Bear’s Den :: So That You Might Hear Me

Mannen met baarden: de een boezemt meteen ontzag in, de ander heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Andrew Davie en Kevin Jones van Bear’s Den behoren gelukkig tot de tweede categorie. Op hun derde langspeelplaat hengelen ze niet naar innige omhelzingen, maar delen ze zelf – zoals we van hen gewoon zijn – stevige knuffels uit in de vorm van een verzameling warme, oprechte songs in – alweer – een ander jasje.

Op hun debuutplaat Islands presenteerden de baardige bazen zich nog als het ingetogen broertje van Mumford & Sons, en kleurden ze netjes binnen de lijntjes van de indiefolk. Twee jaar later, op Red Earth & Pouring Rain, stapten ze echter af van dat eerder traditionele geluid en leken ze bij momenten The War On Drugs en hun weidse goe-vur-in-den-otto-tijdens-lange-ritten-sound achterna te hollen.

En nu is er dus de derde worp, So That You Might Hear Me, waarop het stuur alweer wordt omgegooid en de groep kiest voor een nóg breder en grootser geluid dan op de voorganger. Deze keer zetten Davie en Jones de deur open voor forse drums, uitwaaierende gitaren en vooral elektronica, lees: meer piano, weelderige toetsenpartijen en hier en daar zelfs een beat uit een doosje.

Er werd deze keer dan ook veel meer tijd uitgetrokken om aan nieuwe songs te werken. De vorige plaat was haast letterlijk tussen de soep en de patatten tot stand gekomen, want na Islands toerde de band immers zo goed als onafgebroken rond. Vorig jaar werd besloten eindelijk eens de tijd te nemen om op zoek te gaan naar een eigen studio waar in alle rust en zonder al te veel druk van buitenaf gewerkt kon worden. In hun pasverworven berenhol tekende Jones de krijtlijnen van hoe de nieuwe cd moest klinken, terwijl Davie zich bezighield met waarover de plaat zou gaan.

Voor die laatste betekende de periode off the road dat hij ook weer met zijn neus op enkele menselijke drama’s aan het thuisfront werd gedrukt, en dan vooral de alcoholverslaving van een naast familielid. Maar literatuur bood bij het schrijven troost én inspiratie. Zo moet je al van een andere planeet komen om niet door te hebben dat de mosterd voor “Crow” bij de roman Grief Is The Thing With Feathers van Max Porter werd gehaald. De titel van het album verwijst naar “Para que tú me oigas”, een gedicht van Pablo Neruda (in het Engels: “So That You Will Hear Me”). Want daarover gaat het hier: proberen te communiceren met iemand, maar het gevoel hebben dat er niet wordt geluisterd.

Davie richt zich in zijn open en eerlijke teksten ‘dan maar’ tot de luisteraar. Je kan het een trucje noemen, maar het werkt. Nergens wordt het melig of gênant, niet een keer kregen we een echt onbehaaglijk gevoel bij zijn ontboezemingen. Hij blijft respectvol en sereen, en wil niks voorgoed kapot maken. Ondanks alles is er toch nog hoop, en die wil hij blijven koesteren. Die hoop deelt hij alleszins met de bands-met-grote-gebaren die in de jaren tachtig festivalweides, sportpaleizen en expohallen lieten volstromen en aan wie Bear’s Den op deze plaat soms doet denken.

Nogal wat songs op So That You Might Hear Me lonken qua grootsheid dan ook naar dat tijdvak, zoals opener “Hiding Bottles”, de geweldige single “Laurel Wreath” en “Fossils”. Maar ook hier weten de jongens maat te houden en vervallen ze nergens in bombast. De jarentachtigreferentie gaat niet op voor elke song: in “Crow”, “Not Every River” en zelfs het grotendeels elektronische “Fuel On The Fire” houdt Bear’s Den het veeleer ingetogen.

Het dichtst in de buurt van de sfeer en het geluid van Islands komen ze in “Breaker Keeper”, het met een lichtvoetig pianoriedeltje opgesmukte “Conversations With Gods” en “Blankets Of Sorrow”, dat toepasselijk afsluit met de tekstregels “But I beg to differ / More than I know how to let it show / Not letting in or letting go / Just saying what I’ve always known / That I only speak / So that you might hear me”. Het is ook in deze songs dat Davie – die beschikt over de soort stem die je wil horen wanneer je troost zoekt – nóg overtuigender klinkt dan anders.

Laat u bij een eerste kennismaking met dit album dus niet beetnemen door de vollere sound. Wilden ze nu al een voorschot nemen op de grote concerten die hen ongetwijfeld staan te wachten? Dat die sound past bij de nog steeds groeiende status van de groep, is meegenomen en zal hen de volgende maanden – en jaren – ongetwijfeld van pas komen. De winterslaap is voorbij, de heren/beren komen uit hun hol en zijn klaar voor een lange festivalzomer.

De voornaamste conclusie is echter dat Bear’s Den, hoe ze hun songs ook verpakken, in essentie dezelfde soort eerlijke liedjes blijven maken, die hun luisteraars recht in het hart treffen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in