Best Kept Secret 2019 :: Band zkt. zanger

Fuck 21 juni, de zomer begint nú. Best Kept Secret neemt dit jaar een flinke sprong voorwaarts, en schopt het festivalseizoen met een tedere stamp in de kloten in gang. Of valt het dit jaar allemaal wat tegen? Uw team op dat strand van de Beekse Bergen wikt en beschikt, en brengt u tot maandagavond verslag uit.

Vanwaar die reserve? Best Kept Secret heeft een nieuwigheidje dat naar oplichting ruikt. “Kom naar de Boutique Village!” juichte het een half jaar geleden: kun je lekker dichtbij parkeren, krijgt je tent “volop ruimte om in het groen te zetten” en heb je recht op een gratis ontbijtje. Oh, en je ligt dichterbij het festivalterrein. Zeggen wij: dat doen we geen tweede keer. We hebben veertig euro per persoon meer betaald om te staan waar tot voor drie jaar de gewone Best Kept Secret-camping was. En dat volop ruimte? Nou, we hadden het geluk dat er net een nieuw veld werd geopend, maar het eerste zag er uit als elke lukraak volgesmeten festivalcamping. Dat ontbijt morgen is maar beter een copieus Full English. We houden u op de hoogte.

20190531_Julien_Baker_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-4Muziek dan maar? Laten we maar meteen voor een downer kiezen, want Julien Baker is nog altijd geen lachebekje. Naast haar hartenpijn bracht ze in haar valies gelukkig ook een violiste mee die met mooie lijnen af en toe een doekje op het bloeden drukt. Maar wat staat de kleine Amerikaanse er ongenaakbaar. Net als Ellen Page heeft ze die ongelofelijke combinatie van breekbaarheid en stoerheid die zoveel kracht uitstraalt. “Dit is het enige uptempo nummer”, kondigt ze het verwoestende “Everybody Does” aan en een meeklapdol deel van het publiek barst al los. Je kan een speld horen vallen wanneer ze aan dat “I know I’m a pile of filthy wreckage” toe is.

Dit is niet eens meer dagboeklyriek, dit is een open zenuw die nu al jaren gekneld zit. Je vraagt je af of een mens wel vrolijk kan worden van avond na avond zoveel miserie te brengen, maar Baker lijkt niet anders te kunnen en dit misschien zelfs nodig te hebben. Zo welgemeend komt het er allemaal uit, zo hard snokt ze aan haar snaren in “Turn Out The Lights”. Alsof dat de oplossing voor al haar problemen. “I think if I ruin this / That I know I can live with it”, zucht ze in dat laatste nummer. Ze heeft het alweer niet verknald; dit was een prachtige opener.

20190531_Blossoms_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-5Het verschil met Blossoms is groot. Op het grote ONE-podium valt hun rock voor veertienjarigen genadeloos door de mand. Het wil funky zijn, maar niet té, swingen, maar niet té. De pompende bas en drum mogen dan voor perfecte laidback namiddagmuziek zorgen, de middelmaat overstijgt de groep nooit, zeker niet met teksten die zo tenenkrommend simpel zijn dat ze aan puberale rijmelarij doen denken. Ondanks de mooie witte pakjes en de metershoge banner hééft Blossoms het toch niet echt.

Moeten we ook even meegeven: Best Kept Secret heeft zijn podiumindeling weer maar eens overhoop gegooid. Wat ooit de charmante open tent THREE was (en vervolgens een ongezellige lange zwarte buis) is nu een dj-podium geworden. Dat smaakt zuur, maar we proeven later dit weekend nog eens. Een steenworpje verder drijft immers de kersverse SEVEN op het water: een lage halfronde golfplaten gang, waar op dit moment Shhht aan de gang is. Even ziet het er naar uit dat het ponton al meteen bij deze set de dieperik zal worden ingedanst. Belgiës zotste bende laat in de afgeladen hangar zijn volledige arsenaal los: gierende synths, gekke stemmetjes en handclaps. Waarna een nummer plots al eens kan transformeren tot ouderwetse kermisorgelriedel. En dan nog eens in een stampende zangstonde. Een “covertje in de festivalsfeer” wordt aangekondigd; het is voor één keer niet “Bohemian Rhapsody”, maar pompende Boiler Roomelektro die aan The Subs doet denken. Well played, jongens; dat stukje Pukkelpop hadden we hier nu nét nodig. Gelukkig is afsluiter “Masterpiece” opnieuw vintage Shht: de waanzin van Evil Superstars op steroïden, met de almacht van een bezopen kamikaze. Ooit blaast Shht het podium van Eurosong op; gewoon omdat ze dat kunnen. Voorlopig kunnen we ze aan het werk zien tegen democratischere prijzen.

