Umberto Eco :: Op de schouders van reuzen

Toen de Italiaanse academicus en semanticus Umberto Eco (1932-2016) in 1980 zijn eerste roman Il noma dell rosa (De naam van de roos) publiceerde, had hij ongetwijfeld nooit kunnen voorzien dat de roman een internationale bestseller zou zijn die zes jaar later al verfilmd zou worden met Sean Connery in de hoofdrol. Niet zozeer de plot – een klassieke whodunnit -, noch de setting – een middeleeuws Benedictijnerklooster – spraken zozeer tot de verbeelding als wel de manier waarop Eco allerlei verwijzingen en laagjes in de roman smokkelde.

Finaal stelde zelfs dat uiteindelijk weinig voor, behoudens voor wie graag op een soort referentiële schattenjacht ging, maar het raakte wel een snaar bij het grote publiek en gaf de belezen Eco het allure van een erudiet en diepzinnig denker die als geen ander een bron van kennis leek te zijn. In zijn volgende roman Il pendolo di Foucault (1988, De slinger van Foucault) zou Eco voor een hedendaags jasje kiezen, maar liet hij zich nog veel meer leiden door allerlei allusies, complottheorieën en (semi)historische weetjes. Het resultaat was een indrukwekkende roman rond geheimzinnige genootschappen die zichzelf krampachtig belangrijker maken dan ze zijn, wat zijn neerslag vindt in een roman die doelbewust zo obscuur mogelijk refereert, net om de leegheid van complottheorieën extra te onderlijnen.

Eco zou in de volgende jaren nog verschillende romans met wisselend succes publiceren alsook een aantal non-fictie werken. Hoewel hij nog steeds een breed publiek bereikte, verminderde de aandacht voor zijn romans terwijl die rond zijn persoon gehandhaafd bleef. Meer dan eens werd hij dan ook een omvergevallen boekenkast genoemd vanwege de vele citaten en referenties die in zijn werken (fictie en non-fictie) opdoken. En hoewel zeker erudiet en verstandig lijkt Umberto toch vooral een man van de synthese geweest te zijn die een onuitputtelijke bron van kennis van andermans werken en theorieën was, veeleer dan een vernieuwend of uitdagend denker. Het verklaart in niet onbelangrijke mate de wisselende kwaliteit van zijn werk, waarbij soms het citeer- en parodieerwerk op een goed uitgewerkt idee of theorie overheerste.

De in Op de schouders van reuzen gebundelde essays laten gelukkig een auteur in topvorm zien. De lectio magistralis die hij tussen 2001 en 2015 (vanaf 2005 jaarlijks) bracht op het Milanese cultuurfestival La Milanesiana lezen als een bloemlezing van Eco`s favoriete onderwerpen waarbij hij op ingenieuze wijze een verhaal weet te breien rond de vele literaire, historische en culturele verwijzingen die zijn lezingen doorspekken. Dat daarbij niet altijd een duidelijke lijn of een specifiek einddoel te ontwaren valt, is in deze zelfs bijzaak, want Eco is een begenadigd schrijver/spreker die de lezer meevoert op een door hem uitgestippeld pad en zo vaak naar de omgeving wijst dat de eindbestemming bereikt is voor men het goed en wel beseft.

In de eerste lezing die als een soort voorwoord geldt en de titel van de bundel draagt, geeft Eco meteen zijn manier van denken en werken weer. Na uitvoerig stil gestaan te hebben bij de oorsprong en betekenis van de uitspraak in kwestie springt hij over naar het moment waarop generaties zich net afzetten tegen hun voorgangers veeleer dan op hun schouders te staan en hoe hij in de 21ste eeuw merkt dat hier een nieuwe omwenteling optreedt. Het zijn prikkelende ideeën waarbij hij geregeld met citaten en verwijzingen goochelt zonder dat hij meteen zijn stelling echt hard kan maken. Maar er is niemand die daar echt om maalt, want bij zijn afsluitende woorden heeft `Il professore` het publiek (en de lezer) al in zijn zak zitten.

Hoewel het thema van de acht laatste lezingen allemaal door het organiserend comité opgelegd zijn, valt uit de lijst duidelijk op te maken dat Eco wel degelijk zijn zegje had en dat enkele van zijn stokpaardjes ook tot de reeks behoren. Zo zijn er niet alleen de lezingen over de schoonheid en lelijkheid, waarover Eco respectievelijk in 2004 met Storia della Bellezza (De geschiedenis van de schoonheid) en in 2007 met Stoira della Brutezella (Geschiedenis van de lelijkheid) er een boek aan wijdde, maar ook over het complotdenken en geheimen, thema`s die in zijn romans veelvuldig aan bod kwamen. Als semanticus/filosoof vormen onderwerpen als paradoxen, leugens en onthullingen alsook het absolute en relatieve duidelijk “Gefündeness Fressen” voor Eco die ook hier zijn kennis en brede referentiekader graag etaleert op een niet-pedante wijze.

Het postuum verschenen Op de schouders van reuzen laat een Eco zien die in zijn element is. Il professore bouwt telkens rond een thema een heel narratief op waarbij hij geregeld en gretig verwijst naar eerdere theorieën en oude denkers waarbij hij dwarsverbanden en koppelingen legt die misschien niet altijd even hard te malen zijn, maar ze zijn op zijn minst amusant en prikkelend te noemen. In twaalf essays buigt hij zich over een breed gamma aan thema`s die hem nauw aan het hart liggen en waar hij met de nodige verve over vertelt. Grootse inzichten of baanbrekende gedachten komen niet aan bod, maar Eco prikkelt en stimuleert wel zijn toehoorders en lezers. Op de schouders van reuzen is een mooi laatste eerbetoon aan een academicus en schrijver die een apart en wisselvallig parcours reed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in