Chasing Penguins :: Chasing Penguins

Als er een nieuwe release aankomt van Teun Verbruggens RAT Records, dan weet je dat je geen standaard jazzplaat op je bord krijgt. Dat is ook niet het geval met de Portugese gitarist André Fernandes aan het roer, die samen met een sterke band vooral in de weer is met het laten vervagen van contouren.

Fernandes is in deze streken niet zo bekend en heeft een vrij beperkte discografie als leider, maar is wel al jarenlang te horen aan de zijde van uiteenlopende figuren. Zo mocht hij al aantreden naast Lee Konitz én de Portugese Susana Santos Silva. Een andere connectie is pianist Alexi Tuomarila, vermoedelijk ook hoe hij bij Verbruggen terechtkwam. Maar er valt hier nog goed volk uit deze contreien te horen, zoals saxofonist Steven Delannoye, pianist Bram De Looze (ook op Rhodes) en bassist Nathan Wouters. Een band waar je veel kanten mee uit kan, wat ook gebeurt.

In de kop van het album suggereert “Dragao” meteen dat het er dromerig-etherisch aan toe zal gaan, met zachtjes uitwaaierende gitaarklanken die aangebracht lijken met een dun penseel. Verbruggen voegt een nerveuze, maar lichtvoetige, kletterende laag toe, wat samen met een bedwelmend saxspel de indruk geeft van een onstabiele ondergrond. Het is een indruk die doorheen grote stukken van het album bewaard blijft: hier wordt gespeeld zonder expliciete instructies, het voelt aan als musiceren op de tast. Niet richtingloos, wel met een open combinatie van harmonie en ongedurigheid.

Het wordt met “Elon Musk Go” allemaal wat krachtiger uitgespeeld dankzij grovere gitaartexturen, een potiger puls in de ritmesectie en wat kronkelende lijnen van sax en piano. Meer energie dus, maar nog altijd rondtollende, spiralende muziek die weinig heeft met het klassieke rondje solo’s uitdelen. “300 Pessoas” start zachtaardig, met een tenorsax die statig meeglijdt op ruisende cimbalen en pianogedwarrel. Gaandeweg wint het stuk aan kracht, maar blijft het ook duidelijk dat dit een plaat is van vage contouren. Het lijkt alsof er een zijden laken over de muziek gedrapeerd werd om een waas van dromerigheid en ongrijpbaarheid intact te houden. Met “Inhale” ontstaat er een wervelende drive die opnieuw teert op franke contrasten, zoals die tussen de zoekende piano en de nerveuze drums.

De twee composities die Nathan Wouters aandraagt lijken dan net iets transparanter. “Uphill” ontwikkelt een repetitieve intensiteit die Fernandes inspireert om eens lekker scheurend loos te gaan, terwijl “Lotus”, de belofte van de titel waarmaakt met loom dobberende statigheid. Afsluiter “Free Penguins” is een vrije improvisatie die met een kliederende Rhodes en knetterend drumwerk alsnog de deur opent naar onontgonnen terrein. Een mooie bonus, al zou je willen dat ze er zo nog een paar rondgestrooid hadden doorheen het album. Chasing Penguins is niettemin een fraaie plaat, die toegankelijkheid en eigenzinnigheid mooi in balans houdt. Daarnaast is deze doordrongen van een heel persoonlijke signatuur en de moeiteloze souplesse die je intussen van deze klasbakken kan verwachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in