Lucianus :: Lucius of: de ezel

Er is een klassieke grap die stelt dat wanneer je een moderne taal leert, je zinnen aangeleerd krijgt als `Weet u hoe laat de bus vertrekt?` terwijl wie Latijn of Grieks studeert hoogstaande zinnen als `De helmboswuivende Hector pleegde bittere tranen bij het verscheiden van zijn vriend en toeverlaat.` mag debiteren. Er valt iets voor te zeggen uiteraard, maar het hangt ook in niet onbelangrijke mate samen met het feit dat bij de keuze van teksten vooral de verhevene verkozen worden en dat de meer scabreuze teksten en werken zoals die van Lucianus vaak onder de schoolmat geveegd worden.

Lucianus van Samosata werd ca. 125 na Christus geboren in het hedendaagse Syrië en werkte onder meer als redenaar. Weinig is bekend van Lucianus zijn leven of diens echte naam. Lucianus groeide immers op in het Griekssprekende deel van het Romeinse Rijk, en heeft zelf weinig over zijn leven onthuld in zijn geschriften. En zelfs die onthullingen kunnen met een korrel zout genomen worden, want Lucianus werd vooral bekend als een satiricus die geregeld de draak stak met tijdgenoten en hun werken zoals onder meer in zijn bekende parodie op historische werkenἈληθῆ διηγήματα (Ware verhalen) uit ca. 165 na Christus. De roman of liever het kortverhaal Λούκιος ἢ ῎Ονος (Lucius, of: de ezel) is mogelijk een hervertelling van Apuleius` Metamorphoses dat beter bekend is als De gouden ezel en de enige Latijnse roman is die in zijn geheel werd overgeleverd.

Het is immers niet helemaal zeker in hoeverre Apuleius zelf met het verhaal op de proppen kwam, dan wel zich baseerde op een verhaal van Lucius van Patrea, van wie niets bekend is behoudens dan dat hij mogelijk de echte auteur is van Lucius, of: de ezel. Los van de mogelijke oorsprong en auteur staat wel buiten kijf dat Apuleius’ Gouden Ezel zonder meer de betere van beide romans is waarbij naast de meer vulgaire elementen, Apuleius ook verhevenere passages heeft met onder meer een ode aan de godin Isis. Bij Lucianus is van dat alles weinig sprake en wordt er vooral gespot en gelachen. Al zien sommigen, waaronder vertaler Christiaan Caspers ook voldoende verwijzingen naar Plato om van een postmoderne en parodiërende roman te spreken. Dat laatste lijkt echter vooral voer voor specialisten die zich gretig op exegesen wensen te storten.

Het verhaal zelf is immers in enkele zinnen te vatten: Lucius is naar eigen zeggen op doorreis naar Larissa wanneer hij halte houdt in Hypatha alwaar een toverkol woont. Die laatste is de echte reden van Lucius` reis, aangezien hij haar toverkunsten zelf aan het werk wenst te zien. Bij toeval blijkt hij reeds in haar huis te verblijven en weet hij het dienstmeisje, met wie hij geregeld het bed induikt, zover te krijgen samen haar meesteres te bespioneren. Wanneer het meisje een van de heks haar magische zalfjes steelt voor Lucius verandert die laatste tot zijn schrik in een ezel in plaats van een vogel (net als de heks). Het dienstmeisje stelt hem echter gerust dat wanneer hij rozenblaadjes eet hij terug in een mens zal veranderen en dat zij hem die morgen zal bezorgen.

Helaas voor Lucius wordt nog diezelfde nacht in het huis ingebroken en gebruiken de rovers hem als lastdier om hun buit te vervoeren. Hij bedenkt verschillende listen om van hen te vluchten en zich opnieuw tot mens om te toveren, maar het lot en toeval blijven hem echter parten spelen. Wanneer hij samen met een door de rovers ontvoerd jong meisje weet te ontsnappen, lijkt hij van de regen in de drop terecht te komen. Zijn volgende eigenaars zijn weinig zachtzinnig voor hem tot hij als een soort kermisattractie en curiosum (Lucius denkt immers nog als een mens) mag verschijnen op banketten en zelfs op de seksuele avances van een rijke vrouw mag rekenen. Finaal weet Lucius toch rozenblaadjes te pakken te krijgen en verandert hij ten overstaan van een menigte opnieuw in een mens, waarmee voor de auteur het verhaal ook meteen afgelopen is.

Wie Apuleius` werk gelezen heeft, zal algauw de indruk krijgen dat Lucianus` variant niet veel meer is dan een pulpbewerking die enkele elementen en verhaallijnen overhoudt, maar zich er vooral op een drafje van af heeft gemaakt. Dat sluit echter niet uit dat Lucius, of: de ezel op zichzelf niet vermakelijk zou zijn en dat men ook zonder de interessante uitweidingen van vertaler Caspers nog van het verhaal kan genieten. Grootse literatuur is het uiteraard niet, maar het bewijst alvast dat de oude Grieken en Romeinen net zo min vies waren van een schunnig verhaal zo nu en dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in