Trio Kazanchis + 1 :: Sheger

De keren dat er hier werd gesproken over Ethiopische muziek was dat vooral dankzij de avonturen van The Ex met onder anderen Getatchew Mekuria en Fendika. Maar wie op zoek gaat, vindt nog meer. Zo is er ook dit Nederlands-Frans-Ethiopische kwartet dat op even vruchtbare manier een brug probeert te slaan tussen verschillende culturen.

Als je als Westerling aan de slag gaat met muziek uit Ethiopië, dan is de kans groot dat je ofwel iets te maken hebt met het Buda Musique-label – dat de essentiële Ethiopiques-reeks uitbracht – ofwel met The Ex. Jeroen Visser, spilfiguur van de band, heeft banden met beide. In de jaren tachtig en negentig was hij jarenlang de vaste geluidsman van The Ex, een connectie die ook daarna zou aanhouden. Hij was erbij toen The Ex de overstap maakte naar Ethiopië en sindsdien bouwde hij een eigen web van connecties uit. Zo houdt hij er een multidisciplinair project (Fano, combinatie van dans, akoestische instrumenten en digitale technologie) op na met cultureel ambassadeur Melaku Belay, danser en leider van de Fendika-club en de gelijknamige band.

Trio Kazanchis ontstond een decennium geleden, tijdens een jam met de Franse drummer Fabien Duscombs (die op zijn beurt in Cannibales & Vahinés belandde met ex-Ex vocalist G.W. Sok) en de Ethiopische krar-speler Mesele Asmamaw (die hier ook al aan bod kwam via Baro 101, een release voor het Terp-label met Mats Gustafsson en Paal Nilssen-Love). Die sessie vond plaats in de wijk Kazanchis, waar een groot deel van het nachtleven van Addis Abeba zich afspeelt en waar ook Fendika gevestigd is. Het leidde in 2012 tot debuutalbum Amaratch Musica (Buda Musique). Intussen had de band ook al samengespeeld met masinko-meester Endris Hassen (onder andere Fendika), wat leidde tot Trio Kazanchis + 1 en een tweede plaat, Dinkenesh. Eerder dit jaar verscheen dan Sheger, een album waarop de groep opnieuw als kwartet te horen is. ‘Sheger’ is niet enkel een bijnaam voor Addis Abeba, maar ook een uitdrukking voor waar de traditie en het hedendaagse elkaar ontmoeten.

Het grote verschil met de samenwerkingen van The Ex is natuurlijk dat er hier geen gitaren te bespeuren vallen, ook al kan je die soms doen vergeten met de krar, een soort lier die je ook kan versterken. Idem voor de masinko van Hassen, die kan gieren met een verrassende furie. De sound van de band werd eerder al omschreven als psychedelische jazzfunk en daar valt zeker iets voor te zeggen. Zeker met Sheger, waarvoor uitgebreid gebruik gemaakt werd van de studiomogelijkheden. Visser zorgt voor toetsen (soms met een lekker ouderwetse orgelsound die zo weggelopen lijkt uit het Gouden Tijdperk van de Ethiopische pop), basgitaar en rieten, en legt ze regelmatig in lagen op elkaar. Dat zorgt ervoor dat Sheger uitpakt met een voluptueuze sound en grooves die zonder omwegen inwerken op de ledematen.

Soms gebeurt dat met een ronkende en potige kracht, echte Ethio-rock. Vanaf opener “Yegurage Lige Nech” word je meegenomen op een warmbloedige trip met stuwende drums, lome basgrooves en de traditionele instrumentatie die ingebed wordt in die totaalsound. Idem voor aanstekelijke tracks als “Deregiya” en “Dewole”, die aanzetten tot dansen en laatavondfeestjes. Doorheen Sheger krijg je zo een mooie afwisseling van instrumentale en niet-instrumentale tracks, waarin soms nauw wordt aangesloten bij de Westerse rock-‘n-roll-traditie, maar de balans ook eens kan overhellen naar de Ethiopische kant van het verhaal. Zo is het in “Guzoye” vooral dat motiefje van Asmamaw dat blijft hangen, terwijl “Kefikir Belayi” doet denken aan de lokale pop die je in alle uithoeken van Addis Abeba tegemoet waait. Idem voor “Minewi Tesebere”, een traag-broeierige Ethiopische blues die de temperatuur stap voor stap de hoogte in duwt.

Mooie bonus is ook het gebruik van field recordings hier en daar. Zo wordt de jazzy interactie van “K’elebeti Menigedi” op gang gebracht met het geluid van een potje straatvoetbal (inclusief doelpunt), spuit de espressomachine van Enrico Bar Patisserie mee op de achtergrond, en hoor je in “Between” het gehamer van de metaalbewerkers in de befaamde Mercato, een labyrintische combinatie van een daar-vind-je-alles-markt en een openluchtwerkplaats waar je begint te duizelen door de indrukken die je langs alle kanten overvallen. De intensiteit van die indrukken wordt bovendien aangehouden doorheen het hele stuk, dat teert op een donkere groove en uitmondt in een kolkende finale. Al even krachtig is “A Life In A Day”, een beetje The Thing-met-Ethio-inslag, met rollend-ronkende baritonsax, gierende elektronische effecten en knetterend solowerk van Hassen.

Een ander, verrassend hoogtepunt is buitenbeentje “Alewu Mela Mela”, een atmosferisch stuk dat niet zozeer uitpakt met een warmbloedige groove als met een dromerig-etherische vertelling van ambienttexturen en saxlagen, repetitieve drumritmes en geprevelde vocalen die een heel andere wereld aanboren. Maar zelfs zonder die track zou Sheger al de moeite zijn. Visser en Duscombs weten hoe ze moeten rollen, stuwen en songs kleurrijk inkleden, en met Asmamaw en Hassen beschikken ze over lokale meesters die eerder al bewezen hebben dat ze hun muzikale traditie ook in een andere context kunnen laten gelden. Neem daar nog eens de lijfelijke grooves bij en je zit met een plaat die niet alleen goed is voor een feestje, maar net zo goed kan fungeren als een brugje naar het wonderlijke Ethiopische muzikale erfgoed, met figuren als Getatchew Mekuria (aan wie het album opgedragen werd), Mahmoud Ahmed, Alemayehu Eshete, Tilahun Gessesse en hun vele volgelingen.

In afwachting van een Europese release kunnen geïnteresseerden een exemplaar bestellen via music@121234.net.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in