Best Kept Secret 2019 :: Band zkt. zanger

Dag Twee

Hoofd buiten de tent gestoken en yup: Boutique of niet, dit is gewoon een festivalcamping als alle andere. Gelukkig is het ontbijt wel wat waard en kunnen we gevoed aan onze werkzaamheden beginnen. Wacht, werk? Waar kunnen we ons ontslag indienen? Wij doen dit enkel als het voor de leut mag.

En met leut begint het ook. Met een naam als The Nude Party verwacht je een bende dolgedraaide surfpunkers, maar dat is het niet. En een strip-party ook al niet. Wat staan wij hier verdomme te doen dan? Ah, omdat deze 6 studentikoze Amerikanen naar hier zijn gekomen om ons omver te blazen, en dat doen ze ook, zonder pretentie en dikkenekkerij. Hier staat een band die zijn invloeden niet wegsteekt en goed naar massa’s Southern Rock heeft geluisterd alvorens er een eigentijdse draai aan te geven. We horen rechttoe rechtaan rock-‘n-roll, met hier en daar een hint Rolling Stones. Die riff uit “Feels Alright” voelt immers wel héél erg weggelopen uit de jaren zestig, maar past wonderwel in deze 21ste eeuw. En als er ooit nog eens een biopic over Jim Morrison komt – Dexter Fletcher was nu toch lekker bezig met Bohemian Rhapsody en Rocket Man – moet zanger Patton Magee zeker eens bellen, maar daar houdt de gelijkenis (gelukkig voor hem?) op. Er zit trouwens nog meer zangtalent in de groep: tweede gitarist Shaun Couture heeft een twang en grain om u tegen te zeggen, en de rest verrast in “Water On Mars” of “Chevrolet Van” met harmonieën à la Beach Boys. Cruisin’ music om op repeat te zetten, de gaat tent overstag. Klus geklaard, wij zijn vertrokken.

01 Sports Team-5876Next stop: Sports Team, piepjong en surfend op het succes van wat radiohitjes. Op de tonen van Robbie Williams’ “Let Me Entertain You” betreden ze het podium. Welja, doe dat dan maar hé. We leggen de lat voor deze potentiële eendagsvlieg niet te hoog en daarmee maken we het hen gemakkelijk. Frontman Alex Rice stuitert over het podium als een rubberbal, vestimentair ziet het er uit als de collectieve lelijkheid van de jaren negentig opgeteld. Noem het: Pulp. Het klinkt helaas meer middle of the road Britpop dan die legendarische groep. Zelfs al is hitje “Kutcher” nog een aardig “Hey Leonardo” voor deze tijd, elders zakt het gezelschap dan weer genadeloos door het ijs en na dik veertig minuten zit het er vrij onceremonieel op. Sports Team heeft deze zomer verdiend, maar om een tweede over te houden, zal hun debuutplaat toch sterker moeten zijn dan wat we nu zagen.

Rampspoed aan de FIVE dan weer, waar Lucy Dacus haar vlucht twee uur vertraagd zag en haar optreden op Best Kept Secret bedreigd. Uiteindelijk kan de countryzangeres met een kwartier vertraging het podium betreden en terwijl haar band in een andere auto nog richting festival sjeest, brengt ze alvast wat nieuwe, nog niet opgenomen nummers. “I Would Kill Him” is van de morbide soort, met een Dacus die iemand belooft de ogen uit te steken. Je kunt een speld horen vallen op dit anders best luidruchtige festival. Een volgend nummer gaat over een vriendin die de song nog niet heeft gehoord, vertelt ze. “I feel a bit funny about that. But today just is… today.” Waarna haar band eindelijk arriveert en voor een laatste kwartier ronkende countryrock de instrumenten omgordt. Een gierende gitaar laat “Yours & Mine” nog eens heerlijk oploeien, setsluiter “Night Shift” krijgt een uitgesponnen grungy outro die het niet misstaat. En dan is het alweer tijd. Wie te laat is begonnen, moet niet rekenen op clementie; festivals moeten daar genadeloos in zijn.

