Het interstedelijk harmoniumverbond :: Het interstedelijk harmoniumverbond

Mag het nog eens sacraal zijn zonder er meteen allerlei godsdienstige overwegingen bij te halen en kan wat vooral binnen een religieuze context gekend is, ook daarbuiten zijn bestaansplek opeisen? Het zijn vragen waar Het interstedelijk harmoniumverbond, zonder die overigens uitdrukkelijk te stellen, een antwoord op geven. Een harmonium wordt immers wel eens spottend een psalmenpomp, Hallelujah-commode, cirkelzaag des geloofs of gereformeerde hometrainer genoemd vanwege de religieuze achtergrond en het typerende geluid.

Maar harmonia bestaan in meerdere varianten: de `orgelvariant` die zich inderdaad in christelijke middens bevindt, maar ook de `draagbare` variant die via onder meer Portugese handelsreizigers en missionarissen zijn weg heeft gevonden naar Indië en Pakistan waar deze `lage` variant een vast onderdeel is gaan uitmaken van de muziekbeleving. Uiteraard bleef het instrument ook in Europa verder leven en, al dan niet via Indiase omwegen, de aandacht trekken van muzikanten die zich buiten het religieuze leven of de klassieke rockpaden op weg begaven. Een van hen is Glen Steenkiste, beter bekend onder zijn nom de plume Hellvete, die aanvankelijk onder een breder publiek bekend werd als kernlid van het collectief Silvester Anfang//Sylvester Anfang II.

Na het min of meer verscheiden van de groep, richtte Hellvete zich voornamelijk op eigen soloprojecten waarbij al snel een voorliefde en interesse voor drones aan te pas kwam: op Sint-Denijs (2013) vormde het harmonium een van de instrumenten waarmee hij zijn geluidsgolven creëerde en in 2018 verscheen op het Gentse Morc label Droomharmonium, dat zoals de titel laat vermoeden geheel opgebouwd is rond het harmonium. Op de lp is enkel Steenkiste te horen maar naar eigen zeggen droomde hij er al langer over om met enkele gelijkgestemde zielen verschillende harmonia met elkaar in dialoog te laten gaan. Onder impuls van Vooruit-programmator Wouter Van Haelemeersch (ook gekend als Urpf Lanze) werd een residentie mogelijk gemaakt waarbij Steenkiste samen kon componeren met oud-Si/ylvester Anfangkompaan Steve Marreyt (die als Edgar Wappenhalter solo actief is), Brecht Ameel (Razen) en David Edren (onder andere DSRLines).

Het feit dat de vier elk in een andere stad wonen (Gent, Antwerpen, Brugge en Brussel), vormde samen met het gebruikte instrument de basis voor de bandnaam. Steenkiste geeft aan dat hoewel het initiatief bij hem startte, het wel degelijk een `gesammtwerk` is waarbij de vier muzikanten elkaar inspireerden. Dat ze elkaar al lange tijd kennen en vaak zelfs in een of ander verband eerder met elkaar gespeeld hebben, vormt een belangrijke troef. Niet alleen was het plan om samen te spelen al langer gerijpt onder initiatief van Steenkiste maar doordat er ook een vertrouwen in elkaar is en een gedeeld muzikaal verleden, konden en durfden de vier muzikanten zich via het instrument (dat een heel eigen dynamiek kent) te uiten en daarbij de grenzen van het eigen kunnen af te tasten. Dat vertrouwen en samen durven spelen en experimenteren vindt zijn weergave in twee songs van ongeveer zeventien minuten die elk een lp-kant bestrijken.

De songs zelf uitvoerig beschrijven lijkt aan hun doel en oorsprong voorbij te gaan. Tijdens het subtiel opbouwen van drones verdwijnt de individuele identiteit van de `groepsleden` ten voordele van een dromerigere sfeer die niet zozeer een melodielijn of echte opbouw heeft maar zich voornamelijk meanderend te kennen geeft waarbij slechts nuanceverschillen duidelijk maken dat hier geen specifieke toon herhaald wordt. De aandachtige luisteraar zal echter een uitgesproken verschil tussen “Balg” en “Riet” horen, waarbij het eerste nummer zich op een specifieke manier dwingend te kennen geeft en een onaards gevoel oproept dat de lagere regionen opzoekt. In “Riet” vallen daarentegen meer onafhankelijke klanken op, al blijft het aangeraden dit niet te letterlijk te interpreteren aangezien ook deze `song` zich binnen een repetitief stelsel ophoudt. Tezelfdertijd zoekt het nummer meer nuances op waardoor de drone aan klankkleuren wint en een intrigerende antipode wordt van andere kant.

Het is een gedurfde zet die het Het interstedelijk harmoniumverbond hier brengt. Enerzijds is de beperking van de muzikanten met het instrument kenbaar en focussen ze zich op het opbouwen van een drone maar tezelfdertijd kan niet ontkend worden dat de manier waarop beide stukken gecreëerd worden en zichzelf middels de vier harmonia ontplooien wel tot doordachte momenten leidt die een duidelijk einddoel heeft. Bovendien bestaat altijd het gevaar dat de keuze voor het instrument leidt tot een verheerlijking of verkettering om de verkeerde reden, een vals `undergroundgevoel` is nu eenmaal eigen aan het album en zijn uitgangspunt. Ook hier geldt echter dat wie op basis daarvan een mening vormt, voorbijgaat aan de essentie van het album en zijn potentiële betekenis, waarbij een ritueel en sacraal moment gevonden kan worden dat wars staat van welke religieuze overtuiging dan ook. Het interstedelijk harmoniumverbond roept evenveel vragen op als het beantwoordt, maar is finaal van een boeiende gedachte uitgegroeid tot een intrigerend album.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in