijke passages. Dit was niet de muziek van het grote gebaar, maar Zorns bagatellen kregen hier een soms wat minder evidente uitvoering, met op bepaalde momenten zelfs toetsen klezmer en surfmuziek in verwerkt. 

Erik Friedlander en Mike Nicolas zorgden met hun twee cello’s dan weer voor een geheel andere benadering. Soms piepten en schuurden de cello’s, maar op andere momenten was het dan weer van een ontroerende schoonheid die beelden van de puurheid van het ochtendgloren opriep. Friedlander smokkelde af en toe wat Oosterse elementen in de nummers binnen, maar het was toch een genot om de heren soms dartel te zien plukken aan hun snaren. Het spelgenot droop ervan af. 

“Punk bagatelles”, zo introduceerde Zorn het jonge trio Trigger. Gitarist Will Greene, bassist Simon Hanes en drummer Aaron Edgcomb hebben nog maar een ep uit, maar dat was ruim voldoende om de aandacht van Zorn te trekken. Het contrast van hun set met de voorgaande kon bezwaarlijk groter zijnde. Met hun tussen metal, punk en noise geknelde set raasden ze met een take no prisoners mentaliteit door hun bagatellen. Het volume en de logge ritmes deed toeschouwers hier en daar vertwijfeld de vinger in de oren steken, maar de band speelde met zo’n jeugdig enthousiasme en energie dat de bagatellen inderdaad kleine punkbommetjes werden die vakkundig gedropt werden. We hebben overigens zelden een bassist zo hevig tekeer weten gaan als Simon Hanes, die als een op een overdosis cafeïne drijvende wildeman loos ging. Acht bagatelles jaagde de band er in rotvaart door, meer dan het dubbel van de andere artiesten. 

Over contrast gesproken: meteen daarna was het tijd voor een solo performance van pianist Craig Taborn. Taborn is de voorbije jaren uitgegroeid tot een van de meest boeiende pianisten van het moment. Het was dan ook toepasselijk dat net hij Zorns bagatellen mocht uitvoeren in de bezetting waarvoor ze historisch gezien het vaakst geschreven werden. Met een imposante virtuositeit baande Taborn zich een weg door zijn nummers. Dartel en levendig de ene keer, bijna meditatief en rustig een ander keer maar steeds met een beheersing van zijn instrument die weinig anderen hem nadoen. “In New York they call him a motherfucker” zei Zorn na afloop over hem, en wie zijn wij om hem tegen te spreken?

Nog een oudgediende van vele Zorn-oorlogen: orgelspeler John Medeski. Het was met zijn John Medeski Trio dat hij een aantal van Zorns stukken onder handen naam. Met gitarist David Fiuczynski en drummer G. Calvin Weston brachten ze een set die hier en daar wat echo’s van Moonchild — waar Medeski op de vorige passage op Gent Jazz gastmuzikant bij was — opriep. Dit was muziek die klonk als The Doors op amfetamines. Medeski martelde zijn orgel dat het een lieve lust was, en zelfs als de band een trager stuk speelde bleef die onderhuidse spanning woekeren. Zelfs technische problemen bij gitarist Fiuczynski kon het trio niet weerhouden om een overrompelde set te spelen. 

Met het Nova Express kwartet was het tijd voor een vlot toegankelijke set. Het kwartet van Kenny Wollesen (vibrafoon), Joey Baron (drums), Trevor Dunn (bas) en John Medeski (piano) ontstond uit het gelijknamige, door William Burroughs geïnspireerd album uit 2011. Ze brachten een groovy set, die swingde en mede door het kenmerkende, exotische vibrofoonspel van Wollessen een opwekkend gevoel uitstraalde. Als een uitgepuurde versie van Zorns The Dreamers zorgde dit optreden van een luchtiger stuk in de marathon.  

Julian Lage en Gyan Riley vertaalden de bagatellen naar klassieke gitaar. Het rustige, bijna pastoraal getokkel van beide heren was geworteld in folk en klassieke muziek. Misschien niet de meest opwindende set van de avond, maar de virtuositeit van Lage en Riley was ronduit indrukwekkend. Ze zijn zo goed op elkaar ingespeeld dat een simpele blik tussen beiden al voldoende is om met elkaar te communiceren op het podium. Dit was muziek van een ontroerende schoonheid, die een aangename, zomerse sfeer door de tent stuurde. 