04 Phosphorescent-5964

We konden sowieso niet blijven, want op de ONE staat Phosphorescent gepland en die had ons al in oktober naar dit moment doen uitkijken. Toen was het koud en nat, en in de Botanique deed zijn lang en uitgesponnen concert verlangen naar een zomerse passage op dit strand. Vandaag is het zover en beseffen we dat 27 graden echt wel héét is. En misschien speelt dat Matthew Houck en band ook parten, want hoe goed het allemaal ook klinkt; alles passeert wel heel gezapig. Niet dat “Terror In The Canyon” geen goeie opener is. De hammond van vrouwlief Jo Schornikow voert het hoge woord, draagt ook de zwierige country van “New Birth In New England”. “Don’t I know ya?”, vraagt Houck zich af, maar geen blik gaat richting eega; professioneel blijven.

De versnelling zakt daarna wat lager. “My Beautiful Boy” is wel heel kabbelend, “There From Here” is cruisen op de highway aan een wel heel mak tempo. Dan is de swingende boogiepiano van “Nothing Was Stolen (You Can Love Me Foolishly)” spannender, net als de vocoder die “Christmas Down Under” een jaren tachtig-tintje geeft. In “Around The Horn” laat de groep zich echter afzakken tot het niveau van iets te bezadigde jamband en het duurt tot afsluiter en wereldnummer “Song For Zula” vooraleer Houck opnieuw iets van pit toelaat. Eeuwig zingt die synthloop in het rond, de zanger zoekt de frontstage op, om aan de eerste rij wat knuffels uit te delen. Charmant, net als dit optreden, dat niet de bevlogen vertoning werd waar we op hadden gehoopt.

05 Fat White Family-6047Zou het aan de verzengende hitte liggen? Want ook Fat White Family presteert niet zoals op voorhand verhoopt werd. Na een noodgedwongen pauze (er moet al eens afgekickt worden van drugs) heeft de band rond broers Lias en Nathan Saoudi duidelijk opnieuw de punkklepel gevonden, want het nieuwe album Serfs Up! is een stomp van jewelste. In tegenstelling tot The Nude Party eerder slaagt Lias Saoudi er niet echt in om de tent mee te krijgen. Nochtans doet de man meer dan zijn best: hij banjert van links naar rechts, trekt na één nummer al zijn hemd uit en giet ter verkoeling een flesje Spa over zijn hoofd, waarna hij lustig op zijn elan verdergaat. Saoudi is zeker een gepassioneerd performer en hij meent wat hij zingt: zijn dreigende zang en in your face podiumprésence zijn niet te negeren. In “When I leave” springt hij ei zo na het publiek in, om dan toch braafjes terug naar zijn bandmates terug te keren. Hij blijft de rest van het optreden van links naar rechts jakkeren, maar écht contact is er niet of nauwelijks.

Bij deze is ook de terugkeer van het keyboard in de rock en punk officieel, want net zoals bij The Nude Party is hier een hoofdrol weggelegd voor dit instrument. En ’t is een meerwaarde van jewelste: in “When I Leave” kraakt en piept het langs alle kanten. Bij Fat White Family kijken ze trouwens niet op een instrument meer of minder: zien we daar niet plots een baritonsax opduiken en ook een dwarsfluit? Het zijn niet meteen instrumenten die we associëren met punkrock, maar het werkt wel. “Bobby’s Boyfriend” is dan weer een trage, die iedereen de kans geeft om het zweet wat te laten opdrogen. Toch is de band het meest overtuigend in de pompende en jakkerende songs van Serfs Up!, al brengt dat niet echt veel vernieuwing of een nieuwe dimensie aan het genre bij.

Het is ondertussen wat minder warm geworden, dus Robert Pollard en de zijnen zetten er de beuk in. Guided by Voices maakte er vroeger al een sport van om zoveel mogelijk nummers in een optreden te proppen en ook vandaag – kniediep in wat Wikipedia “De Tweede Reünie” noemt – staat na tien minuten de teller al op vijf, en na minder dan een half uur al op tien. Als Pollard begint te zingen, vrezen we even voor een herhaling van het Primal Scream-euvel, maar al gauw blijkt dat het aan de geluidsmix ligt en klinkt het grijze indie-icoon snedig en to the point, al zingt Pollard al eens nét naast de toonladder, maar wie neemt dat een 61-jarige kwalijk?

