Rock Werchter 2019 :: De tong zo hard in de kaak dat het Picasso wordt

Dag Drie :: Blikkerende tanden

Dag Drie: nog een paar graden warmer dan daags voordien. Scorchio? Scorchio. Hoezo, Fast Show-moppen zijn passé? Doe uw research, cultuurbarbaar.

Strand Of Oaks @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
Strand Of Oaks @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

“Boven de dertig graden is een broek boven de knie” is een boerenwijsheid waarmee Team Enola vandaag de wei op trekt. Wie daar niet aan meedoet: Timothy Showalter. Want terwijl vele stervelingen verkoeling zoeken op het stand van Oostende of Sint-Anneke, kun je op Werchter gelukkig terecht bij Strand Of Oaks. Terwijl we rustig de Barn binnenwandelen, wordt een nummer abrupt afgebroken. Toch last van de warmte met die zwarte vest en strakke broek, Timothy? Nee hoor, de band stond gewoon nog te soundchecken en doet dat lekker ouderwets zelf.

Het zegt iets over het spelplezier van Showalter, die met het knappe album Eraserland, van eerder dit jaar, uit een persoonlijk dal kroop. “Let’s all be connected”, moedigt hij ons met open armen aan. Showalter ziet ons graag en bewijst dat door in februari terug te komen voor een zaalshow, maar vooral door hier vandaag een sterke set neer te zetten. Met “Weird Ways” en “Hyperspace Blues” krijgen we het openingsduo van Eraserland en die weidse, epische rock à la The War On Drugs met een jaren ’80 randje doet het goed in dit mobiele Sportpaleis.

Zo krijgt de gitaarsolo van “Ruby” alle ruimte om de vleugels te spreiden en reikt verder dan de geur van zonnecreme. Bij “Visions” missen we een beetje de wanhoop die in de albumversie schuilt, maar gelukkig wordt dat goed gemaakt met een loden versie van “Shut In”, waarbij de cymbalen ei zo na in tweeën gemept worden. “JM” is daarna een feest van herkenning van op doorbraakalbum HEAL en “Rest Of It” van het nochthans verguisde Hard Love legt de overwinning van vandaag vast. “I keep messing it up”, keelt Showalter het nummer de finale in. Niet vandaag Tim, puik optreden!

Hier is er eentje voor het rijtje shame-IDLES-Fontaines DC. Uit hetzelfde Dublin als die laatsten komt The Murder Capital, en die naam heeft niets met moord- en doodslag te maken, maar alles met de uitzichtloosheid waarin Ierland is beland na de bankencrisis. Frontman James McGovern zag een vriend zelfmoord plegen, en vond de inspiratie voor één van de donkerste jonge bands van dit tijdsgewricht. Dit is the austerity generation aan het woord, de open wonde die de Dijsselbloems en Schaubles van deze wereld achterlieten voor ze de draaideur richting privésector namen. De songs van dit vijftal zijn een lillend “j’accuse”, en met die intensiteit speelt de band ook. Opener “For Everything” knalt uit de boxen als een executiesalvo, de sfeer is die van een kennel waar net één vers bot is binnen geworpen. Hier wordt gesnokt aan kettingen, blikkeren de tanden met maar één oogmerk: de eerste beet.

“Maybe in the rain romance will say goodbye. Well goodbye goodbye”, zingt McGovern, dichter van nature, en je weet dat de jaren tachtig terug zijn. Ook in doorbraaksingle “Feeling Fades” zijn de straten doorregend, grauw en eenzaam, is het kleurenpalet grijsblauw. Eén song wordt aangekondigd als “A celebration of death”. Ze heet “Don’t Cling To Life”. Zwartgalligheid is het nieuwe roze.

“More! More! More!” gaat de mantra van “More Is Less”, een ijzig onderuit schoffelen van all things yuppie. Dit is: power. “Green And Blue” is opgetrokken uit dreinerige dreining, McGovern kijkt ons aan met de blik van een strenge schoolmeester die erg, érg ontgoocheld is in ons. En dan is er “Love Love Love”, dat schuurt en sleept, kraakt en knarst, en voortdurend uit zijn voegen wil barsten. Op dat moment weet je dat The Murder Capital dit jaar al gewonnen heeft. Wat shame en IDLES vorig jaar voor punk deden, doen ze in augustus, wanneer debuut When I Have Fears in de winkel ligt, ongetwijfeld voor postpunk. Het zijn boeiende tijden in de gitaarrock. Benieuwd waar dit over vijf jaar op Werchter staat.

