Visitations I: Marker & Guests :: 29 & 30 maart 2019, De Studio

Soms vallen de puzzelstukken vanzelf op hun plaats. Bij Sound In Motion leefde al een tijdje het idee om te werken met korte residenties, terwijl Ken Vandermark ook al even op zoek was naar een manier om het eindeloze internationale toeren een nieuwe wending te geven. En zo geschiedde, met een tweedaagse waarbij Vandermarks band Marker als kwintet speelde, maar op een tweede dag ook uitgebreid werd tot een nonet met daarin vier jonge Belgische muzikanten. En als de bandleider aan het einde van de tournee, waarvan deze Antwerpse concerten het finale uitroepteken waren, schrijft dat het een van de hoogtepunten in zijn carrière werd, dan zegt dat genoeg over het resultaat. Dit was er eentje om in te lijsten.

Met zijn nieuwste album New Industries onder de arm vloog het kwintet over naar Europa voor een reeks concerten in Polen, Hongarije, Oostenrijk, Duitsland en België, waarbij steeds programma’s samengesteld werden met lokale vertegenwoordigers van de improvisatiescene. De ene keer gebeurde dat met een reeks van kleine constellaties die aan het improviseren sloegen, de andere, zoals in Antwerpen, met een band die gevoelig werd uitgebreid. Wat dat betreft, werd het publiek in De Studio getrakteerd op een dubbele première, want speciaal voor het slotconcert had Vandermark vier nieuwe composities geschreven. Twee namiddagen repeteren is niet bepaald een grote luxe voor muzikanten die elkaar niet kennen en nieuw materiaal spelen, maar discipline, werklust en bakken talent leidden tot een machtige performance.

De eerste dag was nog aan Marker in normale bezetting, met naast Vandermark (tenorsax, klarinet) het gitaarduo Steve Marquette en Andrew Clinkman (de ene haast alarmerend onbewogen, de andere voortdurend verwikkeld in een solodans), multi-instrumentaliste Macie Stewart (viool, toetsen) en drummer Phil Sudderberg. Ze speelden twee compacte sets waarin het materiaal van New Industries nog eens binnenstebuiten gekeerd werd. Met “Alpahville” (een verwijzing naar Godard) in de kop kwam het meteen krachtig op gang, met noisy gehuil van de naast elkaar opgestelde gitaristen, een energieke saxsolo van de leider en hecht samenspel. Als iets duidelijk werd, dan wel hoe vernuftig de gecomponeerde onderdelen van de composities verweven waren, via geïmproviseerde stokjes doorgegeven werden en voortdurend wisselden van roerganger.

Hier en daar werden visuele tekens gegeven om een overgang aan te kondigen, maar op geen enkel ogenblik had je het gevoel dat deze band niet met een sterke, collectieve focus speelde en zich een weg baande langs kamermuziekachtige passages, heftig verkrampende uitbarstingen, rockgetinte grooves en regelmatig ook momenten van weldadige openheid — iets dat ook op de tweede dag bewaard zou blijven. En als iemand al dacht dat zo’n jonge band, met muzikanten die iets minder ervaring hebben dan het volk waar Vandermark doorgaans mee speelt, de bagage of panache zou missen om de leider bij te benen, dan kreeg die lik op stuk, want Marker toonde zich als een gedreven en flexibele groep die bij momenten uitpakte met een knetterende spanning en eensgezinde focus die niet kon voorkomen dat het kwintet ook zichzelf verraste met kwieke demarches.

alt

Voor dag twee werd het kwintet aangevuld met vier muzikanten die Sound In Motion had voorgesteld: altsaxofoniste Audrey Lauro, baritonsaxofoniste Hanne De Backer, bassiste Farida Amadou en accordeonist Stan Maris — stuk voor stuk muzikanten die al eens opdoken bij de Antwerpse organisatie. Maris was misschien een wat verrassende keuze, gezien zijn jonge leeftijd en het feit dat hij nog niet zo veel ervaring heeft met improvisatie in dergelijke context, maar het bleek een goede zet, want de accordeon voegde een originele klankkleur toe aan het totaalbeeld. Maris bleek al snel een uitstekende extra schakel, die de tweede dag trouwens op gang mocht schoppen met een knappe introductie voor “Scratch Vocal”. Dat schoof de elektriciteit even opzij voor een stelselmatige opbouw waarbij al getoond werd hoe het negenkoppige gezelschap elkaar nooit voor de voeten zou lopen. Niet alleen werd het logge, collectieve gepomp zo gemeden, maar er werd ook voortdurend gewisseld van actieve cellen en rollen.

Zo kon er een groove ontstaan waar de gitaristen niet in aanwezig waren (zo’n Macie Stewart vangt dat probleemloos op), ontstonden er korte call & response-spelletjes en bleven de talrijke cues van het kwintet ook nu iets om muzikanten en publiek bij de les te houden. Er waren nu vanzelfsprekend meer signalen en instructies van de leider nodig, maar het nonet liep op rolletjes en bewoog van sobere kamermuziekpassages naar vrije interactie en abrupte, maar perfect uitgevoerde wendingen. Een stuk dat opgedragen werd aan de pas overleden Agnès Varda sloot aanvankelijk dichter aan bij de filmische composities van Marker, met spits gitaarwerk en lekker ronkende baritonsax, en Vandermark die z’n troepen regisseerde langs vlijmscherpe 180°-bochten en een weldadige groepssound die hier en daar zelfs herinnerde aan zijn internationale Territory Bands. Mooi om te horen hoe solo-exploraties (Amadou gebruikte knappe effecten en texturen, terwijl De Backer hyperexpressief de extreme contrasten opzocht) afgewisseld werden met groepspassages en momenten van schijnbare kakofonie omgevormd werden tot gebalde uithalen. Een sleutelrol was daarbij ook weggelegd voor Sudderberg en Stewart, die elk op hun manier grote indruk maakten.

Meer spektakel volgde in de tweede set, die opnieuw inzette op brede dynamiek, met kale secties die gaandeweg aangedikt werden tot een withete lavastroom, plaats ruimden voor potige no nonsense-grooves, tijdelijke dromerijen (een solo van Maris riep even de unieke 80s avant-pop van David Thomas tot leven) en non-idiomatische improvisatie. Het slotluik was daadwerkelijk het moment waar het allemaal nog eens bij elkaar kwam en de groep vleugels kreeg. Met de eindmeet in zicht werd het speelplezier steeds zichtbaarder, kon je de elektriciteit in de lucht haast voelen en werd muziek spelen eerder spelen met muziek. De combinatie van houvast (Maris en Amadou die een motiefje gaande hielden) en vrijheid (gedreven soleerwerk van Lauro en de gitaristen) gaf je een forse stamp onder je kont en hield je tegelijkertijd op het puntje van je stoel, terwijl Vandermarks laatste, ontketende solo, een staaltje ritmische inventiviteit was — een briljante kers op de taart.

Het was het soort optreden dat je met een brede grijns de nacht in stuurde: dynamisch, fris, uitdagend, tegelijkertijd strak én vrij. Zowel voor de Amerikanen als de Belgen een ervaring van jewelste, dat kon je zelfs ervaren met gesloten ogen. Je voelde hoe dit gezelschap zichzelf oversteeg en hoe er banden gesmeed werden, en je kan maar hopen dat het leidt tot een nieuw web van connecties dat nog meer muziek oplevert. Dit concert werd alleszins opgenomen. Het is een begin.

alt

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in