Daarna was het met het Brian Marsella Trio weer tijd voor wat minder evident werk. Qua samenstelling is het een klassiek pianotrio met Trevor Dunn (bas) en Kenny Wollesen (drums) als ritmesectie. Ging Marsella in de eerste stukken nog tekeer als een wildeman op de piano dan zorgden ze wat later voor een rustig stuk kamermuziek met een noir feel. Al was het toch vooral wanneer de band even de pedalen losliet en de bagatellen lieten schuren dat ze de zaal volledig meekregen. Een van de hoogtepunten van de avond. 

Peter Evans is niet alleen de beste en meest interessante trompettist van zijn generatie, hij is ook een van de meest opwindende en boeiende jazz-muzikanten van de laatste 10 jaar. Op zijn eentje bracht hij een lang uitgesponnen bagatelle, waarbij hij gromde, klauwe, brieste in zijn trompet. Hij riep beelden van donkere onweerswolken op met zijn instrument om dan weer naadloos over te schakelen op een traag, melancholisch stuk. Dit was niet alleen een tour de force van technische bravoure, maar ook van inleving en passe. 

Met het Kris Davis Quartet rond de Canadese pianiste was het de beurt aan een artieste die de voorbije jaren haar doorbraak kende. Vergezeld van Drew Gross (bas), Mary Halvorson (gitaar) en Kenny Wollesen (drums) bracht ze een toegankelijke set, die gekenmerkt werd het ingetogen, soms wat afstandelijke pianospel van Davis. Het kwartet bracht een van de meest sobere, poëtische interpretaties van de bagatelles, al ging het tegen het einde toch ook vrolijk en onstuimig swingen. 

Hoewel ze vooral bekend is als lid van Electric Masada ging elektronica/computer-muzikante Ikue Mori hier op haar eentje aan de slag. Nu is een laptop visueel niet het meest interessante instrument om te bespelen en als Mori — met leesbril — door moederziel alleen achter ging zitten, om een weliswaar korte maar zeer abstracte set vol gepingel, gekraak en geplof te brengen wist je snel dat het een taaie brok was. Hoewel er tegen het einde een wat toegankelijker, repetitief stuk in voorkwam bleek deze set toch vooral als intermezzo dienst te doen.  

De slotact was de enige waarvoor Zorn terug op het podium kwam om de band te dirigeren. Asmodeus is dan ook niet zomaar een band. Dat is vooral te danken aan meestergitarist Marc Ribot die samen met bassist Trevor Dunn en drummer Kenny Grohowski voor een imposante apotheose zorgde. “We vinden dat muziek een uitdaging moet zijn” zei Zorn net voor het optreden. Met z’n zware logge, basritmes viel de band meteen met de deur in huis. Als een orkaan blies ze alles weg. Ribot geselde de snaren, Dunn ging de zijne te lijf met een schroevendraaier. Ergens tussen Sun O))) en trash in, zo klonk het op bepaalde momenten. De band speelde perfect in op de aanwijzingen van Zorn, Asmodeus was woest en luid. Alsof alles kapot moest, helemaal op het einde. Een imposante apotheose. 

Meer dan vier uur, 14 optredens. Was zo’n marathon achteraf bekeken geen geval van overdaad die schaadt? Want hoewel de optredens stuk voor stuk sterk waren, moesten we achteraf toch ook vaststellen dat deze dag niet zo onvergetelijk was als die van Zorn At 60 in 2013, of de Book Of Angels-dag op Jazz Middelheim in 2011. Misschien omdat er in tegenstelling tot die dagen geen legendarisch concert tussen zat (Moonchild in 2013, Bar Kokhba Sextet in 2011)? Of was het gewoon te veel van het goede? Maar dat Zorn een imposant uitroepteken achter deze editie van Gent Jazz zette staat buiten kijf. Toen alle 31 muzikanten na afloop van het laatste optreden samen op het podium de staande ovatie in ontvangst kwamen nemen, vroegen we ons af of er ooit in België al eens zoveel muzikaal talent samen op een podium gestaan heeft. En dan besef je dat Zorn heeft het toch weer eens geflikt heeft. 

(Foto’s 9 juli: Bruno Bollaert)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in