Best Of Belgium: De 50 Beste Belgische Platen Aller Tijden – 40 – 31

Zeven jaar enola, is zeven jaar steun aan Belgische bands. Om onze nieuwe site plechtig in te wijden, gaan we op zoek naar de vijftig allerbeste platen die ooit op deze bodem zijn gemaakt. Van nu tot en met vrijdag: vijftig platen die samen the best of Belgium vormen.

  1. The Portables :: Girls Beware

De portables blijven ook nu nog aanspraak maken op de meest geinige band van het land. Girls Beware is zeker niet hun meest dwarsliggende plaat, maar op hun vierde wist de groep naast grappige titels te verzinnen ook alle stukjes van hun DNA perfect in elkaar te klikken tot een poppareltje dat genoeg kuren en grillen had overgehouden om ongewenste bezoekers de gordijnen in te jagen. Pulserende baslijnen, synthgeluiden from outer space, maar ook akoestische gitaren, een tikkeltje melancholie en verslavende indierockgitaren: het zat er allemaal in. Tegen “Bert tres emo” wist je niet meer of je nu moest lachen of huilen, of allebei. Of er niet bij nadenken, en Girls Beware en de portables gewoon nemen zoals ze zijn: als die rare kwiet met melancholische ogen in de vriendengroep die je voor geen goud ter wereld zou willen missen. (ml)

Hoogtepunt: “Anal Intruder”, dat repetitief opbouwt, steunend op een basgitaar, om dan langzaam in de coda door de groep volledig opengetrokken te worden.

  1. Daan :: Profools (1999)

Twee maal Daan, twee maal een debuutalbum. Is het toeval dat zowel Berchem als Profools hun weg naar onze lijst terugvinden? De jaren negentig bleken een wonderbaarlijke aanzet voor Daan Stuyven, grotendeels vanwege de snelheid waarmee Dead Man Ray tot een vertrouwde Belgische rockband werd gekatapulteerd — met als hoogtepunt misschien wel de passage op Rock Torhout/Werchter in 1998. Zijn solowerk nam iets meer tijd om een groter publiek aan te boren, maar het belang van Profools kan niet overschat worden. Vanaf “Boots” is de invloed van Dead Man Ray makkelijk te ontwaren, al blijft de opzet eenvoudig en blijft de (latere) ontwikkeling in de richting van dance nog buiten schot. Toen Beck het mooie weer maakte in de Verenigde Staten, hadden wij al onze eigen indie cowboy. (qc)

Hoogtepunt: het moment van herkenning bij “50%” (dit is Dead Man Ray!) tot blijkt dat Daan zich al snel tot volwaardig soloartiest heeft ontpopt. Een pittig elektrisch gitaargeluid met een immens charismatische stem.

  1. Allez Allez :: African Queen (1982)

Lang voor hij Angèle en Roméo Elvis uit de lenden schudde, luisterde Serge Van Laeken nog naar de roepnaam Marcassou en baste hij achtereenvolgens bij Marine en Allez Allez. Dat laatste collectief, met als boegbeeld de opvallende Britse zangeres Sarah Osborne, hield het al bij al maar zeventien maanden vol, maar dat volstond om een verpletterende indruk na te laten met hun een opzwepende mix van Amerikaanse funk en Afrikaanse ritmes. De mini-elpee African Queen leverde hen in ’82 zelfs een stek op de affiche van Rock Torhout/Werchter op (dat moest je toen nog verdiénen). Er werd nog een langspeelplaat opgenomen, maar toen die uitkwam had Osborne de groep al verlaten en lag de boel op apegapen. (mg)

Hoogtepunt: Kiezen is verliezen: “African Queen (pour la  grâce)” of toch “Allez Allez”? We kiezen voor het tweede, omdat het allerminst gedateerd klinkt – integendeel – en ook over zevenendertig jaar nog overeind zal staan.

  1. Half Asleep :: Subtitles for the Silent Versions (2012)

Slechts door een select publiek gekend, maar als u hem kent is de kans nihil dat u hem ooit vergeet. Half Asleep, het project van de Brusselse Valérie Leclercq en haar zus Oriane, leverde met Subtitles… een plaat af die onder de huid kruipt om daar nooit meer van onderuit te komen. Geen noot teveel; elke gitaar of piano aanslag krijgt het gewicht van een kanonbal. De combinatie met half fluisterende, ietwat mystieke lead vocals die de wijsheid der eeuwen lijken te verkondigen en magistrale, vaak quasi sacrale polyfone zanglijnen doet de haren dermate hevig rijzen dat ze bijna uit het vel geschoten worden. Een bonte collectie gastmuzikanten weten met hun respectievelijke blaas-, strijk- of percussieinstrument het geheel tot een beklijvende soundtrack bij een wel erg droevig sprookje te kneden. Psychisch leed lijkt nooit ver weg. Subtitles… is het soort album dat je naakt en kwetsbaar doet voelen. Een plaat waar men niet naar luistert, maar die men ondergaat.(lm)

Hoogtepunt: “The Invitation”, een kloeft van bijna negen minuten, neemt geduldig de tijd om te ontpoppen tot Goddelijke nectar. In de tweede helft wordt de grond genadeloos van onder de voeten weggetrokken en wordt de luisteraar weggezogen in zwarte, zwaartekrachtloze leegte. Een emotionele mokerslag.