Het is een prettig weerzien met deze veteranen uit de jaren negentig, die altijd al meer voor de veelheid van hun songs dan de verscheidenheid ervan bekend stonden. “My Future In Barcelona”, “I Am A Tree”, ze verlopen allemaal volgens het min of meer zelfde stramien, een vorm van melodieuze punkrock die sterk aanleunt bij The Clash en dus nooit langer blijft dan welkom. Het is voer voor nostalgici, zeker, toen een bandje nog gewoon een bèndje was, zonder veel poespas, en je op dat niveau jarenlang kon blijven meedraaien. Pollard en de zijnen bewijzen dat indierock niet dood is, hoogstens wat grijzend en dikker. Maar hé,  dat worden we ooit allemaal.

Vraagje tussendoor: wat voor oen heeft Death Grips zó vroeg op de avond geprogrammeerd? Natuurlijk valt de razende elektropunk van het Amerikaans trio hier dood. Het is 1) nog te warm voor dit soort brute praktijken en 2) wij zijn nog veel te nuchter. Het valt op hoe dat ook voor MC Ride geldt. Hoe hard hij ook trekt en sleurt, het werkt niet voor “I’ve Seen Footage”, normaal een nummer dat alles kort en klein slaat. Weet je wat? Wij geven onze portie toch maar aan Fikkie en zoeken het wat verder uit.

We zaten op dit uur sowieso al met een dilemma, want in die gloednieuwe SEVEN hebben we Godspeed You! Black Emperor-corryfee Efrim Manuel Menuck, die samen met Kevin Doria de perfecte anti-ADHD-trip voorziet. Het vraagt een oefening in mindfulness, in geest leegmaken, om het subtiele spel van monotone drones en minimale verschuivingen te appreciëren, maar eenmaal zo ver is dit een heerlijke zuivering van de geest. Geluidsgolven à la Fennesz vermengen zich met de zang van Menuck en het lijkt belangrijker dat hij zingt, dan dat we begrijpen wat hij zingt. Een baslijn danst van het ene op het andere been en houdt dat minutenlang vol tot Menuck opnieuw schreeuwt. En dan is het plots gedaan. De sjamaan is moe, de séance beëindigd. Gezuiverd keren we terug van dit ritueel.

Popmuziek, dan toch maar weer? Volgaarne! In de FIVE beleeft Mary Timony (Ex-Wild Flag) samen met wat vriendinnen en een excuus-man op bas haar tweede jeugd, en dat doet ze goed. Ex Hex viert het leven met loepzuivere, übermelodieuze indie die helaas ook in een nineties-dun indiegeluid is verpakt. Het mocht allemaal wat potiger klinken, maar daar valt enkel een kniesoor over wanneer een geweldige song als “How You Got That Girl” passeert. En dan zwijgen we nog over “Another Dimension”, een nummer dat ook Per Gessle ooit zal horen. Waarna hij een krakende Zweedse vloek zal slaken om deze laatste gemiste Roxettehit die nooit van hem zal zijn.

Het is al bijna 21 uur en we zijn nog niet naar de FOUR geweest. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen. Tootard, afgezakt van op de Golanhoogten tot in de Beekse Bergen, is een groep rond de broers Hasan en Rami Nakhleh, en mixt Westerse muziek met zwierige Arabische ritmes. Vandaag doet het duo het met een dj-set en richt het zich minder op zwierig heupbewegen, maar meer op beat en ritme. Toch horen we vooral Arabische liederen, waarvan we wilden dat we de teksten verstonden – zo lyrisch als het allemaal klinkt.

Dat is nu al de derde zomer dat Greg Gonzalez met het titelloze debuut van Cigarettes After Sex toert en nog steeds lijkt het publiek niet per se gehaast om ook een opvolger te horen. Nog eens van hetzelfde, die lethargisch-mooie cover van REO Speedwagons “Keep On Loving You” incluis, is meer dan voldoende. We begrijpen dat. Die eerste plaat van Gonzalez is hetzelfde soort sluiper als Manu Chao’s Clandestino of Portisheads Dummy was; iets dat zich van kot naar kot, huiskamer tot huiskamer, van etentje naar etentje verspreidt.

