George R.R. Martin :: Vuur & Bloed – Deel één: de opkomst van het huis Targaryen van Westeros

Het is lang een goede grap geweest, maar ondertussen lijkt het meer dan bittere ernst: het zesde deel uit George R.R. Martins epische fantasyreeks A Song Of Ice And Fire, getiteld The Winds Of Winter, is vooralsnog niet in zicht, laat staan het afsluitende A Dream Of Spring. Martin, die zich met deze reeks voorgoed tot het pantheon van fantasyschrijvers bombardeerde, is weliswaar nooit een snelle schrijver geweest. Een eerste hoofdstuk publiceerde hij wel al in 2011 met de belofte dat het dit keer geen zes jaar zou duren: het vijfde deel A Dance With Dragons verscheen in 2011 immers zes jaar na deel vier, A Feast For Crows.

Dat de op de serie gebaseerde televisiereeks Game Of Thrones in tussentijd de boeken ruim ingehaald heeft en ondanks afwijkende verhaallijnen ook grote en kleine spoilers met zich meebrengt, zorgt sowieso al voor enige wrevel. Vooral het feit dat Martin, die de reeks in 1996 startte, zich vooral op andere projecten (waaronder een lauw onthaalde televisiereeks) lijkt toe te leggen, wordt door fans niet altijd in dank afgenomen. Nochtans heeft hij zich al van bij de start van de reeks geregeld op andere projecten gestort en zich ook tussendoortjes en uitstapjes binnen de door hem gecreëerde wereld veroorloofd. Zo verscheen al na het eerste boek uit de A Song Of Ice And Fire-reeks de novelle The Hedge Knight (De Hagenridder), die zich ongeveer negentig jaar voor het hoofdverhaal afspeelt. In de volgende jaren zouden daarop nog twee delen volgen.

Het grote probleem lijkt dan ook niet zozeer te zijn dat Martin zich deze zijstappen permitteert, maar wel het feit dat hij zich naar eigen zeggen in het laatste deel vastgeschreven heeft en nog steeds geen uitweg ziet. In die zin is het zowel logisch als vreemd dat hij via andere wegen het universum opnieuw verkent. Dat hij niet verder bouwt op de geslaagde novellereeks Tales Of Dunk And Egg (waarvan het tweede en derde deel respectievelijk in 2003 en 2010 verschenen), maar zich verder focust op de geschiedenis van de Targaryens is dus niet verbazingwekkend. Naast een overzichtswerk (The World Of Ice And Fire, 2014) dat hij samen met twee co-auteurs schreef, publiceerde hij de voorbije jaren immers ook drie kortverhalen rond het voormalige koningsgeslacht Targaryen, waarbij hij focuste op enkele van hun meer uitgesproken troonpretendenten en heersers.

Die drie verhalen zijn nu samen met een meer omvattende geschiedenis opgenomen in Vuur & bloed – Deel één: De opkomst van het huis Targaryen van Westeros, dat start bij de opkomst van de eerste heerser van die naam, Aegon I. In de ruim negenhonderd pagina`s die daarop volgen, schetst Martin de eerste tweehonderd jaar van het geslacht en hoe het zich tegenover de andere adellijke families en troonpretendenten binnen de eigen familie handhaafde. Kennis van de delen uit A Song Of Ice And Fire of de andere novelles uit het Westerosuniversum is niet noodzakelijk voor een goed begrip van dit boek, al helpt het zeker wel om een aantal elementen uit het verhaal beter te begrijpen of te plaatsen.

Zo komen verschillende adellijke families aan bod die in de hoofdreeks een belangrijke rol spelen en die daarin meer duiding en aandacht krijgen dan hier het geval is. Ook andere spelers, in het bijzonder de religieuze macht, buurlanden en de maatschappelijke structuur, worden hier als gekend beschouwd. Daardoor zijn bepaalde plotwendingen (gebaseerd op achtergronden, de stamboom van huizen, geografie of religieuze overtuigingen) voor een leek niet altijd even duidelijk.

Net zoals de kortverhalen wordt ook dit boek niet vanuit een ik-perspectief geschreven, maar wel opgevat als een soort geschiedenisboek (opgetekend door aertsmaester Gyldayn). Bepaalde informatie blijft dus verborgen of is slechts zijdelings bekend, aangezien de verteller niet aanwezig was bij de gebeurtenissen, maar zich op bronnen en overlevering dient te baseren. Dat op zich hoeft uiteraard geen beletsel te zijn voor een geslaagd werk, zolang het gepresenteerde op zich maar boeiend is. Wat de basismaterie betreft, is daar alvast geen probleem: het geslacht Targaryen, dat voor de val van Valyria van het continent Essos wegtrok om het eiland Westeros te veroveren met behulp van hun draken, vormt een boeiend onderwerp.

Aegon I, bijgenaamd ‘de veroveraar’, slaagt er met hulp van zijn zussen annex gemalinnen (een oud Valyrisch gebruik was dat broer en zus met elkaar huwden) het grootste deel van het eiland onder zijn heerschappij te plaatsen. Na zijn dood ontstaat er een eerste strijd tussen zijn twee zonen, halfbroers waarbij beiden weliswaar de troon bezetten, maar geen van beiden het karakter noch de wijsheid van hun vader bezit om blijvend een stempel te drukken. In de daaropvolgende generaties ontstaan er nog meer conflicten, aangezien de vraag steevast rijst welke nakomeling het koningschap mag opeisen. Een eis die een extra dimensie krijgt doordat ze naaste verwanten zijn met elk hun eigen getrouwen, tegenstanders en draken. De strijd om de troon slaat op een bepaald moment zelfs zulke diepe wonden dat niet alleen het geslacht Targaryen zichzelf bijna ten gronde richt, maar ook dat enkele adellijke heren (tijdelijk) de kans zien om als regenten de macht te grijpen.

Hoewel de meer opzienbarende hoofdstukken al eerder werden gepubliceerd, betekent dit niet automatisch dat de verdere invulling zonder meer als flauw of oninteressant afgeschreven moet worden. Martin heeft zijn eigen universum op dat vlak voldoende in de hand, alsook het nodige metier om het geheel van een zekere draagkracht te voorzien. Tezelfdertijd valt in dit deel echter ook de hand van de vakman te lezen — veeleer dan die van de meester. Vuur en bloed is vooral interessant omdat het een extra vormt bij de hoofdreeks en hier aanvullingen gebeuren op wat daar vooral zijdelings wordt vermeld. Opzichzelfstaand is het immers een gedegen, maar ook niet altijd boeiende kroniek over een koningsgeslacht en hun interne conflicten, die niet meteen uitnodigt tot een brede fanbase.

Vuur & bloed – Deel één: De opkomst van het huis Targaryen van Westeros mist zowel het epische, tijd en plaats overspannende labyrint van de Het lied van ijs en vuur-reeks, als het eerder amusante aspect van het vlot geschreven Verhalen van Dunk en Ei om als werk op zichzelf te boeien of lezers te lokken. Het is een vakkundig en daardoor soms ook spannend geschreven kroniek, maar het blijft vooral als een aanvulling op en aanhangsel van gelden. Wie niet eerder in de wereld geïnvesteerd heeft, zal in dit boek weinig aansporing vinden om daar mee te starten. Dat de televisiereeks Martin ingehaald heeft en dat hij op eigen tempo zijn reeks wil afsluiten, is vooralsnog zijn recht als auteur en bedenker, maar als hij de ongeduldige fans niet op hun honger wil laten zitten, zal hij wel met een beter zoethoudertje op de proppen moeten komen dan dit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in