Van ’t Stad naar de Parking, ergens onderweg naar de top. Je voelt dat Tourist LeMC met We begrijpen mekaar een nieuw hoogtepunt heeft bereikt, als in: eigenlijk denk je een half uur niet aan wat vooraf ging. Daarvoor is de heerlijke reggaevibe van “Coureuge viva” te goed, voelt dat zachte bedje zang van Pomrad – voor één keer de Alice On The Roof van dienst – te gemoedelijk in “Oprechte leugens”. En dan is er: Raymond, de soulstrot die “Spiegel” van zijn “Tierlantijn”-refrein voorzag, en dat vandaag ook live komt doen. Nog steeds heeft niemand een idee waar dat hele riedeltje op slaat, maar God, wat komt het elke keer weer aan. Hoe de oude Groenewoud dat “Schooone schijn” aanzet, James Browngewijs, geeft het meteen een extra lading. Betekent het iets? Ja, dit betekent iets. Je voelt het meer dan je het kunt uitleggen.

En zeiden we gisteren iets van een Belgisch Nationaal Zangfeest? Vandaag zijn we daar opnieuw beland, wanneer we dan toch aan ouder materiaal toe zijn. Gek genoeg valt “En route” — ooit zo triomfantelijk — vandaag een beetje dood, maar “Bilan” en zeker “Horizon” worden van voor naar achter meegezongen als de nieuwe volksliederen die het zijn. Zonde dus dat de tent al lang voor het aantreden van Johannes Faes moest worden afgesloten; deze man verdient het grootst mogelijke publiek.

Bear's Den @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
Bear’s Den @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

Straks staat daar Mumford & Sons, eerst mogen de vrienden van Bear’s Den, die twee jaar na “Dew Upon The Vine” nog steeds een beetje verdwaasd in het daglicht staan te knipperen; eindelijk een publiek aan hun voeten. Die doorbraakhit wordt dan ook snel voor de leeuwen geworpen, het breedbeeldgeluid – half folkrock/half roadrock-americana – klinkt zoals het hoort; het gooit de armen open, wil de wereld omarmen. De elektronische onderlaag van “Fuel On The Fire” past er wonderwel bij.

Waarna frontman Andrew Davie zijn hoogstpersoonlijke beerput opentrekt. Dat moeder een licht drankprobleem heeft, dat weten we sinds de interviewronde rond nieuwe plaat So That You Might Hear Me, een songtitel als “Hiding Bottles” windt daar verder ook geen doekjes op. “I’m keeping it together but you don’t know the half of it”, zingt hij, en het gevoel snijdt door je hart. Bear’s Den is een van die uitzonderlijke groepen die er in slaagt grote emoties geloofwaardig te vertolken.

Natuurlijk kun je de muziek te cheesy vinden, te veel drijvend op die typische Springsteen-eightiesklanken, of die verdomde banjo haten – ze slaat ten minste al niet op hol – maar je gelooft Davie en kompaan Kevin Jones wel, en de songs staan er zoals je mag verwachten van gasten die hun voeten in de folkklei hebben steken. Dat is al heel wat, en afgaand op de groeicurve die het duo sinds debuut Islands heeft afgelegd, zit er nog wel marge op. Onze gok? U ziet Bear’s Den nog wel eens op een festival, en het zal niet als opener zijn.

Mix een jaren ’80 politieserie als Miami Vice, de tongue-in-cheeck van Father John Misty en de snor van Borat en je komt uit bij de Australiër Donny Benét. Het internet en de hype die daar opgebouwd is heeft natuurlijk de charme weggenomen om stommelings zo’n fenomeen te ontdekken op het festival zelf. Wie hier staat, kent Donny al en het is waarschijnlijk het concert waarbij we de meeste bordjes in de lucht gestoken zien. Benét, in roze maatpak, leest én beantwoord ze allemaal: “Je wilt een kind van mij? Dankjewel. Je wilt mijn snor aanraken? Kun je erbij? Hier is een haar.”

