Lungbutter :: Honey

Montréal heeft altijd al een boeiende muziekscene gehad. Daar zitten bekende namen bij als Godspeed You! Black Emperor en Arcade Fire, maar ook onder de oppervlakte broeit er heel wat boeiends in de tweede grootste stad van Canada. Zo is er Lungbutter dat met debuut Honey een kleine splinterbom op de wereld loslaat.  

Lungbutter is een trio dat bestaat uit Ky Brooks (zang), Joni Sadler (drums) en Kaity Zozula (gitaar). De drie dames kwamen om verschillende redenen in Montréal wonen (studies voor de ene, een nieuwe job voor de andere) en ontmoetten elkaar in de experimentele noiserockscene van de stad. Nadat ze eerst allemaal in verschillende bands speelden, besloten ze de handen in elkaar te slaan en doopten ze hun band Lungbutter. Dat is een naam die verwijst naar dik, geel, opgehoest slijm. Het maakt meteen duidelijk dat de band niet van plan is om veel compromissen te sluiten. De invloeden van de band zijn behoorlijk divers: zangeres Brooks was oorspronkelijk afkomstig uit de klassieke muziek, maar tegelijk noemt de band muzikanten als Bill Orcutt, Keiji Hano en Robert Fripp als voorbeelden.

In 2014 bracht de band haar eerste ep Extractor uit, weliswaar enkel op cassette. Dat het zo lang duurde vooraleer de band met een eerste langspeler op de proppen kwam, lag vooral aan een reeks praktische bezwaren. Zo verliet zangeres Ky Brooks Montréal voor een tijdje en was de band nadien niet tevreden met de resultaten van eerdere opnamesessies. Maar nu is er dus eindelijk dat debuut Honey met elf nummers die de bandleden de voorbije jaren geschreven hebben.

De onschuldige albumtitel en de bloemen op de hoes staan in schril contrast met de inhoud van het album. Vanaf de openingsnoten van het titelnummer hakt de gitaar van Zozula er stevig in. Gecombineerd met de praatzang van Brooks — die varieert van ijselijk declamerend tot woest schreeuwend — en de gespierde drumsalvo’s van Sadler, levert dat een geluid op dat schatplichtig is aan pakweg Melvins of Harry Pussy, maar op andere momenten, zoals bij “Solar” of het straffe “Depanneur Sun”, invloeden van Sonic Youth vertoont.

Een dik halfuur duurt het album, maar de band slaagt er in om voldoende variatie in de nummers te leggen. De zware, droneachtige gitaar stuurt nummers als “Vile” en “Flat White” richting sludge. “Henry Darger” — vernoemd naar de Amerikaanse cultartiest — toont dat de band weet hoe een sterke, woeste melodie te schrijven alvorens halverwege het nummer plots tot een rustpunt te komen. Een minuutje bijna-stilte in het oog van de storm, midden in de plaat.

Het trage, logge “Intrinsic” heeft dan weer wat van krautrock. De onthechte zang klinkt eerst ijl, alvorens het overgaat in een geschreeuwde climax. Op “Maryland” en slotnummer “Veneer” leunt het geluid van de band dan weer dichter aan bij noiserock. In “Maryland” contrasteert dat met de onschuldig ogende tekst over de favoriete dingen van zangeres Brooks, terwijl de gitaar van Zozula in “Veneer” dan weer als een cirkelzaag tekeer gaat. Op het einde van dat nummer laat Brooks zowaar de praatzang achterwege om echt te zingen. Hoewel ze zich geen groot zangeres toont — we zijn nog mild — past het wonderwel bij de georganiseerde chaos van het nummer.

Met Honey levert Lungbutter een ijzersterk debuut af. Eentje waarin het drietal een paar decennia noiserock, sludge en hardcore verwerkt tot een eigen mengeling, vooral door het inventieve gitaarspel van Kaity Zozula en de eigenzinnige “zang” van Ky Brooks. Nee, de bron van de Montreaalse muziekscene staat nog lang niet droog. Lungbutter is een naam om te onthouden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in