Best Of Belgium: De 50 Beste Belgische Platen Aller Tijden – 10 tot 1

Zeven jaar enola, is zeven jaar steun aan Belgische bands. Om onze nieuwe site plechtig in te wijden, gaan we op zoek naar de vijftig allerbeste platen die ooit op deze bodem zijn gemaakt. Van nu tot en met vrijdag: vijftig platen die samen the best of Belgium vormen.

  1. Zjef Vanuytsel :: De Zotte Morgen (1970)

U zal Zjef Vanuytsel onder ‘kleinkunst’ vinden, maar het jasje past hem niet helemaal. Hij schreef zijn zeer succesvolle debuut toen hij net als architect afgestudeerd was. Zijn songs zijn al wat avontuurlijker gearrangeerd met snufjes jazz (“High Society”) en wereldmuziek (“Hop Marlene”). In de teksten observeert hij een Vlaanderen dat vertwijfeld en nog niet helemaal onbolsterd de jaren ’60 is uitgekomen: tussen dorp en stad, rosse buurt en kuise kostschool (“Dag Meisjes”). En natuurlijk regelmatig worstelend met een stevig pulserende kater (“Houten Kop”) en liefdesperikelen (“Ik weet wel mijn lief”). En als hij aan maatschappijkritiek doet (“Wie zijn ze”, “Sociaal zijn” en “Je kunt niet zonder de anderen”), bijt ze als Elsschots “Huwelijk”. Mocht u dan toch nog vinden dat kleinkunst niet cool is: Amenra nam in 2016 een tragere eigen versie van “Het dorp” op, maar zelfs zij konden weinig meer dreiging toevoegen dan Vanuytsel er al had ingestoken. (mvm)

Hoogtepunt: Nauwelijks dieptepunten op dit album, maar de wijds en toch wat somber openbloeiende titeltrack blijft een garantie voor kippenvel.

  1. Melanie De Biasio :: Lilies (2017)

No Deal was het buikgevoel. Blackened Cities was wat niemand anders deed. En Lilies was het omega en het alfa: de laatste noot van een uitgepuurde stijl en het begin van een nieuw geluid. Dat is leeg en uitgestrekt, ontdaan van alle franjes. De Biasio fluisterzingt boven spaarzame landschappen en brengt af en toe iets in beweging – een beat, een orgel, een piano. Luister naar “All My Worlds” en je begrijpt waarom al die leegte nodig is. Voor de kleinste suggestie heb je de grootste ruimte nodig. Melanie De Biasio is incontournable. (pvw)

Hoogtepunt: Je zit vijf minuten diep in het rafelige “All My Worlds” wanneer de boventonen van die glasheldere piano, die welbeschouwd nooit weg is geweest, zich als rook door je ziel verspreiden.

  1. Soulwax :: Much Against Everyone’s Advice (1999)

Het laatste album waarop de Gentse broers Stephen en David Dewaele nog voluit de rock-kaart trokken. De dance invloeden van hun bijberoep 2manyDJ’s, waarmee ze later de wereld zullen veroveren, zijn hier nog maar met mondjesmaat hoorbaar. Much Against Everyone’s Advice is de som van de invloeden die de muzikale kameleons Dewaele in zich opnamen. Alternatieve rock, britpop, triphop, pop. Alles wordt door de Soulwax-mixer gehaald en tot een geheel eigen geluid samengevoegd. Waar ze zich later wel eens durfden verliezen in hun experiment klopt alles hier wonderwel. Een album dat heel erg nineties aanvoelt, maar ook nu — twintig jaar later — nog niet gedateerd klinkt. De Dewaeles waren misschien succesvoller als DJ’s, maar nooit maakten ze een betere plaat dan deze Much Against Everyone’s Advice.  (bw)

Hoogtepunt: “When Logics Die”. Een sleper, zowaar.