Pintje gehaald aan de FIVE, Julien Baker zien voorbijlopen. Van ons lief mochten we die knuffel niet geven, die we haar al een jaar lang moeten. Balen. Zeker omdat ook Miya Folick er niets van bakt. In haar hoofd is ze de nieuwe Florence, maar ze raakt nog niet aan de enkels van de huidige Marina. Wat we krijgen, is springerige loeipop met een Keltisch tintje, zodat we al eens aan de jonge Sinéad O’Connor moeten denken. Die had echter wel beresterke nummers bij, zoals “Drink Before The War” of “Mandinka”. “Stock Image” is dat niet, en wanneer Folick in “Deadbody” eindeloos “Over my dead body” krijst, houden we het voor bekeken. Dit wordt het niet.

20190531_John_Grant_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-13Terug naar diepgaande teksten over hartzeer en hoe het leven je duchtig door elkaar kan schudden. Naar John Grant dan. De grootmeester in het sarcasme en gitzwarte humor blijkt echter nog altijd beter te gedijen in een kleine, intieme setting. Festivals zijn leuk, maar deze passage in de TWO brengt toch niet de subtiele toets over die nodig is voor Grants muziek. Zelfs al wordt er stomend gestart met “Tempest”, waarin de fonkelende lichtshow zich al meteen laat opmerken. Daarna valt het echter wat stil en dat is te wijten aan een setlist met toch iets te veel rustigere songs. Toch hoor je in “Grey Tickles, Black Pressure” hoe goed Grant opnieuw bij stem is. Met zo’n bas mag hij zelfs het woordenboek voorlezen, het zal sowieso met de juiste intonatie en sexyness zijn. En dan is er “He’s Got His Mother’s Hips”, dat eindelijk wat swung in de tent brengt dankzij Grants robotachtige dansmoves, wanneer het noodlot toeslaat. “Preppy Boy” gaat vreselijk de mist in. Eerst mist drummer Budgie de beat door een ontplofte zekering en wanneer Grant de meubels probeert te redden met een semi-akoestische versie van “GMF” crasht de monitor, waarna iedereen het podium moet verlaten.

Het duurt vijf minuten voor de muzikanten kunnen terugkeren om de sfeer te redden. “Preppy Boy” deel twee klinkt een stuk beter dan de eerste poging, “Pale Green Ghosts” zet de eerste tien rijen in de tent aan het dansen, maar het is pas  “Metamorphis” – met zijn seventies-dancebeats en het rustige middenstuk – dat voor echt kippenvel en krop in de keel zorgt. Misschien wel net omdat Grant daar eindelijk zijn sarcasme laat varen? Een gemiste kans is het in elk geval.

En mocht u denken dat het voorlopig ellende blijft: Primal Scream is een geweldige liveband die strak speelt en een greatest hits-set heeft meegebracht die de groep bij een nieuw publiek kan introduceren. Klein minpunt? Frontman Bobby Gillespie was bij die meeting niet aanwezig en lijkt er enkel met zijn gehavende maar in een prachtig roze kostuum gestoken lijf bij te zijn. “Movin’ On Up” is een fijne opener, maar al bij “Jailbird” zakt hij genadeloos door het ijs. Het doorgaans uitbundige, opjuttende refrein klinkt flauwtjes en de zanger staat er maar wat bij te zwalpen. En zo wordt dit een set die beter wordt naarmate hij minder moet doen.