Blijft zo’n hype muzikaal dan overeind? Ja toch wel, vreemd genoeg. Uiteraard is aperitieftijd en de festivalsfeer daar het ideale kader voor, maar Benét heeft ook een goede liveband meegebracht, terwijl hij zelf de bas omgespt. “Working Out” zet de heupen in beweging en culthit “Konichiwa” is — door het beperkte register van Benét zelf — waarschijnlijk het meest toegankelijke meezingmoment van dit weekend. Een Donny Benét op je affiche is gedroomd materiaal op vooraf in lijstjes met tips te steken, maar kijk, dit blijkt gewoon een goeie liveact.

Angèle @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
Angèle @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

Het was het overwinningsrondje dat te verwachten en te voorzien was. Vorig jaar stond Angèle op de rug van twee singles laag op de affiche, en had ze al een volle tent voor zich. Vandaag, met een debuutplaat onder de arm, is de tent groter, en nog sneller volgepakt, en is de jongste Van Laeken een cultureel fenomeen geworden dat het werk van leerkrachten Frans te lande toch net dat tikje gemakkelijker maakt.

Met een opblaas-mitrailleur parmantig tegen zich aangeklemd is het meteen “La Thune” dat mag openen. Angèle heeft één plaat uit, daar zijn vijf singles uit getrokken, en ze schroomt zich niet om meteen een paar daarvan in de strijd te werpen. Doorbraak “La loi de Murphy” volgt. De zangeres danst zich er doorheen met een naturel alsof het niets kost. Achter haar piano zet ze “Balance ton quoi?” in, en een rijtje danseressen verschijnt aan de horizon dat samen met haar een pesterig middenvingerdansje opvoert. Wat Angèle van seksisme vindt? Mocht uw Frans dat nog niet uitgelegd hebben, dan heeft u het nu wel beet.

Dat haar twee muzikanten voor een opgepompte, snellere versie van het nummer zorgen, met veel kletterende percussie is dan weer een teken aan de wand. Ook in “Jalousie” knallen de drums op een stadionformaat dat niet meer gebruikt is sinds Jean-Jacques Goldman de Franse eighties naar zijn had zette. Want daar ruikt het soms naar, behalve naar lichte tienerpop: naar het meest bombastische uit de Franse popcultuur. Kijk niet verbaasd op als Angèle Van Laeken een soort Mylène Farmer wordt.

Voorlopig maakt dàt niet uit, want wat een triomfje is “Tout oublier” waarop broer Roméo Elvis ginnegappend op het scherm verschijnt. Pesterig lost ze eerst het orgelriedeltje, waarna u netjes mag meezingen, en dat refrein met zijn “whoo-ooh-oohs” netjes doel treft. “Oublie que t’as perdu tout ce que t’avais / C’est simple, sois juste heureux, si tu l’voulais, tu le s’rais”, klinkt het cynisch, want ook dàt is Angèle, een popprinses, maar wel eentje die in haar teksten venijnige kritiek op zelfhulp en de leegheid van het moderne leven durft geven.

Het is prachtig, het is geweldig, maar je voelt dat een uur vullen nog veel is. “T’es beau” is vooral een excuus voor nog maar eens een dansroutine met haar danseressen. Ook “Ta reine” maakt weinig indruk. Dan werkt “Flou”, solo-ingezet op haar programmeerbakje, zoals het ooit begonnen is, weer wel, zo met dat heerlijk dansende Perzische synthriedeltje. Waarna de muzikanten terug op hun voetstukken kruipen, en met teveel spierballengerol ook dat mooi moment overhoop knallen. Ze doen dat ook met “Flemme”, een nochtans weemoedig nummer over onbestemd onbehagen, dat alweer eindigt in een proper dansje. Huppelend werpt Angèle, de immer vrolijke Cath Luyten van het Brusselse ommeland, het publiek kushandjes toe: “merci beaucoup”. Graag gedaan, juffrouw Van Laeken. En probeer ons niet te vergeten als je straks Franse arena’s vult.