11 Cigarettes After Sex -6559Het is het soort muziek dat perfect gedijt als achtergrondmuziek, maar ook zoveel meer kan betekenen, en dus is het ook vandaag meteen raak. Van bij “Crush” weet je opnieuw waarom de groep je zo midscheeps kan treffen; die postrockige glazen gitaartjes die opwellen als een gemoedelijke golfslag, die bevreemdende stem die een mens van op afstand kan verwarren. Ook vandaag horen we iemand “Ik dacht écht dat het een vrouw zou zijn” zeggen. En het blijft ook volstaan, om nog maar eens “Each Time You Fall In Love” te krijgen, of weer dat bizar-romantische “Your lips / My lips / Apocalypse”. Allemaal bewegen ze binnen hetzelfde minimale universum, zijn het variaties op hetzelfde thema, maar net door die samenhang creëert het ook zo’n knusse bubbel waar het letterlijk uitstappen is wanneer je de tent verlaat. Het doet, ook vandaag weer, een beetje pijn, maar een mens moet nu eenmaal verder. De wereld wacht niet.

Onderweg naar het ONE-podium worden vlotjes 3D-brilletjes uitgedeeld, want zonder is een Kraftwerk optreden maar half geslaagd. Wie de Duitsers al eerder aan het werk zag, weet wat er komen zal, maar toch is het altijd afwachten waar Ralph Hütter kleine veranderingen heeft aangebracht. Want al spreken we over een mensch-machine, een Kraftwerk-optreden is nooit een identieke kopij van een vorig. En dus doet het deugd te zien hoe de cijfers 1 tot en met 8 zich van het scherm losmaken en recht op je afkomen. Ah ja, daar dienen die ridicule 3D-brilletjes dus voor! Je hoort de mensen voor het eerst naar adem happen en dan juichen. We zijn vertrokken voor een doldwaze rit van anderhalf uur.

Hoezeer Kraftwerk doorgedrongen is in de popmuziek hoor je bij “Computerlove”, met een intro die Coldplay ooit van hen leende voor “Talk”. We horen naast ons iemand zuchten: “Dat is toch niet van hen?”, maar we willen de pret niet bederven en dus houden we onze mond. De visuals zijn echter niet van het niveau van de muziek, waardoor de aandacht wat gaat verslappen. Echter, daar is de “Man Machine/Mensch Maschine” en zijn we weer vertrokken. “Spacelab” is een trage starter, maar de gimmick met de vliegende schotel die op het strand landt, doet het nog steeds.

Vraag aan iemand lukraak “Noem een lied op van Kraftwerk” en de kans is groot dat hij “The Model” zal antwoorden, want ook vanavond komt er een groot herkenningsapplaus vanaf het moment dat de eerste tonen zijn ingezet. En wat te denken van die simpele autoclaxon bij “Autobahn”? Hoe die VW Kever over een bijna lege autosnelweg rijdt, het blijft een brok beklijvende nostalgie. Met zijn acht minuten is de live versie gelukkig een stuk korter dan het origineel, dat afklokt op vierentwintig minuten. En muzieknoten die 3D-gewijs op je komen afvliegen? Da’s een goeie gimmick. Nog zo’n klassieker is “Radio Activity” en het moet gezegd: als je de namen van de bekendste kernrampen – Tsjernobyl, Harrisburg, Sellafield, Hiroshima en Fukushima – over het scherm ziet rollen, moet je toch even slikken.

En dan is het tijd voor Hütters favoriete Kraftwerk-nummer: “Tour de France”, met het gekreun van de renners en het geknerp van de draaiende fietswielen. “Trans Europe Express” laat ons nog eens duidelijk merken waarom we nu al meer dan een uur die brilletjes op onze neus hebben staan, want het lijkt alsof die trein elk moment uit het scherm kan komen en over het terrein zal donderen. Eindigen doen we met “We Are The Robots” en “Boom Tschak”, waarna Ralf Hütter met een “Goedenacht en tot ziens” afscheid van ons neemt.

En zo gaat dat ook op voor ons en deze festivaldag. Wij drinken nog een pint, stappen een laatste keer de lange rondweg af, voorbij de THREE, langs de SEVEN, schuin naast de FIVE en dan door de toegangsletters. TERCES TPEK TSEB, tot morgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in