Black Midi :: “Onze songs worden nooit twee keer op dezelfde manier gespeeld. Dat zit niet in hun natuur.”

Ze houden van Death Grips. Ze houden van jazz. Ze maken iets met de woestheid van die eersten en het vakmanschap van dat laatste. Met nauwelijks songs noch andere online aanwezigheid hield Black Midi het hippe Londen het afgelopen jaar in een houdgreep. Nu debuut Schlagenheim uit is, mag de sluier van mysterie worden opgetrokken.

Piepjong zijn ze, en net afgestudeerd aan dezelfde BRIT School for Performing Arts and Technology die ons ook Adele, The Kooks en Amy Winehouse schonk. En toch is het niet wat wij dachten – een soort showbizzschool – zo bezweren bassist Cameron Picton en drummer Morgan Simpson, wanneer we hen onze verbazing voor de voeten werpen dat het instituut zo’n experimentele, uitdagende band heeft gebaard.

Picton:Fun fact: Amy Winehouse heeft er maar twee weken school gelopen voor ze buiten werd geschopt werd. Enfin, zo’n prettig feit is dat nu ook weer niet. (lachje) Er zijn veel alumni van het instituut die behoorlijk out there-dingen doen, hoor. Eigenlijk pushen de leraars je behoorlijk hard om te experimenteren. De school zit vol met mensen die interessante dingen doen, maar natuurlijk hoor je enkel over die paar die wereldroem hebben bereikt.”

enola: Wat heb je er geleerd dat Black Midi heeft gevormd?
Picton: “Openheid. Dat je elk idee moet kunnen toelaten. Niet dat je plots een les krijgt waardoor je denkt: “Oké, nu sta ik open voor alles”. Het is een heel traag proces, dat niet eens zozeer door de leerkrachten wordt gestuurd, maar veel meer door de andere leerlingen rond je. Eigenlijk draait het programma van de school er veel meer rond dat je leert om een carrière in muziek op te bouwen. Het gaat erom hoe de business in elkaar zit, dat je niet moet optreden als je niet betaald wordt, hoe boekhouding werkt als zelfstandige … Dat zijn pas waardevolle skills voor muzikanten.”
Simpson: “Dat is het belangrijkste, denk ik. Het gaat niet om speeltechniek, of iets specifiek dat je moet doen. Er is niet iets in onze muziek dat de school rechtstreeks reflecteert, maar onze tijd op BRIT heeft ons heel duidelijk beïnvloed. Ze reiken je reallife tools aan. Dat je vriendelijk en gemakkelijk in de omgang moet zijn, bijvoorbeeld. Professionalisme, precies.”

enola: Morgan, jij en (zanger/gitarist) Geordie delen een verleden in wat men church bands noemt, een fenomeen dat Vlaanderen onbekend is. Wat moeten we ons er bij voorstellen?
Simpson: “Zo’n church band komt uit de gospelwereld, waar je maar blijft spelen. Toen ik begon kende ik niet veel songs en dan was het gewoon zaak van: “Speel ik een vierde maat, of toch maar vijf?” Mijn vader speelde ook in de band, mijn moeder zong en ze hielpen wel wat, maar eigenlijk moest je ’t vooral allemaal zelf uitvinden op het moment zelf. En hoe meer je dat doet, hoe natuurlijker het wordt om te spelen zonder na te denken. Ik ben verdomd dankbaar dat ik dat op zo’n jonge leeftijd heb leren doen.”
“Ik had meteen door dat hij ook uit zo’n omgeving kwam, gewoon door de manier waarop hij kon inpikken op wat er gespeeld werd. Dat gaat ook op voor Cameron en Matt hoor, zelfs al hebben die niet zo’n geschiedenis. Maar bij Geordie kon ik meteen zeggen dat hij hetzelfde pad had bewandeld.”
Picton: “Je hoort het zo als je er een oor voor hebt. Als je luistert naar de muziek en hoe iemand harmonieën creëert, kan spelen en ook weet hoe hij dat moet gebruiken. Het zorgt voor cohesie in een band.”

enola: Ik zag jullie vorig jaar al op het End Of The Road-festival in Zuid-Engeland, was dat vroeg in jullie bestaan?
Simpson: “Toch niet. De band bestond al zeker een jaar toen, en als concept was het er al sinds de zomer van 2016. Pas in 2017 kwam ik erbij, zijn we echt onszelf langzaam gaan ontwikkelen, zijn we concerten gaan doen, en brachten we een paar nummers uit. Dat moet in mei zijn geweest?”
Picton: “2018?”
Simpson: “Ja. En toen is er heel wat gebeurd. We repeteerden veel, deden belachelijk veel shows,… Tien op twee weken, allemaal in Londen. En dat leverde ons die End Of The Roadshow op.”