Florence + The Machine @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
Florence + The Machine @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

Vult ondertussen al even dat soort gigantische zalen: Florence + The Machine. Drie jaar geleden mocht ze hier headlinen, dit jaar moet ze wat banjo’s laten voorgaan. Wij zouden het als een persoonlijke belediging opnemen, maar Florence Welsh is verlichter dan dat. Blootvoets oreert ze van op haar wolk dat liefde alles is, en dat we onze telefoons moeten wegsteken. “To say it in the Queen’s English: put the fucking phones away.” Humor heeft ze wel, én een goed punt, maar mogen we toch nog wat nota’s nemen, Florence?

Dat haar songs toch wat inwisselbaar hameren en loeien, bijvoorbeeld. Brengt Rammstein tonnen vuurwerk mee, dan steekt Florence die in haar muziek. Zowat elk nummer bestaat uit explosies, ontploffingen, groots pathos. En Florence die draaft als een Duracellkonijn over en weer, draait euforisch pirouettes in “Queen Of Peace”, trekt spurtjes naar de uithoeken van het podium, opdat u toch maar wil meedoen. Ons respect voor zo’n atletisch uithoudingsvermogen is groot; wij zijn halverwege het ‘Start to Run’-programma en hijgen al na tien minuten onafgebroken lopen.

Misschien kost het allemaal geen moeite omdat Florence sowieso vijf centimeter boven de aarde zweeft. “Patricia” wordt aangekondigd als een song voor Welsh’ grote voorbeeld, wiens geest hier ongetwijfeld aanwezig is. “Patti Smith, we welcome you”, gebaart de hogepriesteres, maar wij krijgen het zwaar te moede. We muizen er van onder voor ons met lichte aandrang een heilig oliesel of andere communies wordt opgedrongen.

The Good, The Bad & The Queen @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
The Good, The Bad & The Queen @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

Zo plechtstatig Florence het allemaal aanpakt, zo gibberig staat Damon Albarn in The Barn. Hij is dan ook op trot met The Good, The Bad And The Queen, het hobbyclubje dat hij er met Fela Kutidrummer Tony Allen, Vervegitarist Simon Tong en Clashbassist Paul Simonon op nahoudt. “Order! Or-dér!!!” imiteert hij de voorzitter van het Britse parlement, want ondanks alle grijnzen draait Merrie Land, de tweede plaat van dit project, om politiek en vooral dan het verzet tegen de Brexit. Dat voel je echter niet op dit gezapig, kabbelend optreden. Het ritme is vaak eentje uit een buurland van de reggae, en uiteindelijk zijn het zelfs de trage nummers “Lady Boston” en “Ribbons” die, met hulp van een paar mooie strijkers, met de prijzen gaan lopen. Charmant optreden, maar net iets te gemoedelijk. Kan gebeuren.

En zo belanden we aan The Slope, waar Slow Readers Club een wanhopige gooi doet naar de eerste tekenen van roem. Onze voorspelling? Het zit er niet in. Daarvoor is drummer David Whitworth te veel een onbehouwen beenhouwer, frontman Aaron Starkie een te derderangse Tom Smith. De eerste mept elk nummer de vernieling in met verbeeldingsloze krachtslagen, de tweede wil oud-testamentisch domineren als zijn voorbeeld. Helaas heeft hij niet alleen niets te melden, maar is zijn zang ook te krachteloos. En zo vallen songs als “You Opened Up My Heart” en “Forever In Your Debt” eindeloos plat. “Block Out The Sun” wordt als “a slightly slower one” aangekondigd, dat is een leugen, want opnieuw dendert Starkie er overheen met de subtiliteit van een kudde olifanten. Dat van die roem? Reken er niet te hard op, jongens.

Mumford & Sons @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)
Mumford & Sons @ Rock Werchter 2019 (© Sanne Gommers)

Al weet je natuurlijk nooit. Uiteindelijk staat ook nog steeds het ondraaglijke Mumford & Sons hier als headliner. Laat het maar. Wij gaan voor de combo pintje & pintje. Sleaford & Sons, bedenken we, die supergroep zouden we nog wel eens willen zien: “I fuckin’ hate rockers; fuck your rocker shit / Fuck your progressive side, sleeve of tattoos / Oompa Loompa blow me down with a feather Broken dagger bollock”. En dàn mag die banjo los. Eens zien of hij nog durft.

En zolang we daar niet zijn: tot morgen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in