Rock Werchter 2019 :: De tong zo hard in de kaak dat het Picasso wordt

Dag twee :: Bromance

Dag twee: vier graden warmer dan gisteren, en de affiche zweet met u mee door een redelijk inspannende spreidstand die ze een dag lang volhoudt: tussen pure pop die The Barn de hele dag lang kleurt, en zwartjassen die een schaduw over de Main Stage werpen. Vooral ’s avonds gaf dat een cultuurshock die even verfrissend werkte als de waterkanonnen waar u massaal onder ging staan.

Whispering Sons @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Whispering Sons @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Maar eerst de zwartjassen dus – althans figuurlijk. Whispering Sons mag de Main Stage openen om 13 uur, en gelukkig staat het podium nog in de schaduw. De bedenking of de claustrofobische new wave waarin de band grossiert daar overleeft, is halverwege openingsnummer “Stalemate” al weggeblazen. Dit is niet voor niets zowat de beste Belgische liveband van het moment, punt. Fenne Kuppens, zoals steeds in het wit, lijkt aanvankelijk toch wat onder de indruk van de menigte die al op de been is, maar komt nummer na nummer steeds meer onder stoom tot ze uiteindelijk heel het podium inneemt.

Het geluid is loepzuiver en compromisloos. U zal mee zijn of niet zijn. Kuppens’ stem doet de zon wanhopig zoeken naar een wolk om achter te schuilen, maar helaas. Als ze in het wederom fantastische “Got A Light” het publiek “How are you feeling” toesnauwt, is dat niet om te vragen of de pintjes koud genoeg zijn. Het gejuich wordt onthaald met een “Jaja, dat zal wel, je hebt geen idee”-blik. Aan bindteksten doet Kuppens niet. Dat binden doet een splijtende baslijn een set lang wel voor haar. Drie kwartier lang woelt deze band weer in de ziel tot ze het echte vuil te zien krijgt. Oudjes “White Noise” en “Performance” lossen de houdgreep niet met een geweldige opbouw, afsluiter “Waste” is het orgelpunt dat deze set magna cum laude afsluit. Whispering Sons speelt na een amper een paar jaar al Champions League in de Belgische muziekscene. Dat zou wel eens een heel mooi Werchtertraject kunnen worden de komende jaren.

Kurt Vile & The Violators @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Kurt Vile & The Violators @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Een pak minder intens, maar de ideale begeleidingsband voor de thermometer die zachtjes naar het heetste moment van de dag kruipt: Kurt Vile en zijn Violators. Een set waarvoor het Nederlands dringend een afdoend woord moet vinden als alternatief voor het Engelse “laidback”. Voor de andere omschrijving, “solide”, heeft ze al de gemakkelijkheidsoplossing gebruikt. The Barn loopt aardig vol en blijft dat ook, al heeft dat vanaf halverwege de tent meer te maken met schuilen dan met luisteren. Er wordt gekeuveld over de kinderen, over wat er die dag nog verder op de affiche staat, over het werk – aan de conversaties rondom ons te horen.

Kurt Vile zou dan ook beter te genieten zijn bij een in slaap dommelende zon bij valavond, pintje in de hand, liggend in het gras met het lief dat haar hoofd op uw buik laat rusten. Hetzelfde kan gezegd worden over Viles vroegere band The War On Drugs, en die familieband wordt nog versterkt door de welgemikte “Woo!” die Vile soms in de micro schreeuwt. De weidse arrangementen van The War On Drugs ontbreken, maar Vile sleurt er al eens een banjo bij, en gitaarpartijen vlechten zich tijdens elk nummer in elkaar. Morgen hebben we een tuinfeestje, de soundtrack hebben we al met Bottle It In, waaruit het gros van de set komt. Om het met nog zo’n Nederlands woord te zeggen: impeccable.

Jungle @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Jungle @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Dan is het aan Jungle dat het popfestijn voor de rest van de dag in The Barn op gang mag trekken. Tien minuten voor tijd staat de tent al bomvol, en het dak wordt een uur lang voor het eerst duchtig getest. Op een feestje als dat van Jungle mag er niet te veel nagedacht worden. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de bedenking dat ze toch vooral moeten teren op die eerste plaat keert even hardnekkig terug als de processierups. Prijsbeesten blijven “Busy Earnin’” en vooral “Time”, en we hebben het gevoel dat dat bij een band als Jungle nooit zal veranderen. Het zal u een rotzorg zijn. Het zijn trouwens net zulke bedenkingen die ervoor zorgen dat wij nooit op zulke dansfeestjes uitgenodigd worden. Maar dat hoeft ook niet zozeer.