enola: Wanneer wist je wat Black Midi aan het worden was?
Picton: “Ergens tussen mei en september 2018, toen we op End Of The Road stonden, na een zomer vol optredens. Toen begonnen de ideeën en concepten helemaal vorm te krijgen. Daarvoor was het vooral een heel gradueel proces van realiseren hoe we vooruitgang wilden maken.”

enola: Hoe zou je zelf onder woorden vatten wat Black Midi is?
Picton: “Een vehikel om onszelf in alle mogelijke muzikale richtingen te pushen die we willen. Het is belangrijk dat het een experimenteel aspect heeft. Ik wil nieuwe dingen proberen, niet vervallen in een routine. Dat is op zich de definitie van experiment, maar het is niet de bedoeling dat het onbeluisterbaar wordt.”
Simpson: “Er moet altijd iets zijn waar mensen grip mee kunnen krijgen op de muziek. Ze moeten het kunnen begrijpen, maar het is niet dat we dat ook in die termen benoemen, en plots beslissen dat iets toegankelijker moet worden. Het gaat op een vrij natuurlijke manier.”
Picton: “We vinden die balans vrij gemakkelijk vanzelf. Het gaat er meer om dat er altijd een goeie riff zal zijn of zo. Eigenlijk moet je ’t zo zien dat we met deze plaat hebben willen kijken wat we konden doen met rockmuziek. Nu dat uit de weg is, kunnen we voor de volgende plaat kijken waar het dan heen gaat.”

enola: En dus begin je een albumvoorstelling met improvisatie. Gaan we die tour op, van Animal Collective dat op concerten de volgende plaat speelde, en niet degene die het te promoten had?
Picton: “Nee, toch niet. Zelfs al worden de nummers die we spelen, nu opgenomen, en zo soort van vastgelegd in de hoofden van de mensen, denk ik vooral dat ze altijd zullen blijven evolueren. Ik zie dus geen reden waarom we die snel van de setlist zouden schrappen.”
Simpson: “Het klopt wel dat de plaat een momentopname is: de songs zoals ze toen waren. We hebben onze songs nooit twee keer op dezelfde manier gespeeld, en dat zal ook nooit ofte nooit gebeuren. Dat zit gewoon niet in hun natuur.”

enola: De studio was een vreemde omgeving voor een livesensatie als jullie. Hoe vertaal je dat dan naar plaat? Probeer je die live-energie te vatten, of werd het iets helemaal anders?
Simpson: “Ik denk dat het wat van beide was. In essentie wilden we die twee vooral heel erg gescheiden houden. Het leek ons weinig steek te houden om te gaan opnemen alsof je speelt in een vervallen krakerspand; je wil gebruiken wat je tot je beschikking hebt. Het blijft wat we live doen, maar met nieuwe middelen. Er staan heel wat overdubs en effecten op de plaat.”

enola: Hoe belandden jullie bij Dan Carey, de man achter Kate Tempest en Emiliana Torrini, als producer?
Picton: “We hebben hem leren kennen omdat hij een van de eigenaars is van The Windmill, de zaak waar we in het begin vaak gespeeld hebben. Op een bepaald moment kwam hij onze studio binnen met de boodschap dat hij het nummer “bmbmbm” geweldig vond, en of we iets wilden doen voor zijn labeltje Speedy Wunderground. Ja, dus. Dat werd min of meer de eerste studiosessie die we ooit deden en het klikte meteen.”
Simpson: “We hebben nadien nog met wat andere mensen gewerkt, gewoon om te kunnen vergelijken, maar diep vanbinnen wisten we dat hij dé man was waar we verder mee wilden werken. Hij had een goed idee van wat hij met ons wilde aanvangen. Hij was gewoon gemakkelijk om mee samen te werken. Hij gaf zijn idee, en als je daar niets mee deed was het ook oké. Er stond geen ego naast hem lastig te doen.”
Picton: “Natuurlijk heeft iederéén een ego, maar hij bleef wel rustig. En dat maakte hem gemakkelijk om mee te werken.”

