Oh Land

7 juni 2019 Botanique, Brussel

Het gebeurt niet vaak dat een gehypet indiepop-project van weleer live sterker in de schoenen staat dan op plaat. Oh Land bewees in een karig gevulde Rotonde het tegendeel. De arrangementen en het stemtalent staken ver boven de albumversies uit en zorgden voor een waarlijk betoverend concert.

“It’s been such a long time that I’ve been to Brussels”, bekent Nanna Øland Fabricius aan het begin van haar set. Brussel blijkt haar helaas ook vergeten te zijn. Waar ze met haar titelloze tweede in 2011 even het indiesnoepje du jour was, moest Oh Land het ditmaal met een slechts matig gevulde Rotonde stellen. Øland liet deze commerciële tegenvaller echter niet aan haar hart komen en bouwde samen met het enthousiaste publiek aan een betoverende avond. In glitterroze enkelbotjes en rode anarchy-baret ontwapent ze terwijl ze rekwisietsen uit de vleugelpiano graait, gretig anecdotes uit haar mouw schudt en een indrukwekkende setlist doorloopt.

Aanleiding voor dit bezoek is de nieuwe langspeler Family Tree, haar meest ingetogen plaat tot nu toe, waar ze meteen de single “Human Error” uit opdiept. Met de spot op de discobal en haar begeleidende muzikant achter de vleugel, begint de avond sober, maar indrukwekkend. De complexe melodie wordt loepzuiver en schijnbaar moeiteloos modulerend gezongen. Op plaat durft Øland haar stem al eens achter koortjes weg te mixen, maar live komt ze verrassend sterk uit de hoek. Wanneer ze voor “Family Tree” zelf plaatsneemt achter de piano, zie je dan ook een echte artieste in plaats van het soms te gepolijst geproducete hypeje als hetwelk ze bekend werd. Naar het einde toe wordt wat elektronica door de melodie gemixt, die het startschot geeft voor een hoger tempo en meer geëxperimenteer.

“Wolf and I” schakelt van een This Mortal Coil indachtige intro naar betoverende indietronica die Øland zelf van drums voorziet. Ze klopt een vergeten hitje daardoor op tot een bastaard van Bat For Lashes en Emiliana Torrini. Die IJslandse komt ook in de akoestische versie van “Son Of A Gun” even in gedachten binnenwaaien. Oud materiaal wordt meermaals helemaal gerenoveerd — zo ook de doorbraakhit “Perfection”, die tot veel meer dan een amusant radiohitje rijpte. In een veel avontuurlijker arrangement werd het van alle commerciële tierelantijnen ontdaan. Over een soundscape onderstut door percussie blijkt de genialiteit van de melodie pas echt.

Daaruit blijkt andermaal dat Scandinavische keurmerk; ook Oh Land kan namelijk de perfecte popsong voor de meerwaardezoeker schrijven — laat een zwierig “Renaissance Girls” daar nog maar eens aan herinneren. Er mag al eens een flinke hoek af — getuige de speelgoedtrompet die “Speak To Me With Love” kruidt — die zich ook in de lyrics manifesteert, zoals in het Ane Brun-achtige “Salt”, gekaderd als een breakup-song die inspiratie putte uit de onmengbaarheid van zout en zoet water.

Wanneer alle productielucht uit de songs gelaten wordt, staan ze er dus nog steeds. Dat merkte je wanneer het concert tussendoor verstild werd met pianoballades als “Open” of “Coma”, die op een lik elektronica na van alle polish ontdaan werden en zich tot prachtige luistersongs ontpopten. Wanneer het bloedstollend mooie “Love You Better” in de bisronde op de rand van het podium gezeten gezongen wordt, is het dus andermaal duidelijk: de afwezigen hadden zwaar ongelijk, maar zorgden er wel voor dat de paar tientallen aanwezigen een magische avond beleefden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in