In een oogwenk verdriedubbelt de gemiddelde leeftijd voor de Main Stage zich plots. “Lang geleden dat we hier stonden”, grinnikt Rivers Cuomo, en hij weet het nog goed: het jaar was 2001, en ook toen al was Weezer een stel has-beens dat almaar minder goeie platen uitbraakte en bleef teren op dat prille begin, toen het een generatie outcasts en nerds wakker schopte. Vandaag teert Weezer al zo lang op die reputatie, dat er journalisten bestaan die dat “meta” vinden. En als er dan een puber is die je wekenlang trollt tot je toch maar “Afrika” van Toto covert, dan krijgen ze misschien nog gelijk ook. Want wat is een groep die op ironische wijze zelfs zijn eigen cruise organiseert anders dan een langgerekte grap waarvan de tong zo hard door de kaak zit dat het Picasso wordt? Cuomo weet het. Cuomo weet alles.

Weezer @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Weezer @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Ook dat hij effectief een geweldige debuutplaat heeft geschreven, en het is met die nostalgische Happy Days-sample en “Buddy Holly” dat de groep meteen aftrapt. “My Name Is Jonas” en “Undone (The Sweater Song)” maken een openingstrio af dat de nostalgie-agenda bevestigt. Dat hij ook in de twintig jaar nadien altijd wel ergens nog een heerlijke single op een kutplaat wist te verstoppen? De bewijzen zijn er naar: “Pork And Beans”, “Hash Pipe”, “Island In The Sun” worden als argumenten om te mogen blijven op tafel gekletst.

Dat Cuomo er met zijn vissershoedje als een amechtige bompa uitziet, zeker wanneer hij met zijn armen een hartjesgebaar maakt? Het. Is. De. Bedoeling. Het is om te lachen, net als de platte beukcover van A-Ha’s “Take On Me” waarvan zelfs Janez Dedt vindt dat het beter kan. Maar dat is dus wat je krijgt van een groep die voortdurend in zijn eigen deuk ligt: een plaat vol schmalzy-eightiescovers. The Teal Album, noemen ze dat dan, zoals ongeveer al hun albums, naar een kleur: appelblauwzeegroen.

Dit is: een uurtje entertainment met een verontschuldigende grijns op de lippen die ontaardt in pandemonium wanneer we dat “Africa” krijgen. Het is entertainment-anno-2019 in een notendop; nostalgie in het kwadraat, in gang gestoken door een stomme meme. Misschien is het wat we nodig hebben in een tijd waarin een dichteres rapt “our leaders are not even pretending not to be demons” en niemand denkt “nou, dat is er toch wat over” – omdat we weten dat het de vinger op de wonde is; even weg zijn, nergens aan denken en meezingen. “Weezer and Belgium; happy together”, lacht Cuomo en hij zet de klassieker van The Turtles in, om er grijnzend een flard van Green Days “Longview” in te draaien. Nog één keer een klassiekertje, om te laten zien dat het niet om de covers gaat? Het altijd even geweldige “Say It Ain’t So” sluit af. Je ziet de frontman denken “en dat is er weer eentje voor het pensioenfonds”. Hij mag dat. Het is hem gegund. Weezer is de perfecte afleiding in een wereld die daar om smeekt.

Janelle Monáe @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Janelle Monáe @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Hoeft niet te smeken, want waar Janelle Monáe ten dans speelt is waar we altijd willen zijn. Want wat een popfestijn is dat toch. Monáe tekent ongetwijfeld voor een van dé hoogtepunten van deze Werchter. Zoals dat met popmuziek al eens gaat, is alles tot op de seconde strak uitgevoerd en is er geen ruimte voor echte spontaniteit. Maar als het écht goed gedaan is, werkt het grandioos. De omkleedpartijen (de vaginabroeken zal u niet snel bij JBC vinden), de moves, de smiles, elk woord dat ze zegt: zoek eender welke set van haar op op YouTube, en u ziet tot in het kleinste detail hoe het was.

