Best Of Belgium: De 50 Beste Belgische Platen Aller Tijden – 30 – 21

Zeven jaar enola, is zeven jaar steun aan Belgische bands. Om onze nieuwe site plechtig in te wijden, gaan we op zoek naar de vijftig allerbeste platen die ooit op deze bodem zijn gemaakt. Van nu tot en met vrijdag: vijftig platen die samen the best of Belgium vormen.

  1. Novastar :: Novastar (2000)

Vier jaar nadat hij met Novastar de Rock Rally had gewonnen, debuteert Joost Zwegers met een titelloos album vol poppareltjes. België had voortaan z’n eigen Crowded House, zo leek het wel. Het DNA van Novastar is sindsdien ongewijzigd: krinkelende winkelende melodieën, klaterende zanglijnen en gouden harmonieën op een bedje van milde weemoed. Dat debuteren was trouwens met grote D: singles “Wrong” en “The Best Is Yet To Come” behoren tot het culturele erfgoed. “Moreau” en “Millersan” zijn ballads die twintig jaar later zo tijdloos klinken als ze destijds beloofden te zijn. “Caramia” is vijf minuten smachten zoals we dat in België te weinig hadden gehoord – en vooral live een zinderend hoogtepunt in de set destijds. Met Novastar loste Zweegers de belofte meteen in. En vier albums later blijkt: he never went wrong. (pn)

Hoogtepunt: En dan moet na al dat moois het kushandje ter afscheid nog komen: “Lost And Blown Away”. Silence, inderdaad.

  1. Front 242 :: Front By Front (1988)

Een elektromagnetische puls voortgebracht door een kernexplosie, als Front By Front met iets te vergelijken valt, dan is het dat wel. Het Brusselse kwartet had al drie albums uit toen ze niet alleen de blauwdruk voor alle latere Electronic Body Music (een term door Kraftwerk bedacht) en aanverwanten neerschreef, maar ook zowat iedereen die ooit een drummachine of sampler in handen zou nemen. Nooit zou een andere band, zijzelf incluis, zozeer machinale beats en industriële klanken samensmeden tot een sonische dystopie op marsritmes. Gitzwart en totalitair-mechanistisch, maar ook uitermate dansbaar, vatte het perfect de kater van de late yuppiejaren en de bijhorende cokekater samen. Elke seconde ademt de jaren tachtg uit en toch is het een plaat voor de eeuwigheid. Emoties werden zelden op zo een kille, elektronische manier gevat en vertaald. (jbo)

Hoogtepunt: “Headhunter 3.0” vat het album perfect samen in zijn industriële klanken en de tekst waarbij Jean Luc De Meyer de bevelen declameert die Richard 23 gretig en loyaal herhaalt: `One: you lock the target, Two: you bait the line, Three: you spread the net, and Four: you catch the man – Lock the target, bait the line, spread the net and catch the man.’ 

28. Gorki :: Hij leeft (1993)

Hoe het kwam dat Gorky ineens Gorki werd, dat is al tot in den treure verteld.  Maar wie weet nu nog dat Gorki’s eerste album Hij Leeft een dijk van een plaat was? Akkoord, er staan geen kleppers op, zoals “Mia” of “Anja”, maar dat is ook niet nodig. Al vanaf de eerste tonen is het duidelijk: op Hij Leeft gingen De Vos en de zijnen een andere richting uit: meer aandacht voor de teksten, en ook voor de omkadering. Het album werd opgenomen in Senegal, en die Afrikaanse toets tilde het album naar een ander niveau. Het maakt dat Hij Leeft een album is dat rockt, maar ook bol staat van de betekenisvolle teksten. Luc De Vos de tekstdichter arm in arm met Luc De Vos de rocker. (kvp)

Hoogtepunt: Die Afrikaanse toets is nergens zo goed hoorbaar als op het titelnummer.

27. Girls In Hawaii :: Everest (2013)

Girls in Hawai. Een groepsnaam die poppy en luchtige liedjes doet vermoeden. Niks is minder waar bij onze Waalse broeders: op Everest tonen ze zich scherp en sterk. Nochtans had het anders kunnen uitdraaien, want na de dood van drummer Denis Wielemans in 2010 zagen de andere groepsleden het even niet meer zitten. Gelukkig voor hen (en voor ons) zagen ze er toch heil in om het verdriet muzikaal te verwerken, op de manier die voor hen het meest natuurlijk aanvoelde. En zo werd Everest een sterk staaltje melancholie, met dromerige soundscapes en harmonieën waar een mens het koud en warm van krijgt. Tegelijkertijd. (kvp)

Hoogtepunt: “Misses” werd niet voor niks een single en bescheiden hit. Het blaast je omver in al zijn eenvoud en eerlijkheid. 

