Gent Jazz 2019

4 juli 2019

Van jazz was er op de affiche niet veel sprake, maar van prachtige, wat mysterieuze vrouwenstemmen des te meer. Tel daarbij nog een aangenaam zomerweertje, Duvel in het glas en een rits trendy eetstands waar je gerechten zoals boom ting butter chicken kan proeven, en het kon niet mislopen, toch?

Eigenlijk had de Amerikaanse Keniaan J.S. Ondara de festivaldag moeten openen. Problemen met zijn visum staken daar echter een stokje voor. Hij moest forfait geven en dat was een jammere zaak, want na een sterk debuutalbum en een straf optreden op Les Nuits Botanique eerder dit jaar keken wij erg uit naar zijn passage. Op het laatste moment wist de organisatie nog Geike te strikken om de vrijgekomen plaats op de affiche te vullen. Na haar debuutalbum uit 2011 was het jarenlang stil rond de voormalige frontvrouw van Hooverphonic. Later dit jaar verschijnt eindelijk de opvolger, waarvoor Geike Arnaert samenwerkte met Novastar-opperhoofd Joost Zweegers. Dat ze niet van plan was om het zichzelf makkelijk te maken, bleek uit de songkeuze waarvoor dat nog niet uitgebrachte album de basis was.

01 - Geike-8412
Gent Jazz 2019 (Geert Vandepoele)

Enkel begeleid door piano en gitaar zorgde Arnaert voor een sober, ingetogen optreden. Daar lag meteen ook het grootste probleem met de set. De nieuwe nummers bleken immers weinig opvallend voort te kabbelen. Gelukkig was er de prachtstem van Geike die de nummers aangenaam deed klinken, maar een blijvende indruk lieten ze niet na. Hier en daar was de invloed van Zweegers duidelijk merkbaar, zoals in “Siren’s Call”, waarin de gitaar zachtjes mocht huilen. Het poppy “Middle Of The Night” was het enige nummer waar het tempo wat de hoogte in mocht, maar had verder te weinig om het lijf. Enkel de vooruitgeschoven single “Off Shore” mocht op een bescheiden herkenningsapplaus rekenen. In het najaar gaat ze de hort op met een volledige band, hopelijk worden de nummers dan wat meer leven in geblazen.

03 - Cowboy Junkies-8498
Gent Jazz 2019 (Geert Vandepoele)

De Cowboy Junkies is een band die het best gedijt in de donkere momenten van de avond en in een claustrofobische setting, bij voorkeur dan nog wanneer onheilspellende wolken samen troepen aan de einder. Een set in de late namiddag terwijl de zon aangenaam brandt in een grote tent lijkt dan ook haaks te staan op de muziek die deze Canadese band brengt. Zeker als het een tent is waarbij voor het design de mosterd is gehaald bij de sarcofaag van Tsjernobyl. Maar al snel bleek die vrees totaal ongegrond. Hoewel de band vorig jaar het prima album All That Reckoning uitbracht, was hun set toch vooral opgebouwd uit werk uit hun begindagen.

Opener “‘Cause Cheap Is How I Feel” zorgde meteen voor die typische Cowboy Junkies-sfeer: mysterieus, bezwerend, maar ook minimalistisch. Eenzelfde weemoedige sfeer was er in het uitgepuurde “Things We Do To Each Other” waar Margo Timmins’ onderkoelde, enigmatische stem een glansrol in speelt. Dat de band echter evengoed steviger materiaal aankan, wordt bewezen in het nieuwe “Sing Me A Song”, waarin Michael Timmins zijn gitaar liet spreken. Zo laveerde de band de hele set tussen spooky, sfeervol en pakkend. De cover van Vic Chesnutts “Flirted With You All My Life” was een uitstekend voorbeeld van hoe de band zich songs van andere artiesten helemaal eigen kan maken. 