En eigenlijk moet u dat gewoon doen. Want wat een juweeltje van een concert. Vranke seksualiteit wordt gevierd, verbinding gezocht, hufters krijgen een trap in de ballen (“Impeach Donald Trump” snauwt ze aan het einde). Dat openingsnummer “Crazy, Classic, Life” begint met Martin Luther King die declareert dat “all men and women are created equal”, is geen toeval. Wat ook helpt, zijn de uitstékende songs natuurlijk. Never a dull moment dit uur, met nummers als “Yoga”, “I Like That” en “Make Me Feel” natuurlijk, die struinen langs vijftig jaar popgeschiedenis en schatplichtig zijn aan motown tot funk, Michael Jackson tot Prince. Enige smet is de protserige gitarist die de solo van “Purple Rain” speelt alsof hij van luchtgitaar doet in een karaokebar.

Maar voor de rest is het genieten, grijnzen en glimlachen met het beste dat pop te bieden heeft anno nu. Wat een présence heeft Monáe ook. Meer nog dan haar uitstekende plaat Dirty Computer van vorig jaar bevestigt ze live dat ze het hoogste schavot op het huidige poppodium alleen maar moet delen met de zusjes Knowles. De troon waarop ze even zit, is niet bij de haren getrokken. Al is er nog werk aan de winkel, want zelfs halverwege de set kan iedereen die dat wil nog vrolijk The Barn binnen gebanjerd komen. En dat is zonde.

Years & Years @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Years & Years @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Monáe is de Queen van Werchter dit jaar en verdient eigenlijk de volkstoeloop die Years & Years nadien op de been brengt. En waarom eigenlijk? Smack our asses and call us Judy: we weten het niet. Years & Years is het doembeeld dat opduikt wanneer je Jani Kazaltzis een synth in z’n poten duwt. Hun platgestreken pop heeft alles niet wat Monáe wel heeft: weerhaken, visie, speelsheid, inhoud, angels, een boodschap. Ja, ze hebben met Olly Alexander een frontman waar je onmogelijk kwaad op kunt zijn, tenzij je Dominiek Sneppe heet. Een aanstekelijke giechel hier, een fout danspasje daar, allemaal goed en wel, maar wanneer hij halverwege de set met een meterslange glitterjurk de lucht in glijdt tegen de achtergrond van een volle maan, lijk je toch meer naar de preselecties van een Oost-Europese songfestivalkandidaat te kijken. Years & Years kan zich meten met Oscar And The Wolf – ja, aan dat niveau zitten we. “Lul maar raak”, bijten de faghags en meisjes die hun A-attest uitbundig vieren op de tonen van “Desire” en slotnummer “King” (de enige twee songs die ze hebben, al de rest zijn demoversies ervan) ons toe. Daar staan we dan. Misschien gebeurt er iets op de Main Stage? Ja.

“The fire is almost out and there’s nothing left to burn” zingt Robert Smith in “39”. Dat was een song die hij schreef toen hij zijn veertigste aan de einder zag opdoemen, een leeftijd die hij met zijn traditioneel optimisme tegemoet zag. Vandaag zijn we twintig jaar en nauwelijks twee platen van The Cure verder. Hij moet dus wel gelijk hebben gehad, toen hij voelde dat zijn passie verdween. The Cure is dead?

Onzin.

The Cure @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
The Cure @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Op Rock Werchter vierde The Cure zijn veertigste verjaardag, en bewees nog steeds meer dan springlevend te zijn. Meer dan twee uur leidde Smith zijn troepen door een selectie songs die zijn weerga niet kende, die je deed noteren ‘noem me twee andere levende artiesten met een gelijkaardige songcatalogus.’ Twee, want we geven u Springsteen. De ander mag u zelf invullen; bestaat niet. Wat Robert Smith op zijn actief heeft, is van een rijkdom en een diversiteit die zijn voet naast David Bowie en Prince mag zetten.

