Maeve Brennan :: Een Bezoek

“Oost, west, thuis best”, “Zoals het klokje thuis tikt” of poëtischer “Home is where the heart is”: het verlangen naar een thuis is een universeel gegeven en gaf Het Goede Doel in 1988 zelfs een van haar bekendste hits. In “Alles kan een mens gelukkig maken” zong gastzanger René Froger al over “een eigen huis, een plek onder de zon en altijd iemand in de buurt die van me houden kon”, waarmee hij zonder het te beseffen ook de premisse van Maeve Brennans Een bezoek vatte, zij het dat het verhaal zich in een regenachtig Dublin afspeelt.

Maeve Brennan (1917-1993) groeide op in Dublin en verhuisde samen met haar familie in 1934 naar de VS. Haar ouders waren politiek actief en hadden deelgenomen aan de Ierse opstand in 1916. Toen ze in 1944 terugkeerden naar Ierland, samen met haar broer, bleef zij achter in de VS samen met twee zusters. Brennan, die Engels gestudeerd had aan de American University, vond werk in New York als copywriter en columnist voor Harper`s Bazar en Social and Personal. Niet veel later werd ze ook aangeworven voor The New Yorker, die enkele van haar kortverhalen en essays publiceerde. Hoewel Ierland en Dublin vaak de achtergrond van haar verhalen vormde, kende ze bekendheid in de VS, waar drie bundelingen van haar kortverhalen en essays verschenen in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig.

Op het ogenblik van Brennans artistieke roem ging het steeds verder bergaf met haar persoonlijke leven. Hoewel een afgeblazen en kort maar ongelukkig huwelijk in de jaren zestig aanvankelijk geen sporen leek na te laten, werd haar persoonlijkheid steeds grilliger. Waar Brennan altijd een zekere innemende excentriciteit tentoonspreidde, werd haar gedrag steeds meer als verontrustend beschouwd, wat zich ook uitte in een onverzorgder uiterlijk. Brennan leed aan alcoholisme en paranoïde gedachten, en verdween langzaam maar zeker uit de publieke aandacht, net toen haar werk gebundeld verscheen. Ze was vaak dakloos en werd gesignaleerd in de kantoren van The New Yorker waar ze in de vrouwentoiletten overnachtte. Na 1981 verdween ze bijna volledig van de radar en leefde ze vooral in goedkope hotels tot ze opgenomen werd in Lawrence Nursing Home, waar ze in 1993 stierf aan een hartaanval.

In 1997 ontstond een hernieuwde interesse in haar werk, dankzij de ontdekking van het ongepubliceerde manuscript The Visitor (Een bezoek), dat Brennan in de jaren veertig geschreven had. In de novelle keren dezelfde thema`s terug die Brennan ook in haar kortverhalen aan bod liet komen: eenzaamheid, kwetsbaarheid, wanhoop en angst, vaak gekoppeld aan de restrictieve normen van de maatschappij, terwijl ze dezelfde haast zakelijke stijl hanteert met korte zinnen die tot de essentie gaan. Hoofdpersonage is de 22-jarige Anastasia King die na de dood van haar moeder terugkeert naar Dublin om bij haar grootmoeder van vaders kant in te wonen, alleen blijkt al snel dat ze daar niet echt welkom is. Haar grootmoeder verwijt haar immers dat ze samen met haar moeder haar vader in de steek liet, wat volgens haar tot zijn vroege dood leidde.

In iets meer dan 80 pagina`s schetst Brennan de verstandhouding tussen de oude grootmoeder, Anastasia en huishoudster Katharine: de drie vrouwen worstelen elk met hun eigen eenzaamheid en demonen zonder dat er ook maar sprake kan zijn van een toenadering tot elkaar. In het bijzonder de grootmoeder lijkt een harde vrouw die zelfs over haar jeugdvriendin Norah Kilbride met weinig oprechte warmte lijkt te spreken. In feite is het zelfs vooral Anastasia die Kilbride bezoekt tijdens haar ziekte en aan wie een oud geheim wordt toevertrouwd, maar Anastasia blijkt net als haar moeder geen sterke persoonlijkheid te zijn. De afwijzing van haar grootmoeder schemert doorheen de hele roman als een loodzware deken die Anastasia zowel negeert als waaronder ze gebukt gaat. Hoewel het nergens met zoveel woorden gezegd wordt, is de pijn en eenzaamheid des te tastbaarder.

Veel gebeurt er niet in Een bezoek, maar de verstikkende sfeer en hardvochtigheid van een oude vrouw die enkel oog had voor haar zoon en haar kleindochter niet kan vergeven, komt aan als een zware klap. Niet dat het hoofdpersonage Anastasia op veel sympathie van de lezer hoort te rekenen: de jonge vrouw is onzeker en aanhankelijk op een manier die net zozeer storend overkomt. Zonder veel misbaar meent ze dat ze na zes jaar afwezigheid zomaar opnieuw in het leven van haar grootmoeder kan opduiken louter omdat haar moeder overleden is. Ze doet weliswaar enkele pogingen om een soort van vrede te sluiten met haar grootmoeder, maar tezelfdertijd blijft ze grotendeels in haar eigen wereld leven waarbij feiten en verzinsels in elkaar overvloeien.

Hoewel Brennan zelf in haar (latere) leven kampte met het soort gevoelens waarmee haar personages ook in deze roman bezwaard zijn, blijft het gevaarlijk om in haar (kort)verhalen autobiografische elementen of verwijzingen te zoeken. Bovendien is het levensverhaal van Brennan, hoe tragisch ook, weinig relevant voor de appreciatie van haar werk. De manier waarop ze op een haast zakelijke manier toch een rijk verhaal vol spanningen en emoties weet te brengen, is op zijn minst opmerkelijk te noemen. En hoewel terecht in het nawoord vermeld wordt dat aangezien de novelle nooit gepubliceerd werd, men er het raden naar heeft of Brennan het verhaal in deze vorm als definitief beschouwde, valt het moeilijk anders voor te stellen. De literaire nalatenschap van Brennan mag dan wel klein zijn en lange tijd onbekend, Een bezoek heeft daarbinnen niet alleen zijn plek, maar kan ook helpen de aandacht opnieuw te vestigen op een te lang genegeerde auteur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in