20190531_Primal_Scream_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-4De donkere groove van “Kowalski”, het op diepe bassen drijvende “Miss Lucifer” of het jachtige “Swastika Eyes” – allemaal nummers van toen de groep midden jaren negentig de dansmuziek ontdekte – moeten het niet hebben van het soort leidende frontman die de 56-jarige zanger duidelijk niet meer wil zijn. De band speelt op kracht, laat horen wat voor geoliede machine dit al bijna vijfendertig jaar is en negeert zijn zanger die er meer en meer als een niet-ter-zake-doende malloot gaat uitzien. Niet dat hij zich geen rolberoerte amuseert met de “woohoohs” van het publiek in “Loaded”, om er met een geinig “Pleased to meet you, guess you, hope you guess my name” tegen aan te gooien. Leuk hoor, Bobby, maar doe volgende keer maar weer je gewoonlijke échte Mick Jagger-act. Daar kwamen we voor. Dàt, en je heel erg goeie groepje dat je vandaag in de steek liet. Anders wordt het snel “Band zkt. zanger” in een Schots dagblad.

De FIVE is veel (maar dan ook veel) te klein voor Psychedelic Porn Crumpets. Hun reputatie is het Australische gezelschap blijkbaar voorgegaan, want het publiek staat in dikke rijen te drummen om ook maar iets van de psychedelische wonderboys te zien. En te horen van bijzondere songtitels als “Nek”, “Gurzle” of nog “Ergophobia”. Nieuw album And Now For The Whatchamacallit moet op dat vlak ook niet onderdoen. En dat het muzikaal dus sterk is. De bandleden mogen er dan wat nerdy uitzien, het zijn stuk voor stuk klasbakken die moeiteloos de punky, funky en jakkerende muziek uit hun instrumenten lokken. Het raast allemaal zo snel voorbij dat je bijna die ene valse trage start mist. Moest de groep gewoon even tien seconden naar adem happen of wilden ze de crowdsurfers wat rust gunnen? De drie kwartier die de band zijn toebemeten, vliegen in elk geval voorbij – we hebben het eerste hoogtepunt van dag één gezien.

Zoveel kritiek als Best Kept Secret slikte voor de boeking van Carly Rae Jepsen – daarover zondag ongetwijfeld meer – zo hard bevestigt het festival zijn eigenzinnigheid vandaag op het hoofdpodium. Het moet immers jaren geleden zijn dat Jason Pierce nog ietwat status had buiten een niche van de rockmuziek, maar Spiritualized heeft daarom nog niets van zijn kracht verloren. Opgesteld in een halve cirkel, elk met een pupiter voor zich als ware het een klassiek concert, is dit het juiste uur op de perfecte plek voor een optreden dat zielen verheft.

20190531_Spiritualized_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-6Pierce houdt het als gewoonlijk bij een rol als dirigent in de schaduw. Zittend, met de gitaar op schoot, voert hij zijn bandleden aan van aan de rand van het podium; het zijn die drie gospelzangers die alle aandacht opeisen. Zo heeft het altijd al het beste gewerkt. Spiritualized is geen groep, het is een geluid; één die gelijke delen lethargie, soul en garagerock mengt tot een religieus aandoend geheel. “Soul On Fire” is groots en episch, “She Kissed Me (It Felt Like A Hit)” zinderende Stoogessrock. “Let’s Dance” laat de groep zo traag en monotoon openbloeien dat je pas na afloop beseft wat voor mooie bloem je voor je ogen zag uitvouwen. En dan is er nog “Perfect Miracle”, dat van begin tot einde zijn titel waarmaakt. Het gospelkoor reikt naar de sterren en vindt de Heer, de band legt laagje na laagje en wat we voelen, kan niet onder woorden worden gebracht. Jason Pierce houdt al vijfentwintig jaar vast aan dezelfde visie, vandaag was nog eens duidelijk hoe straf het resultaat daarvan kan zijn.

En nog meer dwarsigheid op de ONE. Op basis van For Emma, For Ever Ago alleen al staat Bon Iver hier terecht als headliner. Toch voelt het een beetje alsof Scott Walker zaliger ooit Pukkelpop had mogen afsluiten omdat hij ooit zo’n mooie orkestrale pop maakte, om er vervolgens het integrale The Drift te brengen. Want Justin Vernon is niet meer die eenzame troubadour met een gebroken hart van weleer, jaar na jaar heeft hij zijn muzikale visie verbreed tot het prikkelende, maar vrij uitdagende 22, A Million, dat grossierde in elektronische productie, hiphopelementen en effecten. Bijna drie jaar na de release daarvan vond hij nu ook een manier om die naar een festivalsetting te vertalen: door stug avant-garde te blijven, met twee drummers, een podium vol apparatuur en veel muzikanten met koptelefoons. Het resultaat klonk als “Hé Radiohead, weet je nog, jullie moeilijke show van twee jaar terug hier? Hou even mijn biertje vast.”

