Jordan Rakei :: Origin

Liefhebbers van zogenaamde neo-soul richten hun blik dezer dagen richting Londen. Daar broeit al enige jaren een ware scene rond het genre, met als exponenten snel groeiende namen als Tom Misch (binnenkort op een Rock Werchter bij u in de buurt) en deze Jordan Rakei. De Australiër met Nieuw-Zeelandse roots vond het in 2015 wat te gemakkelijk gaan in zijn thuisland, en besloot voor enkele maanden uit zijn comfortzone te stappen door te verkassen naar de Britse hoofdstad. Hij zit er ondertussen nog steeds en komt nu met zijn derde langspeler op de proppen.

Origin dus, een werk dat zijn inspiratie vond in “dystopian visions of our future”. Kan best zijn, zolang de songs maar goed zijn, en verdraaid, dat valt behoorlijk mee. In dit genre is één instrument uiteraard belangrijker dan alle andere samen: de stem. Wie zich als man aan soul wenst te wagen moet in staat zijn om vrouwen te herleiden tot hoopjes gesmolten ijsroom terwijl hij hun nummer vraagt. Eerlijk, dat is een vakje dat Rakei met gemak afvinkt. Zo riskeert een wat zwoeler nummer als “You & Me” aan de oorsprong van menige geboorte te liggen.

Sterker nog, die stem is echt wat hem apart zet van de rest. Deze jongen heeft geen walgelijke autotune nodig om continu straffe vibrato’s neer te leggen of de hoge noten te halen, dat doet hij mooi zelf en nog loepzuiver ook. Wat een timbre, wat een beheersing! Hoor hem gaan op “Rolling Into One”, waar hij zowaar de baslijn overtreft in funkiness. Voor wat meer traditioneel gewortelde soul zet u dan weer “Say Something” op met die herkenbaar geharmoniseerde lijnen. Het enige wat hij mogelijks mist, is ietsje meer gewicht als het volume wat omhoog gaat.

Waarom we met al dat positiefs dan toch niet voorbij die verdomde zeven raken? Omdat sommige nummers de boel toch wat doen inzakken. Voornaamste schuldige is “Signs”, dat wat te repetitief is voor zijn eigen goed, met een zeurderig refrein erbovenop. “Speak”, met spaarzame begeleiding op piano, strijkers en bas, is dan weer een erg straffe vocal performance, maar mikt net iets te expliciet op uw zakdoek. Plaats daartegenover een nummer met de rijpheid van een gerookte whisk(e)y als “Mind’s Eye” en u begrijpt waar we naartoe willen. Los daarvan mist het album ook net dat klein beetje aanstekelijkheid, dat spettertje spontaan spelplezier (10x snel achter elkaar herhalen). Daarvoor klinkt alles te beredeneerd, zit alles te strak in de maat. Muziek als deze mag best wat ademen en swingen. Het zou niet verbazen moest ze live, gespeeld door een liveband, beter tot haar recht komen. Laat dat meteen een oproep aan Rakei zijn: volgende keer die samples en quantize buitensmijten en gewoon met een groep de boel opnemen. Dat zou een bommetje opleveren. Het bewijs? Check zijn performance op Lowlands vorig jaar.

Na het album te openen met de vraag “It’s a mad world, why can’t we keep on living here?” – zowaar nog een verdomd goede vraag ook – wordt er toch op een positieve noot geëindigd met “Mantra”. U weet wel, zo’n type nummer dat op het einde van de film de kijker met een goed gevoel naar huis moet sturen ondanks het feit dat er net drie steden en een paar honderduizend man totaal vernietigd zijn. Zo’n nummer dat de kiem voor iets nieuws en beters met zich meedraagt, het begin van de wederopbouw, het begin van een nieuwe hoop. “So sing with me this lullaby, you can’t say we don’t try.” U weet hierbij wat u op Rakeis optredens te doen staat.

Train alvast uw stembanden, want op 5 oktober komt Jordan Rakei de AB in vuur en vlam zetten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in