Justin Townes Earle :: The Saint Of Lost Causes

Met apostel Judas Thaddeus en de heilige Rita heeft de katholieke kerk zomaar eventjes twee patroonheiligen van de hopeloze gevallen. Een heiligverklaring zit er nog niet meteen in voor Justin Townes Earle, maar op zijn achtste album neemt ook hij het op voor de lost causes.

Op een bepaald moment — zo rond de release van van Harlem River Blues een klein decennium geleden — leek het er even op dat Justin Townes Earle de nieuwe kroonprins van de rootsmuziek zou worden. Hoewel hij de jaren nadien goede albums bleef afleveren kwam het nooit zo ver. Ook met deze The Saint Of Lost Causes zal daar geen verandering in komen, want Earle blijft ook hier songs brengen die zich naadloos in de Amerikaanse rootstraditie inplanten, maar die althans oppervlakkig bekeken iets te weinig uit de band springen om die belofte waar te maken.

Toch wil dat niets zeggen over de kwaliteit van de songs. Want Earle grossiert op dit album weer in nummers die zich situeren in een wereld waar folk, blues, western swing en country de dienst uitmaken. Het is vooral de bluesinvloed die hier nog wat prominenter aanwezig is dan op voorgaande albums. De ene keer is dat swingend (“Ain’t Got No Money”), een andere keer meer ingehouden (“Say Baby”). Maar ook als hij voor ingetogen folk (“Mornings In Memphis”) of country (“Talking To Myself”) kiest weet hij te bekoren. Slechts een enkele keer, in “Pacific Northwest Blues”, komt het iets te veel als een formule-oefening over.

Werd voorganger Kids In The Streets gekenmerkt door introverte, persoonlijke teksten dan richt Earle zijn blik hier op de wereld rondom hem. Naar eigen zeggen was dat een gevolg van de geboorte van zijn dochter Etta St. James, die hem er van bewust maakte dat de toestand in het land waarin zij zal moeten opgroeien niet altijd rooskleurig is. Dat wil niet zeggen dat deze The Saint Of Lost Causes een politiek album geworden is. Integendeel, expliciete vermeldingen maakt Earle hier niet. Net zoals Springsteen schetst hij hier een beeld aan de hand van verhalen waarvoor hij vaak in de huid kruipt van de gewone man, van personen die aan de zelfkant van de maatschappij staan. Van zij die moeten vechten om te overleven. The Saint Of Lost Causes is zijn state of the union.

De toestand die hij schetst is niet fraai. Er is de opioïde crisis in de Verenigde Staten (“Appalachian Nightmare”) en de vervuilde rivieren door illegale lozingen (“Don’t Drink The Water”). Maar evengoed richt hij zijn blik op de stad Flint (“Flint City Shake It”), midden in de zogenaamde rust belt, de streek die hard geraakt is door het post-industrialisme. Hij verwijst niet alleen naar de overheid die er al jaren niet in slaagt – wil slagen?  – om er het drinkwater voor iedereen te zuiveren, maar evengoed naar de bedrijven die de streek op sterven na dood achterlieten. Of zoomt hij in op individuele gevallen: de jonge Afro-Amerikaan die tevergeefs droomt van een betere toekomst (“Over Alameda”), de net uit de gevangenis vrijgelaten Puerto Ricaan, die zijn dochter voor de eerste maal ontmoet (“Ahi Esta Mi Nina”).

Er is geen DNA-test nodig om te bewijzen dat Justin Townes de zoon is van Steve Earle. Daarvoor is de overeenkomst in muzikale achtergrond en sociale bevlogenheid te groot. The Saint Of Lost Causes toont dat zijn platen gerust naast die van vaderlief mogen staan. En dat is geen klein compliment.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in