Kludde : In de Kwelm

De dag dat Enthroned anno 1993 de Belgische black metal op de kaart zette ligt ver achter ons. Het Belgische black metal landschap is ondertussen fiks uitgebreid, met alle denkbare subgenres, cross-overs en kruisbestuivingen. Aan variatie bijgevolg geen gebrek. Wat maakt de Aalsterse band Kludde dan zo uniek in het aanbod? Dat ze teruggaan op de lokale sagen en legendes? In het Aalsters dialect grunten? Een geweldig mix van ruige brutaliteit met melodie brengen? U hoort het allemaal op hun opmerkelijke tweede plaat In de Kwelm.

De Aalsterse band Kludde werd anno 2001 opgericht door Snoodaert en Uglùk. Het duo trad in de sporen van de tweede golf van Scandinavische black metal en haalde tekstueel de mosterd –  in de geest van de Noorse bands – bij lokale folklore en legendes. De groepsnaam is dan ook de naam van een Vlaamse kwelgeest uit de Scheldestreek. Na zijn eerste full length In den Vergetelheid uit 2008 en het podium gedeeld te hebben met Shining, Enthroned, Belphegor, Amon Amarth en My Dying Bride, splitte de groep eind 2009. Tot de bandleden Snoodaert, Uglùk, Cerulean en Basstaerd elkaar vijf jaar later terugvonden en er aan een nieuwe langspeler werd getimmerd. Stichtend lid Uglùk stapte in 2015 op. Vellekläsjer vervoegde de band en anno 2018 trok Kludde de studio in voor hun tweede wapenfeit In de Kwelm.  

Het resultaat is verbluffend. Van bij de openingstrack “Schabouwelijke praktijken I: De Rabauwen” is het duidelijk dat de band de sludge en stoner elementen van hun debuut naar de achtergrond hebben verdrongen en opteren voor een zowel ruiger als zwaarder geluid. De riff is ronduit verpletterend. ‘Behekst, bezeten, zwart als de nacht’ grunt gitarist en zanger Cerulean (u misschien tevens bekend van zijn black metalproject Toorn). Niet dat de woorden en zinnen van de in het Aalsters gezongen teksten te begrijpen zijn. Maar een tekstvel is handig om de massieve growls van Cerulean te verstaan.

In “Kludde IV” mengen dwingende black metalriffs zich met het voorstuwende ritme van crust punk. De ritmesectie van Vellekläsjer en Basstaerd laten u letterlijk alle hoeken van de kamer zien. Stilzitten is er niet meer bij. “Bloedkoesj” en “Schramoeille” (met hier terug wat meer sludge accenten) klinken al even smerig en snedig. Tussen al die brutale onstuimigheid komt bijwijlen melodie bovendrijven. Crust punk invloeden voel je tevens in “Poesjkapelle”. “Kasteelke van Verdoemenis” (gebaseerd op een gedicht van de Aalstse poëet Jan Goffa) is zoals de bovenvermelde kwelgeest: een moerasduivel die uitsluitend ’s nachts tevoorschijn komt, niets vermoedende wandelaars overvalt en zich kenbaar maakt door het gerinkel van een ketting die hij draagt. Zijn slachtoffers zijn verplicht de hele nacht met Kludde in zijn of haar nek door te brengen.

Het “Kasteelke” weegt ook zwaar op de schouders en laat niet meer los. “Schabouwelijke praktijken II: De commerçant” beukt in een meedogenloos tempo vooruit en laat nauwelijks ruimte om op adem te komen. Je kunt Kludde geen gebrek aan variëteit en vaart verwijten. De snelle tempowisselingen worden gedragen door beenharde riffs en vlijmscherpe solo’s. Kludde brengt meeslepende black metal die bijzonder passend wordt afgesloten met het tien minuten durende “De Laatste Reis”, waarin een langzaam opgebouwde doomsfeer zich ontlaadt in demonische en grimmige black metal. Van een heropstanding gesproken…. Hopelijk moet er geen elf jaar gewacht worden op een opvolger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in