Dolor Y Gloria

Na zijn uitdagende, thrashy films in de jaren ’80 (o.a. Mujeres al borde de un ataque de nervios en Atame!) en zijn latere, minder excentrieke, persoonlijke drama’s, die makkelijker aansluiting vonden bij het grote publiek en gretig prijzen pakten op de grote festivals  (Volver of Violeta), dachten we dat we het oeuvre van Pedro Almodóvar ondertussen wel gezien hadden. In het erg ingetogen Dolor Y Gloria,  leren we de ervaren Spaanse regisseur echter van nog maar eens een andere kant kennen. Want ook al vertelde Almodóvar altijd steevast vanuit zijn eigen leefwereld (heel vaak de Madridse LGBTQI-scène), zo persoonlijk en openhartig als in zijn nieuwste meta-film Dolor Y Gloria zagen we hem nog nooit.

Salvador Mallo (een magere en uitgebluste Antonio Banderas), een homoseksuele regisseur uit Madrid die stilaan over zijn hoogtepunt heen is – het wordt je waarschijnlijk stilaan duidelijk waarom het zo’n persoonlijke film is voor Almodóvar – laat ons kennismaken met wat hem tegenwoordig bezighoudt: proberen te overleven met zijn ellenlange waslijst aan fysieke (tinnitus, lage rugklachten, clusterhoofdpijn…) en mentale (terugkerende depressies, moede- en slapeloosheid) kwaaltjes die hem verhinderen te doen wat hij hoort te doen op deze aardkloot: het draaien van films. Hij wentelt zich dan maar in zijn eigen miserie en laat zijn leven geleid worden door zijn persoonlijke assistente Mercedes (Nora Navas) en huishoudhulp Maya. Wanneer één van zijn oudere succesfilms omwille van de 30e verjaardag vanonder het stof wordt gehaald en hij gevraagd wordt om een vertoning in te leiden, wordt er een cascade van gebeurtenissen op gang getrokken die Salvador terugbrengen naar sleutelmomenten en -personen in zijn leven.

Die sleutelmomenten worden ook In parallelle flashbacks weergegeven, waarin we zien hoe de jonge Salvador (Asier Flores) in een arm gezinnetje opgroeide – hun huis was niet meer dan een veredelde grot – onder de vleugels van zijn strenge, maar liefdevolle moeder (Penélope Cruz). In deze flashbacks leren we hoe de protagonist (en lees dus gerust Almodóvar) als prille tiener voor het eerst in contact kwam met de zaken die hem zouden vormen tot wie hij is: Een afkeer van het institutionele geloof, de liefde voor taal en beeld, maar ook de rillingen die over zijn lijf lopen bij het zien van een jong mannenlichaam.

De plot komt wat onconventioneel op gang en een heel aantal verwachtingen die de film schept in de eerste helft worden niet ingelost. Zo lijkt de film op te bouwen naar bepaalde hoogtepunten wat dan niet zo blijkt te zijn of blijken sleutelpersonages (bv. Alberto Crespo) plots niet meer terug te komen in het verhaal. De film kan daarom soms wat ongemakkelijk aanvoelen, maar daarom niet minder boeiend.

Banderas, de gedoodverfde zwoele latino bij uitstek, zet hier zonder verpinken een ontzettend kwetsbare, zichtbaar verouderd en verzwakte Mallo neer. Afgezien van hier en daar een slapstickmoment – we hebben heerlijk gegrinnikt tijdens Mallo’s livepresentatie per telefoon – houdt Almodóvar de toon opvallend ingetogen. Wie zich het schreeuwerige, irritante Los Amantes Pasajeros uit 2013 nog herinnert, kan daar enkel maar om juichen. Wanneer zaken hier en daar dan toch dreigen te ontsporen, wordt de scène steevast stijlvol, in alle sereniteit afgewerkt en wordt er niet voor de gemakkelijk climax gekozen. We kijken hier onmiskenbaar naar een mature Almodóvar, die stilaan precies weet hoe hij de mens en zijn reacties zo oprecht mogelijk op het witte doek moet brengen. Deze film kan enkel gemaakt worden door een cineast die een heleboel jaren en films op de teller heeft staan en rustig de tijd neemt om even stil te staan en zijn carrière en leven te overzien.

Het excentrieke laat zich dus steevast vervangen door melancholie, maar Almodóvar gooit gelukkig niet al zijn trucs overboord. Van bij de start zien we de openingstitels over het scherm rollen tegen een achtergrond van prachtige kleurtableaus en die kleurenpracht zal zich verderzetten tot de allerlaatste minuut: schier elk shot vormt een prachtig samengesteld palet, dat bij wijlen zelfs doet denken aan Wes Anderson. Ook een aantal thema’s die nooit veraf waren in zijn oeuvre steken weer de kop op: de ode aan de moederfiguur (uit Todo Sobre Mi Madre ) wordt ook hier weer heel knap in beeld gebracht door de interactie tussen ofwel de jonge Salvador en Penélope Cruz, of de oudere Salvador en Julieta Serrano, twee dames die naast Banderas ook behoren tot het kransje fetisjacteurs van Almodóvar. Verder situeert de film zich ook in een subcultuur die voor de meesten onder ons vrij veraf staat. Maar laat je hierdoor geenszins tegenhouden deze prent te gaan zien: nooit creëert dit enige afstand tussen film en publiek. De kwalen en geneugten die we op het doek zien passeren zijn steeds des alle mensen en even herkenbaar voor u en mij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in