The Smashing Pumpkins

10 juni 2019 Lotto Arena, Antwerpen

Zo passé dat we hun laatste album niet eens meer bespraken. Zo potsierlijk dat het moeilijk is niet met egomane frontman Billy Corgan te lachen. Maar verdorie, wat gaven The Smashing Pumpkins maandagavond een straf concert.

Natuurlijk is Smashing Pumpkins nooit een grungeband geweest, ook niet in 1991, maar je moet zot zijn geweest om dat toen te ontkennen; als een golf je richting uit komt, dan surf je mee. Kurt Cobain had echter geen anderhalf jaar eigenhandig het genre – en zichzelf meteen maar ook – richting eeuwigheid geknald, of Billy Corgan deed al geen moeite meer. Een pompeus dubbelalbum liet alle twijfel varen dat zijn groepje niet van progrockpretenties is gespeend. Vandaag zit de tijdsgeest sowieso niet mee, valt er niet meer te surfen, en moet Corgan zelfs geen schijn meer ophouden. Sinds hij The Smashing Pumpkins in 2007 opnieuw leven inblies, is alle gêne weg. Op de achtergrond rijzen een opblaasbare tinnen soldaat, een matroesjka en een futuristische kerstboom op, de frontman zelf lijkt met zijn lange zwarte soutane en immer kale schedel nog het meest op Fester Adams van The Adams Family. “Wat is dit? Jarenzeventigprogrock?”, noteren we ietwat verbijsterd tijdens het nieuwe “Knights Of Malta”. We citeren even wat uit de tekst van dat nummer: “We’re gonna ride the rainbow”, “I’ve a starship you can use”. Yup, dit is Yes. Of zo. Iets met capes in elk geval.

Ach, het is nog vroeg, en Smashing Pumpkins heeft op dat moment nog zeker twee uur te gaan. Even wat recente songs slik je dan, daar kan een beetje fan wel tegen, en daarbij: we hebben wél al een machtig openingstrio gehad met “Siva”, “Rhinoceros” en “Zero”. Wat klagen we dan? Wel: dat die drie wel wat tam klonken. En dat “Solara” een wel heel erg generisch Pumpkinsnummer is, zoals Billy Corgan ze sinds de reünie plichtmatig zweet. Of heeft iemand dat Shiny And Oh So Bright, Vol. 1 van vorige herfst recent nog eens opgezet?

Voor u er ons van verdenkt professioneel zeurkous te zijn geworden: dat was het dan. Groetjes.

Want het werd dus goed. In het heerlijke “Eye” (van op de Lost Highway­-soundtrack) krijgen de synths van toetseniste Katie Cole het hoge woord en zoekt Corgan met de microfoon in de hand de hoeken van het publiek op. “Bullet With Butterfly Wings” vonkt, “Tiberius” – recenter en dus helaas ook niet echt indrukwekkend – rolt en ploegt zoals het moet. De groep is zijn spieren aan het vinden.

Toch valt op hoe Smashing Pumpkins nooit een echte liveband zal worden. Dat was het niet op Pukkelpop in 1995, noch op Torhout in 1997. Als Billy Corgan tijdens “Ava Adore” een dansje doet, is het enige referentiekader Theresa May. Het opzwepen van het publiek in “G.L.O.W.” voelt helemaal ongemakkelijk. “Dankjewel” zeggen tegen het publiek? Dat mag James Iha doen, de enige man met nog minder charisma; elk zijn functie. Niet dat hij geen degelijk stukje snaren kan spelen, ook daar: geen klachten. “Disarm”? Wordt een fijn meezingmomentje. En dan verdwijnt Corgan even van het podium, de band mag even tijd rekken met een degelijke cover van “Friday I’m In Love”. Raar.

Wanneer Corgan terugkeert, is er iets veranderd. De poppen zijn naar hun zwart-witkant gedraaid en ergens is een extra vat energie aangesloten. In “Superchrist” komt de machine die Smashing Pumpkins ooit was op stoom, “Cherub Rock” is nog altijd meer natuurfenomeen dan nummer. Nu pas – nu hij niet langer elk nummer ontsiert met een ongevraagde drumsolo – valt opnieuw op hoe belangrijk Jimmy Chamberlin voor de groep is. De gitaren kolken, gieren en zieden, maar het zijn de harde lellen die hij zijn vellen geeft die ons echt kletsen om de oren geven. Dit is waarom deze groep zijn status ooit heeft verdiend; de manier waarop shoegaze en hardcore aan orkaankracht tien met elkaar worden versmolten.

“The Aeroplane Flies High (Turns Left, Looks Right)” is dan weer pure Slint; een weinig vermoede inspiratie van de groep die door de hele grungestempel werd overschaduwd. En dan is het opnieuw tijd voor een covertje. “To Sheila” gaat over in “Wish You Were Here” van Pink Floyd en onwillekeurig vraag je je af of het een sneer of een smeekbede richting voormalig bassiste D’arcy Wretzky is die, al naargelang de verhalen, bedankte of niet werd gevraagd voor deze tour. Haar vervanger Jack Bates staat immers zo kleurloos te schilderen rond het drumpodium dat je al flink moet opletten om hem te zien.

“How many people have seen us before?”, en belachelijk veel handen aan de lucht in. Dit is spelen voor de bekeerden, maar Iha ziet er de humor wel van in. “You must have been drunk, and it was Alice In Chains”. Onzin, we hebben net een “Today” gehad dat “M.A.C.H.I.N.E.” spelt, we weten het nog goed; de honderd dagen in het Sint-Leocollege in 1993, de muziek die tijdens de pauze over de speelplaats schalde, … Sorry, we dwalen af, net als Corgan die verloren loopt in een eindeloze bindtekst over zijn band met België omdat zijn overovergrootmoeder blijkbaar van hier (toch als u van Roeselare bent) is, en dat zijn kersverse dochter Philomena naar haar vernoemd is.

En dan volgt “Muzzle”. Geen idee wat u nog nodig hebt, maar wij niets meer. “I fear I’m ordinary / Just like everyone” zingt Corgan, en Chamberlin attaqueert zijn drums alsof ze dringend een pak voor de broek moeten hebben. Het is zijn verjaardag, hij mag dat. Een stuk taart voor de bissen is zijn deel. Concludeert Iha gortdroog: “Merry Christmas, everyone. Happy Halloween. All the good tidings to you”. “Hummer”, is dat goed nieuws? Straf nummer, dat in elk geval.

Zelden hebben we deze groep strakker en beter gehoord, zonder oeverloze solo’s in nodeloze B-kantjes (àf, “Starla”, àf!) of egocentrisch geruk. De kans dat Billy Corgan ooit de status van has-been overstijgt is klein, maar we zouden het hem gunnen, ware het niet voor die treurige laatste platen. Maar misschien moet dat allemaal ook niet meer. Corgan is 52, dan heb je het Simple Minds-stadium wel bereikt en neemt niemand je het kwalijk als je enkel nog voor de hits en wat eigen gewin de deur uitkomt. En voor de fans geldt dan wat hij daarnet nog zong in “Tonight, Tonight”: “You can never ever leave without a piece of youth” Want ergens in ons hart zal het altijd­ rond 1995 blijven en Smashing Pumpkins een van de beste headliners die ze nooit echt zijn geworden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in