  1. Soulwax: Nite Versions (2005)

In de lijn van Duran Duran’s Night Versions namen Stephen en David Dewaele het leeuwendeel van hun eigen rockplaat Any Minute Now (2004) stevig onder handen. Het resultaat is een regelrechte klassieker: een elektroplaat voor de nachtploeg en de schrik van elk paar schoenen dat liever niet aan flarden gedanst wil worden. De heren bewezen eerder al dat rock, punk en dance ongegeneerd door eenzelfde deur kunnen, maar Nite Versions is een zweterige clubset pur sang waar elk nummer naadloos overgaat in het volgende en gitaren door de portier worden tegengehouden. Meedogenloze bassen, drums en goochelende synths stuwen de omgebouwde tracks voort. Onder meer de nachtversie van “Miserable Girl” is quasi onherkenbaar, maar swingt als een tiet en toont zich een meester in opbouw. De leden van Soulwax kunnen terecht pioniers genoemd worden. Ze staken een stevig vuur aan de lont en stonden samen met geestesgenoten als LCD Soundsystem, Peaches, Justice en Digitalism in het midden van een van de meest interessante muziekscenes van de jaren 2000. (se)

Hoogtepunt: “It’s not you / It’s the E talking” verkondigt Nancy Whang op publieksfavoriet “E-Talking”. Dat moet haast wel, om ook tijdens die midweekdip te blijven geloven dat “part of the weekend never dies”.

  1. Telex :: Looking for Saint-Tropez (1979)

Marc Moulin was met Placebo al lang geen onbekende meer in de (Belgische) jazzwereld toen hij samen met Dan Lacksman (die in de vroege jaren zeventig als Electronic System actief was) en Michel Moers de electropopband Telex oprichtte. Het trio experimenteerde met electronische apparatuur om er een eigen vorm van popsongs mee te creëren, waarbij de grens tussen ernst en luim vaak flinterdun was, getuige ook de aparte covers van onder meer “Rock Around The Clock” en “Twist a Saint-Tropez”. Dat het niet louter `om te lachen` was, valt op de sterkere momenten van het debuut te horen, al schiet ook Looking for Saint-Tropez soms zijn doel voorbij wanneer de `Franse slag` en ongein de bovenhand nemen. Vijf albums zouden volgen vooraleer Telex het voor bekeken hield en samen met Kraftwerk de geschiedenis in zou gaan als een van de grondleggers van techno en house, met als belangrijkste verschil dat de ernstige Duitsers nooit op het Eurovisiesongfestival gespeeld hebben. (jbo)

Hoogtepunt: “Moskow Diskow” waarmee de plaat opent, klinkt veertig jaar later nog altijd even vernieuwend en indrukwekkend als toen. 

  1. Raymond van het Groenewoud :: Nooit Meer Drinken (1977)

De oerschreeuw van de Vlaamse rock, en dat klonk zoals dat openingsnummer klonk: “Meisjèèès”, en dan die litanie kopzorgen die die welgevormde mensensoort ons bezorgt. Niemand deed rock in het Nederlands zoals Raymond dat kon, niemand deed Raymond zoals hij zelf. Of het nu die Rolling Stonesachtige opener was, het swingende “Crazy Pub”, de boogie van “Feest” of het ingetogen “Winterochtend”; het kan de eigentijdse voorbeelden in de ogen blikken. Ja, zelfs les messieurs Jagger en Richards. En dat “Italianen”? Tikje aangebrand, misschien, maar de luim ligt er zo dik op dat je’t sowieso niet echt ernstig moet nemen. (mvs)

Hoogtepunt: Dat delicate solootje in “Winterochtend”.

