Plinius :: De wereld

Encyclopedieverkopers die van deur tot deur hun waren gingen slijten, vormden vaak een bron van ergernis en humor, zoals een oude Monty Python-sketch reeds aantoonde. Met de opkomst van internet en Wikipedia werden deze meerdelige bronnen steeds meer een stof vergarend relikwie dat niet langer boekenkasten sierde. Was de wereld ooit gevat op papier of had het althans die pretentie, dan heeft de digitale wereld die rol overgenomen, zonder altijd de toets van kennis en waarheid ondergaan te hebben.

Het zal millennials en aanverwante leeftijdsgenoten ongetwijfeld vreemd in de oren klinken, dat men ooit de ambitie en kunde had om alle kennis beknopt op papier te bundelen. In de achttiende eeuw werd een groep filosofen, denkers en wetenschappers zelfs omschreven als encyclopédistes omdat zij alle kennis kritisch wilden verzamelen en borgen. In het bijzonder Jean le Rond d`Alembert en Denis Diderot onderscheidden zich met hun Encyclopedie (1772) die eveneens sterk antiklerikaal was. Toch waren zij niet de eersten, de befaamde Encyclopedia Britannica verscheen enkele jaren eerder en was op dezelfde leest en idee geschoeid.

De term zelf is echter al veel ouder en stamt af van het Griekse ἐγκύκλιος παιδεία (enkyklios paideia, algemene vorming/afgerond geheel van kennis). In de oudheid en middeleeuwen had men immers ook al verzamelwerken die met enige toegeving als encyclopedieën omschreven kunnen worden. Toch waren het niet de Grieken, die repertoria hadden, maar de Romeinen die het encyclopedisch model voor de eerste maal uitwerkten en meer bepaald Plinius de Oudere (23-79) wiens Naturalis Historia in 77 verscheen. Met het werk waarvan niet minder dan 37 boeken en 2493 hoofdstukken overgeleverd zijn, trachtte Plinius alle hem bekende feiten en weetjes te verzamelen en zo de (gekende) wereld te vatten. Dat hij daarbij vaak weinig wetenschappelijk te werk ging en meermaals zelfs eigen commentaar toevoegde, heeft evenzeer met zijn achtergrond als het tijdperk te maken.

De wetenschappelijke methode waarbij empirisch onderzoek, analyse en theorievorming gekoppeld worden aan verificatiemethodes is immers nog maar enkele eeuwen oud, ervoor waren wetenschappers vooral geïnteresseerd in debatten en a priori-stellingen. Empirisch onderzoek en experimenten werden geminacht en als ze al uitgevoerd werden, gebeurde dit slordig en zonder veel oog voor vergissingen of foute interpretaties. Maar al te vaak werd bovendien een beroep gedaan op anekdotiek en getuigenissen. Ook Plinius baseert zich voornamelijk op de geschriften van anderen, bovendien had hij als Romeins ridder en militair niet altijd de tijd zich aan studies te wijden. Toch was hij als amateurwetenschapper ongelooflijk leergierig en een productief schrijver die meer dan 160 werken geschreven heeft en waarvan enkel het leeuwendeel van de Naturalis Historia (oorspronkelijk bevatte het 100 boeken) overgeleverd is.

Vanuit puur (natuur)wetenschappelijk oogpunt valt er in De wereld dan ook weinig informatie te rapen, het werk heeft academisch gezien vooral een historische waarde. Toch is een vertaling als deze, die niet alle boeken omvat, ook voor een geïnteresseerde lezer vaak waardevol. Vooreerst is het intrigerend te merken hoe vaak Plinius zich enerzijds vroeg-wetenschappelijk toont, maar anderzijds ook klakkeloos de meest vreemde en absurde stellingen kritiekloos overneemt en daarbij het status van de bron laat primeren (een senator is geloofwaardiger dan een boer). Bovendien uit hij meer dan eens zijn eigen mening en visie terwijl hij bepaalde feiten of een auteur vermeldt. Kritisch noch afstandelijk is hij als verzamelaar van kennis en commentator meer dan eens aanwezig in zijn encyclopedie.

Zijn eerder losse schrijfstijl en stijlkenmerken zijn typerend voor de zogenaamde Zilveren Latiniteit waar vorm boven inhoud heerste, en durven wel eens vermoeiend te zijn. Maar de aard van het werk leent zich uiteraard ook los van de stijl sowieso niet tot lange leessessies, want ook al werkt Plinius met langere uiteenzettingen en niet de intussen klassieke korte lemma`s uit de moderne encyclopedie, toch blijft ook bij hem een vorm van opsomming bestaan. Bovendien zal niet elk thema elke lezer evenzeer boeien, per slot van rekening wordt `alles` behandeld, van geografie en kosmologie over zoölogie en botanica tot mijnbouw en beeldhouw- en schilderkunst. Dat Plinius hierbij een duidelijke systematiek en doel voor ogen had, blijkt al uit een meer aandachtige lezing. Zo vertrekt hij niet alleen vanuit een soort hiërarchische indeling waarbij de kosmos en meer bepaalde de aarde voorafgaat aan de mens, die haar voornaamste inwoner is, om daarna onder meer de dieren en planten te behandelen, maar laat hij ook meer dan eens zijn visie op de natuur als een goddelijk iets doorschemeren.

In het polytheïstische Rome laat Plinius zich weinig gelegen aan de vele goden en kiest hij, als stoïcijn, voor slechts een goddelijke entiteit: de natuur, die hij in al haar manifestaties verheerlijkt. Opvallend modern komt daar een soort respect en eerbied voor de natuur uit voert en het potentiële kwaad dat de mens hier kan aanrichten (bij Plinius onder meer door mijnbouw). Het is niet de enige maal dat hij zich tot morele uitspraken laat verleiden (in de middeleeuwen zouden encyclopedieën haast standaard ook morele lessen meegeven), al gaan deze vaak gepaard van een vorm van spot. Hoe ernstig Plinius zijn leven en werk ook mocht opvatten, hij neemt zo graag vermakelijke anekdotes op die het boek helpen verluchten en (onrechtstreeks) ook kanttekeningen plaatsen bij het gedrag van zijn meer decadente tijdgenoten.

Eeuwenlang zou Plinius overgeleverde werk een belangrijke bron van kennis en voorbeeld blijven. Doorheen de middeleeuwen en renaissance zal zijn encyclopedie gebruikt, gelezen en geciteerd worden. Met de opkomst van de moderne wetenschap geraakt zijn werk net als vele andere uit de oudheid in diskrediet doordat vele feiten als onwaar achterhaald zijn en men kritischer omgaat met bronnenmateriaal. Toch blijft zijn werk voortleven en naarmate het Latijn minder de taal van de wetenschap wordt, blijft het ook in vertaling verschijnen. De historische waarde van Naturalis Historia als eerste encyclopedie en poging tot een omvattende bundeling van alle kennis staat buiten kijf, maar ook los daarvan biedt het werk, in kleine dosissen, het nodige vermaak en verbazing enerzijds door de soms absurde stellingen maar anderzijds net zo goed door de scherpe opmerkingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in