Wat het bij momenten ook is: bloedmooi. Vernon weet nog altijd het houtvuur in onze harten aan te jagen met gitaarklanken die opgloeien als kooltjes. “Perth” is zo een mooie binnenkomer, maar voor wie heel even zou denken dat hier toegiften zullen worden gedaan, is er meteen het van stoorzenders doorspekte “10 d E A T h b R E a s T”. En natuurlijk is er de eeuwige vocoder die in “715 – CREEKS” een hoofdrol opeist. Soms zit de ontroering echter in een klein hoekje: “29 #Strafford APTS” heeft de moeilijke styling van alle 22 A Million-titels, maar draagt het vleugje Springsteen in zich dat Vernons aankondiging “A stoner country tune” beloofde. “666 ʇ” slaat met verstomming. Hoezo is die derde van Bon Iver taai en lastig?

Dat een groot deel van het publiek de oude songs moet en zal horen? Dat bedje van gebabbel hoort er op dit strand bij. Je voelt dat het een evenwichtsoefening is waarbij soundtracknummer “Heavenly Father” en het oudere en toegankelijkere “Towers” de compensatie moeten vormen. Het is tekenend voor een schizofrene set die van hartverwarmend naar ondoordringbaar en weer terug gaat. Alsof Vernon heel die americana liever achter zich zou laten om zich resoluut op jazz à la “45” – met zijn schetterende sax – te storten.

Het eindigt toch zoals het moet; met dat “What might have been lost” van “The Wolves”. Met krachtige gitaaraanslagen die veel “vooruit dan maar”-gezucht lieten voelen, is het die andere For Emma-sterkhouder “Skinny Love” die als enige bis volgt. Mooi hoor, maar eigenlijk heeft deze Bon Iver het niet meer nodig. Het wonder heeft zich daarnet al voltrokken; Sire, er zijn nog headliners die het niet van voorspelbare hits moeten hebben. Bon Iver was werken, maar maakte de arbeid de moeite waard.

In de rij voor de toog hoor je de Vengaboys en je weet: dat pintje zal niet meer voor nu zijn. Shame is the name, en anderhalf jaar na de release van debuut Songs Of Praise is de Britse punkband een goed gerodeerde machine geworden. Eén die de loeiharde riff van “One Rizla” nog altijd even achteloos en opwindend kan doen klinken als toen het werd geschreven. Eén die weet dat het heerlijk “Louis Vuitton” meebrullen is in “Gold Hole”. En die van “I like you better when you’re not around” een geweldige chant maakt in het al even onverslijtbare “Tasteless”. Charlie Steen blijft dan ook een van de frontmannen van zijn generatie, een man die geen gijzelaars neemt, maar vecht voor elke ziel in het publiek. “Give us some more of that Dutch enthousiasm!”

20190531_Shame_Best_Kept_Secret_Hilvarenberg_Tom_Leentjes-8En toch voelt het soms alsof Steen de zwakke schakel in het geheel kan worden. Nieuwe nummers klinken bij momenten heel erg melodieus, als zou de band wel eens te competent kunnen worden voor de brute punk die het nu nog brengt. Maar kan de zanger dan nog volgen? Zeker in “Human For A Minute” valt op dat het de gitaren van Eddie Green en Sean Coyle-Smith zijn die de melodie moeten dragen. Steen houdt het bij een toonloos gebrul, net als in een naar IDLES zwemende andere nieuwe. “The bigger the ego, the bigger the stage” grapt hij van onder zijn cowboyhoed. En de FIVE ontploft zo hard dat ze waarschijnlijk een meter verschuift. Volgende keer wordt het ongetwijfeld weer wat groter, maar echt klaar voor die tweede plaat lijkt de groep nog steeds niet.

Dat is niet erg, er is nog tijd. Wij moeten nu eerst veel slapen voor de zon ons uit onze tent ranselt. En dan zien we wel weer, voor dag twee. Tot dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in