En ja, het begint niettemin wat aarzelend met een “Shake Dog Shake” en een “Just One Kiss” die eerder voor de kenners bedoeld zijn. “Hello again”, mompelt Smith, en hij leidt zijn troepen naar alweer een volgend nummer. Wat klinkt het ook goed, en hoe goed speelt de band! De melodische baslijn waarmee Simon Gallup “Last Dance” inzet is er eentje om in te kaderen, en dan is er “Pictures Of You”, al meteen de tweede uit het dit jaar dertig kaarsjes uitblazende Disintegration, en het soort song waarbij je vanzelf “Wereldnummer” opschrijft. Waarna je er een uitroepteken aan toevoegt, en nog een: “!!”.

Speelt Smith werkelijk blokfluit in de intro van “Burn”? Natuurlijk. Tijdens “Push” wordt achter de band het beeld van de wei geprojecteerd dat de groep heeft; een spiegeleffect dat ons bevestigt in ons aanvoelen. We zijn met veel. Met “Just Like Heaven” zijn we ondertussen bij een Nationaal Zangfestijn beland, “Play For Today” is het traditionele orgelpunt van die beweging; een lang meegebruld “ooohooohoohooh” dat Iron Maidens live-versie van “Fear Of The Dark” doet vergeten. Beklemmender is “One Hundred Years”; een opeenstapeling van kale drumcomputer, cirkelzagende gitaren die shoegaze aankondigen en een hol brullende Smith. “It doesn’t matter if we all die!” is de eerste zin, en de projectie van Holocaustbeelden die wel moet eindigen met Hiroshima, geeft aan dat we diep in het donkerste van The Cure duiken. Dit is een verjaardagsfeestje, we doen dit maar even. Mooi wel: het kusje dat de frontman na afloop van een potig “Primary”, waarin de punkroots van de groep nog open en bloot liggen, op de kruin van Gallup drukt; lang vervlogen is de tijd dat de zanger en de bassist elkaar het liefst op het gezicht timmerden, vandaag zijn we getuige van een openlijk beleefde bromance.

“We’ve just got time for another ninety minutes – hahaaa!” gaat het grappend bij het begin van de bissen. Je weet dat de groep ze moeiteloos zou kunnen vullen, want zelfs na een kleine twee uur moeten de echte hits nog komen. Ze volgen in een half uur lang spervuur. Voor “Lullaby” zoekt Smith de hoeken van het podium op, “The Caterpillar” spat uit de boxen met een vreugde die enkel geëvenaard wordt door het spelplezier van deze band. Zelden zagen we The Cure immers zo genieten van een set, zoveel lol hebben dat het mooi om zien was. Zes, zeven keer neemt Smith na een ultiem “Boys Don’t Cry” met een buiginkje afscheid van het publiek; het was dolletjes. Voor hem, maar nog meer voor ons. The pleasure was ours, Robert.

Kylie @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Kylie @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

Toch maar mooi blijven staan in The Barn: (pn), voor hét festijn van deze Werchter: wat een héérlijk fout feestje geeft Kylie Minogue ter ere van haar dertigjarige (!) carrière. Wie naar de muziek in aanloop naar haar concert luistert, voelt de welgekomen bui al hangen: Spice Girls, oude Madonna, Rick Astley … Dit is een viering van de hitparadepop van de jaren tachtig en negentig, toen het leven nog zoveel simpeler leek (en was) voor wie in het publiek staat. Minogue haalt alles uit de kast, tot groot jolijt van een uitzinnige Barn, en vindt de perfécte toon tussen (terechte) zelffêtering en ironie. Daar kan Madonna iets van leren.

De waarheid moet gezegd worden: Minogues vorige best of dateert van 2004, en gék veel hits zijn er sindsdien niet meer bijgekomen. De timing van deze nieuwe greatest hits en dit nostalgiecircus waarmee ze de hort op is, is dan ook wellicht niet toevallig. De vraag is natuurlijk: hoevéél hits kan een mens hebben. Bij élk nummer in de set gaat er een “Ah ja, juist, die ook nog!” door The Barn. Wat Minogue siert, is dat ze niet goedkoop smalend doet over haar eerste hits als tienersterretje, maar ze in nieuwe arrangementen heeft laten steken, en een post-ironisch pak heeft aangemeten. Zo is het met een brede glimlach meewiegen op stiekeme toppers als “Better The Devil You Know”, “Step Back In Time” en “I Should Be So Lucky”.

