Ibn Taymiyya :: Bid, vecht en heers

De kans dat de naam Taqī ad-Dīn Ahmad ibn Taymiyya, ook wel gekend als Ibn Taymiyya een belletje doet rinkelen is heel klein tenzij u het soort vrome moslim bent die mogelijkerwijze met IS of het Moslimbroederschap dweept en meent dat het met deze wereld heel erg verkeerd gaat en dat ook uw geloofsgenoten daar schuld aan hebben. Nochtans is Ibn Taymiyya geen haatzaaiende internetprediker, in obscure moskeeën ronddolende imam of zelfverklaarde sjeik maar een rechtsgeleerde die in de dertiende eeuw vooral de (andere) moslimgeleerden en machten meermaals tegen de schenen schopte.

Wie enigszins vertrouwd is met het islamitische geloof, en meerbepaald de soennitische strekking, weet ongetwijfeld dat het niet zozeer de theologen of imams (die eigenlijk niet meer is dan de voorganger in het gebed) zijn die de islam trachten vorm te geven als wel de juristen, de zogenaamde fukaha die als geen ander de fikh of plichtenleer binnen de islam kennen. En zoals het een goed juridisch systeem betaamt, bestaan er meerdere interpretaties en lezingen die in verschillende grote scholen gegroepeerd kunnen worden. Binnen de islam betreft het vier eeuwenoude scholen van min of meer gelijke grote: Hamafi,Mālikī, Shafi`i en Hanbali waarbij die laatste Ẓāhirī weliswaar van de troon stootte, maar desondanks toch het kleine broertje bleef dat vooral in Qatar en Saudi-Arabië vaste voet aan de grond kreeg.

Ibn Taymiyya (1263-1328) was een volgeling van de Hanbali school die bekend staat om haar strikte interpretatie die ze louter op de Koran, Hadith (overleveringen van en over de profeet) en Sahabah (metgezellen van de profeet) baseert en (in tegenstelling tot de andere scholen) elke andere traditie verwerpt. Hoewel Taymiyya van kindsbeen af opgroeide binnen de Hanbali-interpretatie (zowel zijn vader als grootvader waren rechtsgeleerden binnen de stroming) was hij ook vertrouwd met principes uit de andere rechtsscholen en toonde hij daarnaast een grote interesse in onder meer theologie, filosofie, wiskunde en grammatica. Binnen de (middeleeuwse) islamitische traditie mag hij met recht en rede dan ook als een `uomo universalis` beschouwd worden wiens kennis slechts geëvenaard werd door zijn uitgesproken meningen die hem populair maakten bij het volk, net zo goed als ze hem meer dan eens in problemen brachten met de machtshebbers.

Die mix van kennis en rechtlijnigheid vertaalde zich in een stroom van geschriften die ergens tussen de 350 en 700 bedragen en allerlei thema`s behandelt. Ondanks die indrukwekkende nalatenschap bleef Ibn Taymiyya echter lang een randfiguur die door tijdgenoten en latere islamgeleerden als weinig relevant en zelfs als een dwalend denker beschouwd werd. Pas in de 19e eeuw zouden zijn denkbeelden een breder draagvlak vinden en aan de grondslag liggen van onder meer het moslimsbroederschap, het wahabisme en salafisme en zo ook hun weg vinden naar extremistische organisaties als de Taliban en IS. Maar zoals wel vaker het geval is, blijft het gevaarlijk om een denker samen te laten vallen met zijn nalatenschap (getuige het feit dat Taliban en IS elkaars bloed wel kunnen drinken) en is zijn denken veel complexer dan wat huidige aanhangers er van maken.

Met Bid, vecht en heers. Regeren in overeenstemming met Allahs wet ter hervorming van de herder en de kudde(Al-Siyāsaal-sharʿiyya fī iṣlāḥ al-rāʿī wa al-raʿiyya) verschijnt nu voor de eerste maal een van zijn werken in een Nederlandse vertaling waarbij vertaalster Machteld Allan meteen ook het werk en zijn auteur binnen een breder kader plaatst. Bij vertalingen als deze is het immers altijd opletten geblazen, sommige Arabische woorden hebben immers meer dan één betekenis waardoor de vertaler ook een eigen agenda kenbaar maakt door voor deze of gene vertaling te kiezen die het geheel net vredelievender dan wel oorlogszuchtiger maakt. Allan is zich daar ten zeerste van bewust en geef bij ‘dubbelzinnigere’ interpretaties ook de potentieel andere vertaling(en) mee en waarom ze zelf voor een specifiek woord koos. Daarmee krijgt het werk van Ibn Taymiyya soms weliswaar een strijdvaardiger karakter maar tezelfdertijd is de boodschap ook helderder zonder meteen in een rigide fundamentalisme of gewelddadige starheid te vervallen.

Net als de auteur is het werk immers complexer dan op het eerste gezicht veronderstelt wordt en lees het soms zelf opvallend modern. Vooreerst mag meteen duidelijk zijn dat Ibn Taymiyya een onderwerping aan Allah voorstaat en daarbij zonder meer stelt dat ook de heersers niet meer zijn dan dienaars. Geen wonder dus dat het gros van het werk die wetgeving behandelt die vanuit Allah vertrekt en waarbij de mens slechts een uitvoerder is, hoe gebrekkig ook. In die optiek mag het paradoxaal heten dat een slecht heerser die de wetten niet respecteert te verkiezen valt boven onrust en anarchie maar een heerser heeft sowieso Allah aan zijn zijde, anders zou hij niet heersen. Het mag een vreemde denkkronkel heten, maar ze getuigt wel van de plek die Allah in Ibn Taymiyya`s denken inneemt. Het betekent ook dat de jihad hier wel degelijk als een strijd bedoeld wordt, want de wereld behoort nu eenmaal Allah toe en het is aan moslims die te beheren.

Het is een rigiditeit die tezelfdertijd ook de deur voor veel moderne gedachten opent, zo is het doden van ongelovigen weliswaar toegestaan maar wordt ook opgeroepen om wie gevangen genomen wordt niet zomaar te doden. Ook gelden er strikte regels rond belastingen en de plicht ertoe, en is nepotisme uit den boze: de meest geschikte man behoort de taak te vervullen wars van zijn achtergrond of stamboom. Uiteraard blijven zowat al deze verplichtingen en rechten voorbehouden voor moslims, maar welke middeleeuwse christelijke of joodse denker dacht dan wel inclusief? Binnen zijn tijdskader en omgeving geplaatst, is Bid, vecht en heers een intrigerend werk dat niet geheel toevallig vooral bij de machtshebbers en geleerden op weinig sympathie kon rekenen.

Historisch gezien is Bid, vecht en heers uiteraard een waardevol werk uit de eerste eeuwen van de islam, maar het werk verdient ook een plek buiten de academische bastions van middeleeuwse (islam)geschiedenis en arabistiek. Niet zozeer omdat bepaalde al dan niet gewelddadige fundamentalistische stromingen hierin een rechtvaardiging voor hun daden vinden, maar omdat het werk zelf mee bijdraagt aan een beter begrip van de vele interpretaties die een samenleving en religieuze beleving vorm geven. Ibn Taymiyya mag voor de spreekwoordelijke Ali met de fez al even vertrouwd klinken als Johannes Duns Scotus voor Jan met de pet, hun werken behoren niet louter in galmende universiteitsbibliotheken of tochtige cellen gelezen te worden. Het is dankzij vertalers als Machteld Allan, die zich uitstekend van hun taak kwijten, dat eeuwenoude werken een wereld tonen aan moderne lezers die hen vertrouwd maar ook zo vreemd kunnen overkomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in