  1. Starflam :: Starflam (1998)

Ha, u dacht dat Roméo Elvis de eerste Franstalige rapper van België was? Think Again, want niets is minder waar. In de jaren 1990 legden De Puta Madre — in een lijstje met meest onderschatte Belgische platen staat hun Une Balle Dans La Tete (1995) los in de top drie — en de Luikse crew Starflam, de fundamenten voor wat later komen zou. Starflam, met onder meer Balo (later Baloji) en Akro in zijn rangen, zorgde in 1998 voor de meest diepgaande en complete Belgische hiphopplaat tot dan. Een die niet moest onder doen voor het toenmalige werk van hun Franse collega’s van IAM. Met opvolger “Survivant”, die de monsterhit “La Sonora” bevat, volgde drie jaar de verdiende doorbraak bij het grote publiek. (mba)

Hoogtepunt: Geïnspireerd door Brels “Le Plat Pays”, fulmineert de crew minutenlang in het rond. En of ze raak treffen. Meer dan twintig jaar na datum hebben hun woorden nog niks aan actualiteitswaarde verloren: “Ce plat pays qui est le mien, qui lentement agonise / D’un trop plein de haine et de convoitise”.

  1. Gorky :: Gorky (1992)

De oer-Gorky, toen nog met i-grec. Derde werden ze in de Rock Rally van 1990. Maar het jaar daarna pakte het trio meteen uit met een klassiek debuutalbum. Singles als “Anja” en “Lieve Kleine Piranha” werden grijsgedraaid op de radio, albumtrack “Mia” groeide later zelfs uit tot een tijdloze klassieker. Luc De Vos’ wat hese stem, de dynamiek van de ritmesectie achter hem, tekstflarden die sindsdien tot het collectieve geheugen zijn gaan behoren (“De middenstand regeert het land”, “Alleen Elvis blijft bestaan”): dat waren de ingrediënten die van Gorky de eerste echte Nederlandstalige rockklassieker van ons land maakten.  Botsingen tussen Luc De Vos en de anderen over de toekomst van Gorky werden de groep fataal. De Schutter en Bonne poetsten de plaat, Gorky werd Gorki. Maar zo straf als het debuut werd het nooit meer. (bw)

Hoogtepunt: “Lieve Kleine Piranha”, een verscheurend mooi liefdeslied.

  1. TC Matic :: TC Matic (1981)

Die openingsakkoorden in glas! Die elektrische heggenschaar die er even later tussen komt gefietst! Het is ondertussen bijna onbevattelijk hoe modern het debuut van TC Matic destijds moet hebben geklonken, zo ergens tussen de hipste discoplaat, en een late reutel van de punk in. Het had iets van beide, maar was toch vooral iets helemaal van zichzelf, eeuwig voortgedreven door een elektronische groove, een rubberen bas, en altijd daaronder die gierende synths van Serge Feys. Oh, en er was natuurlijk de gitaar van Jean-Marie Aerts, die desnoods zijn instrument omdraaide om op een restfractie snaren te spelen — dat zou voor een volgend album zijn, hier hebben we de dansende onzin van het officieus Belgisch volkslied “L’union Fait La Force”, de onstuitbare drive van “With You” en “Stop Rock”; altijd met een Aerts die ergens achter in de groove staat te boren, te kloppen of te zagen; een werkmens gelijk. Niemand heeft ooit een gitaar aangedaan wat Aerts met het ding deed. Dat is heel erg jammer. (mvs)

Hoogtepunt: “Viva. Boema. Patatten mé saucissen”. Belgisch absurdisme heeft nooit funkyer geklonken. Wat. Een. Baslijn.

  1. dEUS: In A Bar, Under The Sea (1996)

Met Worst Case Scenario had dEUS al een bom gelegd in het Belgische muzieklandschap. Ineens was de blik niet meer op de kerktoren gericht, maar op het buitenland. Op 120 Minutes op MTV, enzo. Maar dan verliet gitarist Rudy Trouvé de band, om te gaan schilderen enzo. De Schot Craig Ward werd aan boord gehaald en de band dook de studio in om hun meest eclectische album ooit op te nemen. Want alle kanten opspringen, dat deden Barman, Carlens, en co op In A Bar, Under The Sea. Van bijna gepolijst, tot rauw en rafelig. Van lo-fi tot vervormde vocals. Dit album was het resultaat van een band voor wie op dat moment de sky the limit was. Nadien verliet ook Carlens dEUS en werd de band helemaal Barmans ding. Zo dwingend, wringend en gedurfd als op dit album werd het echter nooit meer. (bw)

Hoogtepunt: “Fell Of The Floor, Man”, waarin alles wat het album zo geweldig maakt samenkomt.