  1. Mauro Pawlowksi & The Grooms: Black Europa (2004)

Met zijn honger naar experiment en talrijke artistieke mutaties, ontpopte Mauro zich tot de meest avontuurlijke reiziger in het vaderlandse muzieklandschap. Op Black Europa regeert echter rechttoe rechtaan rock met een donker kantje, extra in de verf gezet door producer Luc Van Acker. Zijn vier ‘grooms’ ten spijt, speelde Pawlowski in zijn thuisstudio alle partijen gewoon zelf in. Veredelde demo’s, noemt hij ze zelf, maar wel verrekt opwindend en eigenzinnig. De gitaren snerpen, de drums klinken als donderslagen en geregeld waait er een stormpje noise of distortion voorbij. De frontman zingt op een toon die het midden houdt tussen een schreeuw en narcolepsie, maar laat simultaan de rudimentaire teksten druipen van lust. “Terrorist Flower”, “Driving To The Fire” en het slepende “The Unreachable” pendelen voortdurend tussen sexy, dreigend en “that special kind of tension” zonder te gaan vervelen. Bij elke luisterbeurt vervellen ze in een nieuwe, in het zwart gehulde gedaante. (se)

Hoogtepunt: “I’m on a trip to beg”. De bad boy heeft het goed verknald en vuurt beloftes af die hij nooit zal waarmaken. Als de prinses in kwestie ergens voor valt, laat het dan voor de jankende gitaren zijn en niet de verontschuldigingen.

  1. Dirk Serries – Microphonics XXI-XXV (Tonefloat, 2013)

Intussen zijn anderen al lang met de pluimen gaan lopen, maar als je ’t hebt over de kunst van de ascese, de meditatie en het pure klankonderzoek, dan kan je niet om minimalist Dirk Serries heen. Na jarenlang onder allerhande pseudoniemen gewerkt te hebben (vooral Vidna Obmana en Fear Falls Burning) markeerde Microphonics het moment dat de man alle overbodige ballast overboord wierp. XXI-XXV leek wel het culminatiepunt van alles dat ervoor kwam: een perfect uitgebalanceerd meesterwerk van secuur uitgetekende gitaargolven verpakt in een bedwelmende melancholie die nergens verzandt in de kunstige bombast waar navolgers mee uitpakken. Integendeel: de ongrijpbare verhevenheid van dit tussen ambient, drones en postrock glijdende meesterwerk blijft bij elke beluistering aan diepgang en impact winnen. (gp)

Hoogtepunt: Wat zou je zitten zoeken naar een hoogtepunt bij een artiest die werkt met bewegingen waarin elke seconde telt? Maar goed, vandaag de hele “XXIII: There’s A Light In Vein”. Morgen iets anders.

  1. Koen De Bruyne :: Here Comes The Crazy Man!

Voor zij die denken dat België met Stuff. en collega’s voor het eerst een hoek van de jazz afsnijdt: think again. Ook in de jaren ’70 wrongen groepen als Mad Curry, Kandahar en natuurlijk Placebo met Marc Moulin zich al in allerlei kronkels om de grenzen van het gezond muzikaal verstand op te zoeken, en er dan over te springen. Ultieme outsider uit die periode blijft evenwel Koen De Bruyne. Veel te vroeg overleden liet hij naast talloze essentiële bijdrage als studiomuzikant en arrangeur slechts één echte plaat op eigen naam achter. Maar Here Comes The Crazy Man! was dan wel meteen een klein meesterwerk dat technische klasse aan compositorisch vernuft en algemene gekte koppelde. Here Comes The Crazy Man! gooide in ’74 jazzrock, psychedelica en prog in een pot en gooide er een karrevracht blazers – waaronder godbetert een dwarsfluit – bij. Het Belgische muziekverleden was misschien niet fundamenteel anders, maar wel een pak saaier geweest zonder dit buitenbeentje. (ml)

Hoogtepunt: Hoe “Pathetic Dreams” de blazers en de zangpartij van Patricia Maessen gaandeweg achterwegen laat om piano, bas en zowaar bongo’s even te laten losgaan, en daarna alles weer te laten openbarsten. 

De Keuze Van Dirk Serries: TC Matic :: TC Matic (1981)

Een dijk van een plaat, met een unieke sound vooral door het toedoen van de machtige gitaarsound van Jean-Marie Aerts en de heel eigenzinnige zangstijl van Arno Hintjens.  Hoewel ik zeker geen Arno fan ben, heeft hij bij mij krediet opgebouwd voor het leven door zijn uitbundige podium presence bij TC Matic en vooral deze debuut plaat.  Een album dat ik blijf beluisteren omwille van de uitstraling, de donkere sfeer (in contrast met Arno’s absurde  en grappige teksten) en songstructuren die meeslepend, dynamisch en vooral ook wel anarchistisch zijn.  Perfect voor zijn tijdsgeest en nu ook nog altijd relevant en fris klinkend in deze oren.  Zelf opgegroeid in de post-punk periode en natuurlijk zwaar fan van de Britse post-punk en new wave, is deze TC Matic plaat evenwaardig en jammer genoeg nooit naar waarde geschat in het buitenland.  Voor mij staat deze plaat op dezelfde eenzame hoogte als Joy Division’s Unknown Pleasures en The Cure’s Pornography.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in