Jonathan J Moore :: Galg en guillotine

De schreeuw om doodstraf en foltering duikt bijna elke keer weer op verschillende sociale mediakanalen op wanneer een moord of andere gruwelijke daad de gemoederen verhit. In hoeverre die roep ook echt ernstig moet genomen worden of eerder een impulsieve reactie is, kan ter discussie staan. De geschiedenis van (openbare) executies en folteringen toont echter dat het publiek vaak maar al te gretig toeschouwer was en er soms zelfs aan deelnam.

Met een kort overzicht van de `Executies door de eeuwen heen`, zoals de ondertitel van Galg en guillotine luidt, geeft Jonathan Moore geen al te opbeurend beeld van de mens. In dertien hoofdstukken overloopt hij hoe binnen Europa werd omgegaan met criminelen en welke vormen van executie daarbij gehanteerd werden. Thematisch, en tot op zekere hoogte historisch, wordt daarbij gestart met een reeks van verschillende methodes — de ene vaak al gruwelijker en pijnlijker dan de andere. Moore eindigt bij de twintigste eeuw en hoe daar gezocht wordt naar manieren om onnodig lijden te vermijden, terwijl de doodstraf zelf nog wordt uitgevoerd. Dat onnodig lijden vaker wel dan niet optreedt, mag geen verrassing heten, want lang maakte het zelfs deel uit van de straf.

Het eerste hoofdstuk is meteen het gruwelijkst — met dank aan tot de verbeelding sprekende straffen als vierendelen, radbraken en levend begraven worden. Zonder zich aan sensatiezucht over te geven, beschrijft Moore verschillende van deze straffen en ook hoezeer ze mis konden lopen. Het vergt weinig fantasie om zich iets voor te stellen bij de gruwelijke pijnen die deze straffen teweegbrachten, in het bijzonder wanneer de beul in kwestie onvoldoende ervaren was, zenuwachtig of dronken. Hoe gruwelijk ook, toch zouden deze straffen nog ver tot in de zeventiende eeuw uitgevoerd worden, net als een aantal van de straffen die in hoofdstuk twee aan bod komen, waaronder kruisigingen, spietsen en geplet worden onder zware gewichten.

Dat het in de daaropvolgende hoofdstukken en eeuwen niet veel vrolijker aan toe ging, staat eigenlijk buiten kijf. Zo waren onthoofdingen met bijl en zwaard, die aanvankelijk enkel een voorrecht voor de adel waren, allesbehalve snelle executies: vaak waren meerdere slagen nodig. De heksenjacht en het levend verbranden van de slachtoffers vormt een van de zwartere pagina`s uit de Renaissance. En ook al gaat Moore in vogelvlucht over de eeuwen en straffen heen, blijven de gruwel en de verontwaardiging wel degelijk plakken. Dat laatste is niet in het minst te danken aan het feit dat hij geregeld van de gelegenheid gebruik maakt om een wraakroepende, wrede of anders enigszins opmerkelijke executie in beeld te brengen.

Een intermezzo over folteren en de beul toont aan dat lijfstraffen en folteringen evenzeer deel konden uitmaken van ondervragingen en een voorproefje zijn van de executie. Een wrange, positieve nood is dat wie tijdens zijn of haar ondervraging stierf, niet schuldig verklaard kon worden. Daarnaast wordt het clichébeeld van de beul met beulskap teruggebracht tot zijn ware proporties en maakt Moore bovendien duidelijk dat het een weinig benijdenswaardig leven was. Uitzondering waren enkele families en beulen die soms uit wreedheid en soms uit een soort plichtsbesef hun taak consequent en plichtmatig correct, dan wel met het nodige sadisme en wreedheid uitvoerden. Dat ook buiten Europa wrede straffen voorkwamen, maakt het hoofdstuk over levend villen duidelijk .

Roepen de oudere lijfstraffen ondanks hun vaak gruwelijke karakter minder afkeer op, niet in het minst omdat ze niet langer gehanteerd worden, dan geldt dat veel minder voor de executievormen die nog steeds toegepast worden, dan wel nauwelijks vijftig jaar geleden afgeschaft werden . Dood door ophanging, de kogel of vergassing vullen net als de elektrische stoel en dodelijke injectie het macabere lijstje aan van executiemethodes die nog steeds gehanteerd worden. Een wrange voetnoot daarbij is dat ondanks een geschiedenis van fouten en halfslachtige verbeteringen er nog steeds geregeld iets fout gaat en dat het lijden van de veroordeelde onnodig gerekt wordt. De executie is volgens moderne standaarden allesbehalve humaan. Moore windt er net als in zijn historische hoofdstukken dan ook geen doekjes om: bij elke executie dreigt er wel iets fout te lopen en zelfs de hedendaagse rechterlijke macht is daar niet altijd rouwig om.

Een echt standpunt voor of tegen de doodstraf neemt Moore niet in, maar zelfs de veeleer luchtige opbouw van het boek, gespekt met voldoende afbeeldingen en anekdotes kan niet verhullen dat de nodige vragen gesteld mogen worden bij de manier waarop de staat zich het recht toe-eigent te beslissen over leven en dood en daarbij bereid is fouten te maken. Op die manier sluipt er voor wie er oog voor heeft toch een vorm van pleidooi tegen de doodstraf in, want ook al praat Moore nergens de misdaden goed, de manier waarop hij de executies beschrijft, maakt alvast duidelijk dat hij ze niet meteen toejuicht. Op eenzelfde manier is Galg en guillotine ook een historisch boek dat er geen is, want Moore fietst door de eeuwen en straffen heen, maar weet wel die informatie over te brengen die blijft hangen. Het maakt van zijn boek een wat lugubere, maar bedreven gids die de essentie overbrengt van hoe de doodstraf al eeuwenlang zowel fascineert als afstoot.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in