  1. Noordkaap – Gigant (1994)

De muziekgeschiedenis is ruim voorzien van muzikantenduo’s die als ze samen muziek maken de som der delen overschrijden. In de Vlaamse rock is het duo Stijn Meuris en Lars Van Bambost misschien wel het beste voorbeeld. Eerst was er Will Turas “Arme Joe”, dat de band op Humo’s Rock Rally reanimeerde, maar na twee prima albums was het toch vooral nummer drie, Gigant, die de band haar plaats aan het firmament van de Vaderlandse muziekscene bezegelde. Zich van de Nederlandse taal bedienen om te rocken blijft een minder evidente keuze. Dat is jammer, want op deze plaat bewijst Meuris nochtans dat het perfect kan. Woede, venijn, het komt er allemaal uit. Tel daarbij het knetterende gitaarspel van Van Bambost en een band die er met een paar albums in de vingers staat en het resultaat is een album vol klassieke songs. Van “Laat Ons Bidden” over “Druk In Leuven” tot “Gigant”, en nog tien andere: Gigant is een bijna perfect album. (bw)

Hoogtepunt: Het moment dat Meuris “Gigant” schreeuwt. Een oer-schreeuw.

  1. dEUS :: Worst Case Scenario

De plaat met de onvermijdelijke klassieker (“Suds & Soda”), de voorspelbare referentie. De plaat die dEUS op MTV bracht, zelfs tot op de tv van Beavis & Butthead. Het product van de meest legendarische line-up van de band, die enkel uit tegengestelde karakters leek te bestaan. Allemaal waar, maar het doet soms wel een beetje vergeten wat voor een bizar beestje Worst Case Scenario eigenlijk was – en nog altijd is. Hoe ver van evident het is dat de plaat zo’n status heeft. De muziek klinkt schots en scheef, hangt nauwelijks aan elkaar. Worst Case Scenario bestaat uit piepende en krakende gitaren, een snerpende viool die afgestemd is op stoorzonderfrequentie, drum en baspartijen gedrenkt in absurdisme, en abstracte teksten. Maar in alle nummers weerklinkt een urgentie, een onverbiddelijk “nu”, dat zelfs na 25 jaar nog altijd hoorbaar is. Zelden heeft zo’n schreeuwlelijke – maar tegelijk oh zo schone, briljante – plaat zo hard voor de aflossing van de wacht gezorgd. Misschien zelfs nooit. (ml)

Hoogtepunt: Wanneer “Lets Get Lost” na een fluisterende eerste helft openbreekt in een orgie van lawaai, waarin alle instrumenten als staalplaten tegen elkaar schuren. Het geeft misschien wel het best alle contradicties van dEUS-anno-1994 weer, de contradicties die Worst Case Scenario haar unieke karakter geeft.

  1. Jacques Brel :: Olympia 64

Er kan er maar één de grootste zijn, en het is de man die al bij leven de naam Grand Jacques had. Natuurlijk is het niet evident platen kiezen bij iemand uit zijn singlesgedreven tijdperk, maar deze springt er hoe dan ook uit. Olympia 64 is Brel op zijn levendigst, hét testament  van de vertolker die de Bekendste Belg Ooit destijds moet zijn geweest. Hoor hoe hij acteert in “Tango Funèbre”, hoe zijn stem de golfslag van “Le plat pays” leidt! Op Olympia 64 vind je verder geen bekende nummers, eerder een voor het eerst gespeeld “Les Timides” of “Les Jardins Du Casino”. Liever liet Brel nieuw werk horen. Daar opende hij ook mee, en zelfs al had het publiek dat “Amsterdam” nog nooit gehoord, het werd meteen zo’n triomf dat Brel nooit meer een poging deed om het beter op band te krijgen; deze versie zou de definitieve worden. En zo zou het ook zijn met Olympia 64; wie wil begrijpen wat de oerkracht Brel in die jaren was, begint en eindigt hier. (mvs)

Hoogtepunt: “Amsterdam”, what else? Drie minuten drieëntwintig schetst Brel het zeemansleven-aan-wal om niet anders te kunnen eindigen dan dat “Et ils pissent comme je pleure sur les femmes infidèles!” En dan alles gewoon even op zwart voor het verder gaat. Even ademen is gewoon nodig.

