Vijf Films om te zien voor je sterft (1) : Lien Delabie

Aan de filmredactie van Enola werd gevraagd elk vijf films te selecteren waarvan ze vinden dat eenieder die een hart voor film heeft ze zou moeten gezien hebben. Vorm en aanpak waren volledig vrij, zolang onze recensenten maar tevoorschijn kwamen met een lijstje van vijf onmisbare titels, die ze met veel passie en kennis van zaken wilden verdedigen. U krijgt dus eigenzinnige lijsten, elk met een eigen benadering, maar met één verbindende factor :een absolute liefde voor het filmmedium.

Boyhood (Richard Linklater, 164’, 2014)

Wat is het: Een eerlijke film over wat het betekent om te leven.

Er had zo veel mis kunnen lopen met Linklaters huzarenstukje. Twaalf jaar lang filmde hij: eender welke acteur had er de brui aan kunnen geven, Ellar Coltrane (die Mason vertolkt) had een rotslecht acteur kunnen zijn en het had ook gewoon niet meer dan een interessant filmtrucje geweest kunnen zijn. Maar wat zijn we dankbaar dat de Goden ons goedgezind waren: Boyhood weekt van alles los, is herkenbaar en baadt in de melancholie. Het begint bij de zesjarige Mason die vieze magazines doorbladert met zijn buurjongen. Daarna volgen twaalf jaren uit zijn leven: van het eerste liefdesverdriet, tot de eerste slokken alcohol. Ethan Hawke, die zoals steeds geweldig speelt, beschreef de film als ‘time-lapse photography of a human being’. Een accurate beschrijving, want er zijn geen Hollywood-achtige turning points, geen climaxen. En dat zijn de dingen die van Boyhood zo’n prachtige tour de force maken.

Waarom bekijken voor u vergaat tot stof: Niemand schrijft dialogen als Linklater. Niemand kan een levensloop zo waarachtig weergeven als Linklater.  Bovendien: niemand is er al in geslaagd om dit Linklater na te doen en 12 jaar lang iemand te laten opgroeien voor het oog van de camera. Dankzij Linklater was één zo’n uniek experiment, meer dan genoeg.

Manchester by The Sea (Kenneth Lonergan, 137’, 2016)

Wat is het: Wentelen in de treurnis aan zee.

Zelden iets gezien dat de kijker zo genadeloos de dieperik in stootte als Manchester By the Sea. Lee Chandler (Casey Affleck), ooit een sociaal beest, leeft in compleet isolement in Manchester, een kustdorp in Massachusetts. Wanneer zijn broer sterft, moet hij met veel tegenzin de eigenzinnige puber Patrick (Lucas Hedges) in huis nemen. Affleck, die inmiddels een persona non grata geworden is door een #metoo-schandaal, acteert meesterlijk. Van zijn stijve houding en felblauwe puppyogen tot  zijn manier van praten: alles straalt de enorme leegte uit die hij al jaren meezeult. Langzaamaan zal pijnlijk duidelijk worden waarom Lee het ene moment spontaan op de vuist gaat en het andere moment geen woord spreekt.

Waarom kijken voor u de pijp uitgaat: Manchester by the Sea zal u voor eens en voor altijd duidelijk maken waarom u nooit – maar dan echt nooit – moet beginnen koken in een dronken bui. Dat is een belangrijke boodschap. Daarbovenop is het prachtig geënsceneerd, verdomd ruw, bij momenten zelfs lollig, en ondanks de zware materie veraf van enig sentimentalisme.

This Is Spinal Tap (Rob Reiner, 82’, 1984)

Wat is het: Een film over de neergang van de fictieve band ‘Spinal Tap’ en de geboorte van de term ‘mockumentary’.

