Sunn O ))) :: Life Metal

Nooit gedacht dat een metalband die uit twee gitaren en nul drums bestaat zo’n geweldige hype kan teweeg brengen. Gelukkig is die hype ook best terecht. Dat bewijst ook Sunn O)))’s eerste échte volwaardige langspeler in tien jaar.

De eerste in tien jaar? Eigenlijk wel. Na de mijlpaalplaat Monolyths And Dimensions die Sunn O))) in 2009 naar de top van de alternatieve muziekscène katapulteerde, brachten Stephen O’Malley en Greg Anderson slechts een handvol releases uit. Twee daarvan waren samenwerkingen (een hele goeie met Ulver en een half goeie met Scott Walker). En Kannon uit 2015 dan werd wel in de markt gezet als een LP, maar was met slechts een half uur, waarvan 1/3 al eens eerder was uitgebracht, eigenlijk een veredelde EP.

Maar goed, nu eindelijk dus een nieuwe langspeler, gevuld met kraakvers materiaal. En het werd op voorhand al eentje om naar uit te kijken: de band verkaste zijn enorme backline naar Electrical Audio in Chicago om samen met Steve Albini op te nemen. Enigszins geestig omdat Albini vooral gekend is voor het impeccable vastleggen van drums, maar we zagen dat wel werken. Meer zelfs: Anderson en O’Malley vonden het blijkbaar zo leuk in Chicago, dat ze er niet één, maar twee platen opnamen. Deze Life Metal wordt later op het jaar opgevolgd door Pyroclasts. Die achterstand van tien jaar is dan ook in één klap goedgemaakt.

Voor zij die Life Metal een wat onnozele naam voor een plaat vinden: daar heb je gelijk in. De woordspeling als contrast met Death Metal ging blijkbaar al een tijd de ronde bij de band, maar van een band die platen met namen als The Grimmrobe Demos en Candlewolf Of The Golden Chalice uitbracht, valt dit wat bleekjes uit. Het artwork daarentegen is dan weer a-dem-be-ne-mend. Het abstract-romantische schilderij van Samantha Keely Smith roept zowel aardse als buitenaardse sferen op, als een soort van kosmische nevel waaruit de primordiale soep van het universum wordt geboren.

Vanuit het artwork en de titel is het duidelijk dat we dit keer geen duister, dystopisch werkstuk van Sunn O))) moesten verwachten. Integendeel: dit is misschien wel de meest ‘positieve’ plaat van de band. Dat klinkt misschien vreemd, maar wanneer je de plaat beluistert, is daar wel iets van aan. Eerst en vooral is de ongeziene helderheid van het geluid iets wat je meteen opvalt. En, voor een sound die vooral bestaat uit twee ultralaag gestemde gitaren die door een monumentale hoeveelheid versterkers wordt gejaagd, is dat geen geringe prestatie. Vooral als je deze plaat naast een (moedwillig) modderig klinkende plaat als Black One legt, valt het verschil des te meer op. Begrijp me niet verkeerd: de gitaren klinken nog steeds alsof ze een Arctische ijsberg kunnen doen afbreken, maar Sunn O))) heeft nog nooit zo helder en geklonken als op Life Metal.

Openingstrack “Between Sleipnir’s Breaths” is meteen het meest gevarieerde nummer op de plaat. De kolossale gitaarmuren tonen enige flexibiliteit (die hoge noten!), de Moog van vaste waarde Tos Nieuwenhuizen vormen een subtiel dreigend achtergrondkoor en de vocalen van Hildur Guðnadóttir worden als honing in je oren gegoten. Het lijkt bijna alsof ze hoogstpersoonlijk naast je staat en in je oor fluistert, terwijl achter haar de wereld vergaat. Eerste nummer van de plaat, en meteen eentje dat zich bij de beste Sunn O)))-composities kan scharen.

De volgende drie composities op deze plaat zijn wat meer monolitisch van aard, en moeten het meer hebben van de verschillende laagjes die de band onder en tussen de blokken gitaardrone inschuift. Nuja, ‘laagjes’: in “Troubled Air” wordt er zowaar een heel kerkorgel tussen geschoven, wat het hele nummer een zowaar nòg monumentaler cachet geeft. En hoewel je zou verwachten dat dit orgel een bijkomende lap zwaarte aan dit nummer zou geven, zijn het vooral de middentonen die het geheel extra kleur geven, net zoals de kleine sprankeltjes percussie van de cymbales antiques die sporadisch de kop opsteken.

Bij “Aurora” ontwaar je quasi constant een zweem van Guðnadóttirs ijle engelengezang die doorheen het hele nummer zweeft, en zich bijna laat versmelten met de gitaarfeedback. Als contrast daartegen krijgen we dan weer galmende basaanslagen die sporadisch in de achtergrond weerklinken. Maar het is vooral het twintig minuten durende Novae dat het zwaartepunt (what’s in a name) van Life Metal vormt. Het nummer is gecomponeerd volgens het stramien waar het ene bandlid ‘dronet’, en het andere bandlid improviseert. Neem daarbij nog de toevoeging van Hildur Guðnadóttirs zelfgemaakte haldorfoon (een IJslandse uitvinding, een beetje te beschrijven als een elektrische cello die feedbackloops kan produceren) die een zachter, maar niet minder dreigend sonisch palet tentoonspreidt, en je krijgt een soort duister schimmenspel van ultralage klanken die rond elkaar wervelen als een paringsdans van tektonische platen.

Als Monolyths And Dimensions de plaat was die met grandioze composities het grote publiek tegen de borst drukte, zal Life Metal het album zijn dat zich door zijn subtiele spel eerder richt naar zijn initiële fans. Life Metal is geen ‘instant gratificiation’, maar zoekt zijn meerwaarde in de barstjes die in de gargantueske muren gitaardrone zitten, en waardoor verschillende schakeringen van klank en licht doorschemeren. Dat is voor een groot stuk de verdienste van Albini, die met voorsprong de best klinkende Sunn O)))-plaat heeft opgenomen, maar ook van de band zelf, die van deze gelegenheid optimaal gebruik maakte om een plaat af te leveren die zich keer op keer laat beluisteren, en waar telkens nieuwe ontdekkingen te rapen vallen.

Sunn O))) toert dit najaar nog door Europa, maar slaat daarvoor helaas ons land over (bedankt, Joke Schauvliege!). Misschien een mooie aanleiding voor een citytripje naar Londen, Berlijn, Stockholm of het meer exotische Nijmegen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in