Nummers worden soms lang uitgesponnen, zoals een knap “Working On a Building” dat de spanning behendig opbouwt. Het riep een sfeer op die je zo aan de soundtrack van een cold open van Breaking Bad doet terugdenken. In “200 More Miles” mocht de mondharmonica even een droefgeestig laagje over het nummer komen leggen, terwijl “Missing Children” al even somber en ingetogen was. Het hoogtepunt kwam echter op het einde met twee songs uit het klassieke The Trinity Sessions. De uitgebeende Lou Reed-cover “Sweet Jane” herleidde het nummer tot de essentie en met “Misguided Angel” — een flink shot melancholie — sloot de band een sterk optreden gepast af. Tristesse oblige.

02 - Tiny Legs Tim-8454
Gent Jazz 2019 (Geert Vandepoele)

Op de kleine Garden Stage speelde Gentenaar Tiny Legs Tim ondertussen een thuismatch, met drie korte sets van een half uur tussen de optredens op het grote podium door. Zijn eerder dit jaar uitgebrachte album Elsewhere Bound is sterk beïnvloed door de muziek die hij hoorde tijdens een trip naar New Orleans. De achtkoppige band die hem op het album begeleidde, was ook hier van de partij. De blues van Tiny Legs Tim klonk een stuk rijker in deze XL-versie. Invloeden van zydeco, cajun, voodoo, … werden samengevoegd in een geheel dat niet alleen behoorlijk opzwepend klonk, maar dat ook een zeker optimisme uitstraalde.

Want in deze bezetting serveerde Tim De Graeve een feestmaal. Vooral wanneer de driekoppige blazersectie zich er mee bemoeide, werd er rechtstreeks op de dansspieren gemikt. Hoewel de opzet van de Garden Stage er voor zorgde dat de band een pauze moest inlassen telkens een kookpunt bereikt werd, toonde Degraeve toch duidelijk dat hij wat blues betreft aan de Belgische top staat.  Solo bracht hij een beklijvend “I Ain’t Ready”, met kompaan Steven Troch op mondharmonica een bezwerend “In My Time Of Dying”, al maakten de nummers met volledige band het leeuwendeel van de set uit. Groovy, swingend; dit was een band die zo weggeplukt leek uit het French Quarter. Een volgende keer hoort Tiny Legs Tim ongetwijfeld op het hoofdpodium thuis.

04 - Julia Holter-8550
Gent Jazz 2019 (Geert Vandepoele)

Met de klassiek geschoolde Julia Holter haalde Gent Jazz een op zijn minst eigenzinnig te noemen artieste naar de Arteveldestad. Waren haar eerste albums nog relatief toegankelijk, dan schoot ze met haar recentste albums resoluut richting experiment. Even leek ze er een toegankelijke set van te maken toen ze openingsnummer “In Gardens’ Muteness” solo op vleugelpiano bracht. Maar toen de rest van haar band aanschoof werd snel duidelijk dat ze geen zin had in een toegankelijke festivalset. Een band die verder bestond uit een drummer, contrabassist, synthesizer en violiste, is dan ook bezwaarlijk conventioneel te noemen.

De nummers waren een hutsepot waar klassiek, indie, jazz en folk samenkwamen en waar het met een vergrootglas zoeken was naar een melodie. Al snel begonnen de eerste onvoorbereide toeschouwers ongemakkelijk op hun stoelen heen en weer te schuifelen. In “Les Yeux To You” nam Tashi Wada zowaar eventjes een doedelzak ter hand. Niet dat het iets toevoegde aan de song, maar het was tekenend voor de aanpak. Alles mag, alles kan. Of het nu een goed idee was of niet. Nooit wist Holter echt te bekoren met haar set, daarvoor dwaalden de nummers te doelloos rond, leken ze vooral op een oefening in gewichtige moeilijkdoenerij. Pas tegen het einde van de set ging het terug een conventionelere richting uit met een knap “Sea Calls Me” en het afsluitende “I Shall Love 2”. Maar tegen dan was het kalf al grotendeels verdronken. Dit was een lukraak ronddobberende set.

Daarna kwam Joan Baez nog voor de derde keer haar allerlaatste Belgische optreden ooit geven, maar dat moesten we aan ons laten voorbijgaan. Deze dag zal vooral geboekstaafd blijven als die waar de Cowboy Junkies kwamen, zagen en overwonnen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in