enola: Het doel, las ik, is iets te maken dat “heavy and danceable” is. Hoe weet je dat je dat bereikt hebt?
Picton: “Dat is iets dat vooral voor sommige tracks opgaat. Het is goed als het stevig aankomt, en dat moet daarom niet per se met distortion en heel luid zijn. Je kunt ook heel stil spelen en zwaar zijn. Het komt er op neer dat we onszelf in verschillende richtingen willen duwen, waar het gaat om harmonieën, structuren. We willen dingen doen die we nog niet hebben gedaan. Daarom is het niet nieuw voor anderen, maar het moet het wel voor ons zijn. Het gaat om het verkennen van onze grenzen, van onze muziek.”

enola: Mag ik “Speedway” lezen als een commentaar op de gentrificatie van Londen? Hoe hebben jullie de stad zien veranderen in de tijd dat je er woont?
Picton: “Toen ik opgroeide waren er hooguit zes wolkenkrabbers, nu staat het vol. Je hebt The Shard, en oké, die is nog wel cool, maar er zijn echt tonnen lelijke gebouwen bijgekomen. Het nummer gaat niet echt over die gebouwen, al zijn ze eyesores, maar eerder over hoe mensen weggedrukt worden uit buurten die ze heel hun leven kennen. Hoe working class area’s middle class area’s worden. En ik heb geluk dat ik bij mijn ouders kan wonen – dat doen we allemaal nog –maar je ziet hoe de rijken de originele bevolking wegdrukken.”
“Ik was vorige week nog in zo’n buurt, en plots zie je hoe daar allemaal van die City-types rond lopen, en ik wil niet lelijk doen over de middenklasse, want ik behoor er zelf toe, maar het is raar om ze daar te zien waar vroeger arbeiders woonden. Ach, ik zou uren kunnen doorgaan over die gentrificatie, maar tegelijk voel ik me er niet comfortabel bij als blanke middenklasser.”

enola: Iets anders dan: waar komt het Pools stuk in “Years Ago” vandaan?
Picton: “Da’s Matt (Kwasniewski-Kelvin, gitarist, mvs). Hij heeft zwaar Poolse roots, die hij daar even vertegenwoordigt.”
Simpson: “Het heeft even geduurd voor ik doorhad dat hij daar iets in het Pools zong. Ik dacht dat hij zomaar wat klanken zong, bleek het dus gebroken Pools. That’s sick.” (lacht)

enola: Maar dus, jullie doorbraaksingle “Talking Heads” haalde de plaat niet?
Simpson: “Tja, we hadden die negen tracks die goed samenwerkten, “Talking Heads” paste daar niet tussen. En het is cool om singles ook als singles te houden.”

enola: Zoals ook de catalogus van New Order doorspekt is met non-albumsingles. Ik vind het wel fijn als een plaat niet overschaduwd wordt door één grote single, maar één geheel is.
Picton: “Dát moest het dan ook zijn: een entiteit op zich. We wilden dat op het album zo goed als alleen maar nieuw materiaal kwam, en wat mensen al kenden vooraf is behoorlijk geupdated. Als de plaat dan in de winkel ligt,zal er op zijn minst iéts nieuw aan zijn. Daar hou ik ook van als fan van een band.”

enola: Tot slot, heb je enig idee waar je met de band naartoe wil? Wanneer zal het in jullie ogen een succes zijn?
Picton: “Een album uitbrengen: dat was al een succes. Ik weet niet wat ik binnen twintig jaar denk, maar ik denk dat ik trots ga sterven, gewoon omdat ik deze plaat heb gemaakt. Ik ben negentien, en ik ben deel van dit album. Dat is iets om te koesteren.”
Simpson: “Zo is het. Dit moet niets groot worden, dit gedaan hebben is al een verwezenlijking op zich.”
Picton: “’t Is allemaal deel van één groot avontuur. In The Windmill spelen: daar was ik op zich al van achterover geblazen. En toen gingen we naar Parijs, speelden we in The Electric Ballroom en The Village Underground. Een single uitbrengen was een vorm van succes, een KEXP-sessies spelen voelde als slagen, echt optreden in de Verenigde Staten dito. Het voelt niet alsof we pieken bereiken, er is geen horizon: we doen gewoon het ene na het andere, en we zien wel waar dat ons brengt. Zolang we kunnen achterom kijken en vaststellen: “Dat was cool. Dat was cool. Dat was cool, en dat ook”, dan blijft het het waard.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in