De set is verdeeld in vier acts. De vierde act wordt op gang getrapt met een heuse huwelijksceremonie tussen twee dansers, die hun openingsdans doen op “Especially For You”. Daarna wordt een fout trouwfeest op gang getrapt, met “The Loco-Motion” als orgelpunt. Minogue die van treintje speelt met haar dansers alsof ze alle zatte nonkels op uw eigen feest meetrekt, is een beeld op ons netvlies dat Werchter nooit nog hetzelfde zal laten zijn. U lust er terecht pap van en overlaadt een zichtbaar genietende Minogue met de ene ovatie na de andere, tussen drie confettikanonnen door. Dat ook nog.

De echte krachttoer zit ‘m erin dat dat die lekker foute boel perfect blendt met de eerdere act, waarin ze haar beste, perfecte pop laat schitteren. Het pleit voor haar dat ze haar beste nummer tout court, “Confide In Me”, in de hulde betrekt en voorziet van een verrassend donker arrangement. Is dit niet gewoon het meest onderschatte popnummer aller tijden? “Can’t Get You Out Of My Head” en vooral “Slow” (met echo’s van Bowies “Fashion” zowaar) zijn beide popperfectie en zitten terecht in het hart van de set. Eindigen doet ze met “Spinning Around”, na een zinderend ruim uur poppret, waarin nostalgie de boventoon voerde. De jukebox Minogue zal het voortaan meer dan ooit halen van elke mogelijke relevantie, maar als ze er op deze manier mee omgaat, wordt dat nog kirren van plezier. Niemand die zonder glimlach The Barn verlaat. Volgend jaar Sportpaleisje, Kylie? Tot dan.

Die spreidstand dus. Na Kylie naar Tool gaan, is … Ja, wat eigenlijk? Een massa volk staat er niet op Tool te wachten, maar wie wacht, wachtte al dertien jaar. De band krijgt dan ook een open doekje zodra hij het podium opstapt. De extatische geluiden over de huidige tournee hadden iedereen al bereikt – u las vorige week al hoe straf onze man hen in Nederland vond.

Tool @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)
Tool @ Rock Werchter 2019 (© Timmy Haubrechts)

En al dat goeds wordt met de vingers in de neus bevestigd. Zodra Maynard James Keenan hijgend “Aenima” inzet, zijn band en weide vertrokken voor een anderhalf uur durende duistere trip die zonder omwegen gewoon het beste is wat metal, en eigenlijk muziek tout court, vandaag te bieden heeft. Elk seconde klopt de nagel perfect in het midden tussen ratio en emo, vertaald in de wendbare stem van Keenan (die de brulpartijen echter steeds meer laat varen), het in elkaar vervlochten snarenwerk van gitarist Adam Jones en een zich duchtig uitlevende Justin Chancellor. En dat alles onder strikte controle van drummer Dany Carey, de beste metronoom die in een band rondloopt.

En die in de twee nieuwe nummers “Descending” en “Invincible”, mooi van elkaar gescheiden door klassieker “Schism”, een absolute sterrol speelt. Het zijn twee donkere, bezwerende songs die het dichtst aanleunen bij de meditatievere momenten van 10.000 Days, en waarin steeds donkerder samenpakkende wolken onweer aankondigen – en doen losbarsten. 30 augustus is die nieuwe plaat er – die 60 dagen wachten kunnen er na de voorgaande 4800 ook nog wel bij.

Voorts is de setlist een mooie dwarsdoorsnede van de eerdere vier platen, waarin “Part Of Me” van op “Opiate” en “Forty Six & 2” verrassend fel bijten. En waarin “The Pot”, “Jambi” en “Vicarious” glansrijk bewijzen dat 10.000 Days een pak sterker is dan menig zeurende Toolfan al dertien jaar beweert – en dan hebben ze de beste songs (het tweeluik “Wings For Marie”) nog niet gespeeld. De unheimliche visuals, die Jones’ fascinaties voor anatomie en horror aan elkaar koppelen, voelen zo vertrouwd aan dat het lijkt alsof we de band nog maar een jaar geleden aan het werk zagen. Hopelijk kunnen we dat over pakweg een jaar daadwerkelijk zeggen wanneer Tool nog eens in een zaal staat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in