De Keuze Van Bert Dockx (Flying Horseman/Dans Dans): Frank Gratkowski / Fred van Hove / Tony Oxley ‎:: GratHovOx

Antwerps pianist Fred Van Hove is een sleutelfiguur binnen de Europese improvisatie-scene, en een soort (nog steeds relatief verborgen) nationale schat. Ik vermoed dat hij bekend staat als een beetje een geweldenaar (hij speelde op het legendarisch lawaaierige cult-album Machine Gun van Peter Brötzmann), maar ik hou eigenlijk meer van zijn wat zachtere, mysterieuze, impressionistische kant. Persoonlijke favoriete tracks zijn “Ballade Voor Honger En Onrecht” (een even melancholische als apocalyptische kerkorgelsolo uit het album ‘Pijp’), “The Great Falls” (openingstrack van solo-album Passing Waves) en zijn bewerking van “‘K Zou Zo Gere Willen Leven” van Walter De Buck. Maar het beste, meest bevredigende volledige album dat ik van hem ken is GratHovOx, een ontmoeting tussen Fred en twee andere meester-improvisatoren, drummer Tony Oxley en blazer Frank Gratkowski. De muziek die ze samen spelen is atmosferisch, subtiel, kleurrijk en enorm gedetailleerd. De chemie tussen de drie muzikanten en het spelplezier zijn elk moment voelbaar. Dit wordt wel eens ‘moeilijke muziek’ genoemd, maar voor mij is het heel aangenaam vertoeven in de wonderlijke klankwereld die hier spontaan wordt gecreëerd.

 De Keuze Van Pascal Deweze: TC Matic :: L’Apache

De belangrijkste Belgische plaat voor mij was ongetwijfeld Worst Case Scenario  (“Als die gasten met die rare muziek naar buiten mogen komen, mogen wij dat ook”, dixit Metal Molly), de Hairfacts EP van Evil Superstars de grootste uppercut die ik me herinner (“Als die gasten met die rare muziek naar buiten mogen komen, mogen wij dat ook”, dixit Metal Molly), maar de beste Belgische groep die mijn surrealistisch Belgisch hart sneller doet kloppen is toch TC Matic. Hoekige white boy funk vermengd met tekstbeelden die recht uit een schilderij van Ensor of Magritte leken te komen; niemand wist onze nationale nonchalance op zo’n kinderlijk manier te vatten.

De jaren ’80 was dan ook een perfect voedingsbodem: de funk had net vaste voet aan de grond, Thatcher en Reagan leverden voldoende energie om schuimbekkend op een podium te gaan staan en de platenfirma’s voldoende budget om dat schuimbekken in een degelijk studio uit te proberen. De vroege TC Matic wist als geen ander alle uitersten die popmuziek spannend maken in een schone balans te vangen: groovy maar niet op een pedante manier, sexy maar met een verzorgd decadent randje. Het was zelfs intelligent maar als je niet oplette (“Viva Boemma, pataaten met saucisse…” kon dat laatste je wel eens ontgaan.

Normaliter zou ik dan moeten kiezen voor het debuutalbum met daarop de klappers “Viva Boemma”, “Oh La la la”, “With you”… Maar mijn favoriet nummer van hen is toch “Middle Class and Blue Eyes” en dat staat op L’Apache, hun tweede elpee uit 1982. Die voortdenderend, kale beat, zeer post-punk en tegelijkertijd bijna een angstige voorbode van de New Beat die al bijna bij de ingang staat te trappelen. Minimalistisch maar niet té. Disco maar dan te cool om toe te geven dat het gemuteerde disco is. Een nummer dat nauwelijks pretendeert een nummer te zijn maar tegelijkertijd feilloos doel treft; meesterlijk. L’Apache heeft bovendien ook nog “Que Pasa” in aanbieding, het nummer met een van de meest onbeleefde intro’s die ik ken. Als ik zelf met muziek bezig ben, zijn er wel eens momenten waarbij ik mijn helden over m’n schouder voel meekijken. Als ik met tekst bezig ben, hoor ik af en toe wel eens Dylan meewarig z’n hoofd schudden. Als ik een akkoord aansla op piano kan ik Stevie bijna horen denken :”dat zou ik niet nemen…”. En als ik dan een kaal skelet van een groove vind, zie ik soms in gedachten de jonge Arno met z’n been beginnen wiebelen en weet ik dat ik een kleine goudader heb aangeboord… Soit, TC Matic, L’Apache, thank you.

1 REACTIE

  1. Ok,elk zijn meug.Maar waar is Kandahar-Long live the sliced ham,The Pebbles-same,Wallace Collection-Laughing Cavalier,The Scabs-Jumping the tracks,en last but not least Irish Coffee-same?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in