  1. Flying Horseman – Twist (2012)

Bijna geruisloos. Zo kwam Bert Dockx plots aan de oppervlakte met zijn band Flying Horseman. Nadat de Antwerpenaren met hun debuut al hoge ogen gooiden, was Twist de bevestiging van hun talent. Een album als een koortsdroom. Post-rock, folk, minimalisme, exotische elementen, en nog een hele hoop andere invloeden. Alles werd door het kwintet samengebracht tot een bezwerende en opwindende mengelmoes, broeierig en bezwerend. Als ‘t stad een wereldstad is, dan is dit de kosmopolitische soundtrack die erbij hoort. Het is veelzeggend dat de band op de volgende albums hun sound nog verder bleef uitwerken zonder noemenswaardig kwaliteitsverlies. Maar Twist was het eerste schot in de roos en blijft net daarom toch altijd een streepje voor hebben. (bw)

Hoogtepunt: Een nummer of moment kiezen uit dit homogeen album is bijna onbegonnen werk. Maar de gecontroleerde waanzin van het titelnummer raakt ons toch elke keer opnieuw midscheeps. 

  1. Amenra :: Mass III (2005)

Na twee semi-officiële platen (Mass I uit 2003 en Mass II uit 2005) leek de tijd eindelijk rijp voor de priesters van Amenra. Opgericht in 1999 uit de assen van de posthardcoregroep Spineless zochten de leden van Amenra naar een manier om hun eigen pijn en lijden te bezweren en te kanaliseren. Loodzwaar en gitzwart ging de band met het album langs krochten die zelfs door Neurosis slechts zijdelings bezocht werden. Ietwat gemakzuchtig kan de muziek als een van de donkerdoemerige varianten op postmetal genoemd worden, maar daarbij wordt voorbijgegaan aan de visie die de groep altijd voor zich gehouden heeft. De nood aan rituelen, het kanaliseren van pijn en verdriet en het uitwerken van een volledig eigen beeldtaal, inclusief een gemeenschap van gelijkgestemden ontgroeit op dit album pas echt zijn embryonale vorm om op de latere albums nog verder uitgewerkt, uitgepuurd en verfijnd te worden. Op veel vlakken staan die latere platen terecht hoger aangeschreven, maar die eerste zuiverende oerschreeuw valt wel te horen op Mass III. (jbo)

Hoogtepunt: Vier minuten ver in “Am Kreuz” is het, na een hol klinkende drum die invalt in het zware gitarenfestijn, tijd voor een tweede verrassing. Terwijl zanger Colin Van Eeckhout zich krijsend op de achtergrond houdt, duikt opeens een heldere vrouwenstem op, waardoor het album dat onder zijn eigen gravitas dreigt te bezwijken zowaar even mag ademhalen.  

  1. Hugo Matthysen & De Bomen :: Dankuwel (1991)

Het leek eind jaren 80 doodnormaal dat Hugo Matthysen zich ook zou outen als rockster. Met kompaan Bart Peeters had hij tenslotte ervaring opgedaan in Beri Beri en in De Hermannen. De teksten op Dankuwel tonen een pleiade aan eenvoudige, maar al eens in de knoop liggende Vlamingen. Met als scherpe observator Hugo Matthysen, die soms sarcastisch, dan weer vol mededogen, voor de dag komt. Songs als “Sabrina”, “Nancy”, “Blankenberge” en “Tony De Zieke Pony” bezorgden hem een positie die weinigen gegeven is in ons landje: wie schrijft die blijft al eens hangen in het collectief Vlaams Geheugen. (kvp)

Hoogtepunt: Negentien songs die je kippenvel bezorgen, je doen gniffelen of je doen grinniken. Maar als we dan toch een hoogtepunt moeten kiezen, gaan we voor “De wetten van het denken zijn structuren. De wetten van het dansen ook.” Omdat niet iedereen zo soepel is als Beyonce.