Tijdens de hoogdagen van heavy metal verscheen er een parel van een documentaire, hoewel die in eerste instantie niet geapprecieerd werd. Na de release van This is Spinal Tap regende het negatieve commentaren gaande van ‘de camera schudt te veel’ tot ‘waarom zou je een documentaire maken over een band die niemand kent?’. Dat zo veel mensen, waaronder Ozzy Osbourne, er rotsvast van overtuigd waren dat Spinal Tap een echte band was, is maar één van de redenen waarom This is Spinal Tap uitgroeide tot een absolute cultklassieker. Andere redenen: quasi alle dialogen waren geïmproviseerd (met 100 uren aan beeldmateriaal als gevolg), Black Sabbath was ziedend omdat ze vonden dat de bewuste Stonehenge-scène net iets te veel deed denken aan hun ‘Born Again Tour’ en The Edge huilde omdat de mockumentary de muziekindustrie bijna té accuraat weergaf. Daarnaast behoren scènes als ‘this one goes to eleven’ en ‘mime is money’ niet meer dan terecht tot het collectieve geheugen.

Waarom bekijken voor uw laatste adem uitblaast: Zou ik te veel pluimen op hun hoed steken als ik beweer dat The Office of zelfs Borat er misschien niet geweest zouden zijn zonder This is Spinal Tap ? Feit is in ieder geval dat Reiner een ongelooflijk grappige film afgeleverd heeft die nog steeds gevoelige snaren raakt bij iedereen die betrokken is bij het muziekwereldje. De songs zijn overigens geweldig fout, of at dacht u van: ‘Big bottom, talk about mud flaps, my gal’s got ‘em’!

Being John Malkovich (Spike Jonze, 113’, 1999)

Wat is het: één van de meest geflipte scripts aller tijden.

Charlie Kaufman heeft al veel bizarre hersenspinsels naar het scherm vertaald: in Eternal Sunshine of the Spotless Mind onderwerpt Jim Carrey zichzelf aan ‘herinneringuitwistherapie’, in Anomalisa liet hij stopmotionpoppetjes beffen en Synecdoche, New York valt, nou ja, moeilijk te beschrijven. Toch is Being John Malkovich wellicht het summum van krankzinnige plotwendingen. Een poppenspeler ontdekt een portaal dat leidt tot naar het innerlijke hoofd van acteur John Malkovich. Wat volgt, mag u zelf ontdekken, al willen we wel meegeven dat het hoogtepunt het moment is waarop John Malkovich teleporteert naar…het hoofd van John Malkovich.

Waarom kijken voor u ter ziele gaat: Ik vraag me tot op de dag van vandaag af hoe Kaufman en Jonze dit idee ooit hebben gepitcht aan de filmbonzen. In ieder geval bedanken we het productiehuis in kwestie om zo’n geniaal dom – of domweg geniaal idee een kans te geven.

Blue Velvet (David Lynch, 120’, 1986)

Wat is het: de grappigste, gruwelijkste en meest volmaakte Lynch.

Voor de goede orde – u weet maar nooit dat deze klassieker iemand ontgaan is – willen we niet veel meegeven over de plot. Zelfs vertellen over de briljante openingsscène in de Amerikaanse suburbs zou uw kijkervaring verknoeien. Wat u wel mag weten is dat een jonge Kyle MacLachlan de student Jeffrey vertolkt. Hij vindt een afgehakt oor in het veld en beslist om zelf detective te gaan spelen. De zoektocht naar de dader zal hem inwijden in een duistere kant van de werkelijkheid die hij (noch u) nooit voor mogelijk had gehouden.

Waarom kijken voor u het loodje legt: Frank Booth staat hoger op de ranking van meedogenloze schurken dan King Geoffrey. Om maar te zeggen: het geweld in Blue Velvet is niet fraai. Geen gemakkelijke kijkbeurt dus, wat overigens nooit het geval is bij Lynch. Hoewel Lynch altijd flirt met perversie en droom, is Blue Velvet één van de films die zich onderscheidt van de rest van zijn oeuvre. Misschien ligt het aan Frank, misschien aan het iets duidelijkere plot, maar de manier waarop Lynch het kwade manifesteert is ontstellend en fascinerend tegelijk. En, op de één of andere manier, valt er heel wat af te lachen met de stuntelige Jeffrey.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in