  1. Channel Zero :: Black Fuel (1997)

Een bommetje om “U” tegen te zeggen en — helaas — ook een zwanenzang. Channel Zero is het archetype van de imploderende band: te veel elkaars ruften moeten ruiken tijdens de repetities, te veel gespeeld voor halfvolle zalen voor te weinig resultaat, te veel traag opgebouwde en opgekropte frustraties. Toen er aan de opnames van Black Fuel werd begonnen loerde het einde al om de hoek. Het zou Xavier Carion niet beletten om nog de ene parel van een riff na de andere uit zijn mouw te schudden. Producer Attie Bauw wist van zijn kant de spanningen in al hun ongerepte ruwheid op tape vast te leggen, wat resulteerde in een dijk van een sound die smeekte om oortrauma’s te veroorzaken, niet in het minst door toedoen van wijlen Phil Baheux zijn tribaal gemep. Wat was die man een beest achter zijn drumkit. De plaat sloeg in als een bom in België, maar tegen dan was de ontbindingsakte al definitief verzegeld. Na de internationale promotour en een live album als afscheidscadeau viel het doek definitief over deze incarnatie van de groep. Stoppen op een hoogtepunt heet zoiets. (lm)

Hoogtepunt: “Don’t let them walk all over you, ‘cause that’s what they will do”, brult D.S.V.D. op het einde van een adempauze in “Misery”, waarna het viertal als een pletwals de laatste rechte lijn inzet.

  1. Jacques Brel :: Brel (1977)

Als een supernova. Een ster die nog eenmaal explodeert alvorens te verdwijnen. Dat is Brel, het laatste album dat de Brusselaar Jacques Brel uitbracht in 1977. Optreden deed hij al jaren niet meer, platen maken evenmin. Even ging hij nog de filmwereld in, maar toen de kettingroker Brel ziek werd, ging hij op in z’n andere passie. Hij zeilde de wereld rond, om uiteindelijk zijn laatste thuis te vinden in de Markiezenarchipel, ergens aan de andere kant van de wereld, ver weg van de beschaving.  Op het moment dat Brel wist dat hij niet lang meer te leven had, moest hij nog eenmaal de studio in om zijn muzikale testament vast te leggen. Om te tonen dat niemand aan hem kon tippen als het gaat over het doorleefd brengen van ballades. Gevoelig, bijtend, ontroerend: Brel was het allemaal op dit album. Jacques Brel was Belgische wereldklasse, vraag maar aan David Bowie, Scott Walker of Nina Simone.  (bw)

Hoogtepunt: Slotsong “Les Marquises”. De uitgepuurde schoonheid, de stem die bijna breekt. L’adieu de Maître Jacques.

  1. Univers Zero :: Univers Zero (1977)

Pere Ubu en The Red Crayola in de US. Henry Cow en Slapp Happy in de UK. Can en Neu in Duitsland. Magma en Art Zoyd in Frankrijk. Aksak Maboul en Univers Zero in België. De laatste schopte het nooit tot mainstreamaanvaarding (en maar goed ook), maar tekende wel voor een van de meest opvallende albums van zijn tijd. Ook buiten België.  Elementen uit de moderne klassiek en avant-garde werden verbonden aan rock-‘n-roll, met een onwaarschijnlijk instrumentarium, waar naast gitaar en drums ook strijkers en… fagot in zaten. Het was sinister, mysterieus en ouderwets contrair, maar ook ongehoord. Univers Zero creëerde een nieuwe tussenvorm op de wip tussen kamermuziek en rock, baande zo de weg voor o.a. Doctor Nerve, X-Legged Sally en Fukkeduk, en klinkt anno 2019 vooral nog altijd even fris als veertig jaar geleden. (gp)

De Keuze Van Aldo Struyf (Crayon Sun, Mark Lanegan Band, Millionaire): dEUS :: In a Bar, Under the Sea (1996)

“In die periode stond ik dicht bij de band. Toen ik de afgewerkte plaat voor het eerst hoorde, nog voor ze officieel uit was, werd ik serieus weggeblazen. Buiten het feit dat Eric Drew Feldman (Captain Beefheart, Pere Ubu, PJ Harvey) een uitstekend producer was, toonden Tom, Stef, Craig en Klaas ook dat ze heel goeie songschrijvers en muzikanten waren. De plaat is rijkelijk gevuld met geluidjes en samples, kortom heel inventief en gevarieerd. Eigenlijk komen alle genres aan bod. In a Bar, Under the Sea is rock à la Sebadoh en Dinosaur Jr., jazz, pop, beats, felle stukken, mooie melodieën, rust, actie en sfeer tegelijk. Als er iets is waar ik altijd fan van geweest ben, is het genre-overschrijdende muziek. Beluister voor de eerste keer de plaat aandachtig en achtereenvolgens “Fell Off the Floor, Man”, “Opening Night”, “Theme from Turnpike” en “Little Arithmetics”, en je kan niet anders dan zwaar onder de indruk zijn. Dat was dus ook zo toen Tom mij de plaat liet horen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in