Balthazar :: 8 maart 2019, Lotto Arena

“Heeft iemand ons gemist?” Jinte Deprez gooit het kwansuis het publiek in. En toch voelt het alsof Balthazar die drie jaar afstand nodig heeft gehad. Pas nu, nu alle ballast is afgeschud en al die solocarrières uitgezweet, kan er vrij gespeeld worden. In de Lotto Arena was geen herboren band te zien, maar één die nu pas echt werd geboren.

Balthazar. Jarenlang een machine die zo vlot draaide dat je je afvroeg wat er nog menselijk aan was. En toen implodeerde de boel even. Het ging inderdaad te goed, de motor draaide zo gesmeerd dat de wielen er geen plezier meer in vonden. Tijd voor een break dus. Maarten Devoldere ging solo met Warhaus, Simon Casier werd Zimmerman. Jinte Deprez volgde als J. Bernardt, Patricia Vanneste dook overal en nergens op. En toen ontpopte ook drummer Michiel Balcaen zich tot Rosenahl. Over en uit? Toch niet. Het wiel Vanneste draaide andere richtingen uit, Deprez en Devoldere namen beleefd afscheid van haar en gingen samen zitten om opnieuw Balthazar te worden.

Geen business as usual echter. Dat Casier en Balcaen pas gaandeweg bij de werkzaamheden werden betrokken? Geen nieuws. Devoldere en Deprez mogen het laken nu in de persfoto’s naar zich toetrekken, dat was in de feiten al langer zo. Balthazar is een band, maar Balthazar is vooral een duo. En dat heeft zichzelf bevrijd door even andere horizonten te verkennen.

Werd Devoldere de geile neef van Gainsbourg, Deprez de groovy nonkel die er met zijn baard wat bedreigend uitzag en seks in de heupen had, dan was het toen al duidelijk dat er verandering op til was. Geil? Seks? Balthazarleden? Ja, dus, en dat is afgestraald op het moederschip en op vierde plaat Fever die eind januari uitkwam. Eindelijk is het sturende, controlefreakerige er af, mogen de beentjes los en kan dat adjectief “cerebraal”, dat bij Balthazar altijd onder een sneltoets zat, opnieuw de kast in.

Neem nu die Morriconeversie van “Fever” waarop de groepsleden het podium opkomen. Of hoe ze daarna in “Rollercoaster” meteen een vette groove neerleggen, waarover nieuw bandlid Tijs Delbeke een geweldig, Oosters aandoend viooltje loslaat. Om het in een tweede ronde te vervangen door een tergend jengelend geluid; dat van een roedel honden dat bloed heeft geroken en lós wil. Dat komt, maar eerst moet wat oud materiaal geruststellen. “The Boatman” en “Sinking Ship” zijn enkel in titel een verwant duo, met de vermoeiende start/stop-spelletjes van dat laatste als een eerste herinnering waarom Balthazar vroeger zo’n though sell was.

Neen, het is het met een akoestische schijnbeweging ingezette “Wrong Vibration” dat het feest echt in gang zet. Je voelt hoe Deprez en Devoldere door hun solo-uitstapjes alle remmingen hebben gelost, voor het eerst resoluut hun instincten volgen. En die zeggen tegenwoordig: pop. Al zat dat er al op voorganger “Thin Walls” in, zo laat een erg melodieus “Decency” horen.

In “Grapefruit” passeren vervolgens geile gitaartjes en landerige strijkers. Tot Delbeke zijn trombone bovenhaalt en met veel klaroengeschal een daverende en lange outro breit aan het nummer. “Phone Number” is het auditieve equivalent van een boudoir; rokerig en glamoureus. Natuurlijk is dat er eentje van Devoldere. Want dat hebben we sinds de vorige jaren wel geleerd, hoe we die twee uit elkaar moeten houden. De swingende beentjes van “Watchu Doin'”? Da’s Deprez; pure J. Bernardt.

Goeie flirt met disco daarna, die falset in “Changes”, en in “I’m Never Gonna Let You Down Again” zijn we helemaal in Bee Geesland met zowel Casier, Devoldere als Deprez netjes op een rij in de hoogste registers. Het verbaast van een groep die een regel als “Raise your glass to the nighttime” ooit bijna houterig en geforceerd kon doen voelen. “Allow the groove to enter your body”, glamt Deprez in het in vergelijking swingende “Bunker” en dat voelt toch ook een beetje belachelijk. Neen, het is goed dat Balthazar alle voorrang geeft aan het nieuw materiaal, zelfs al wordt “Fever” –- nu al een hit –- toch een tikje te lang uitgerekt. Very dEUS trouwens, die viool-uithalen van Delbeke.

En dus had Balthazar die stap terug nodig. “Reculer pour mieux sauter” is niets voor niets een favoriete spreuk bij onze zuiderburen. Met Fever en deze show –- want met zijn knap minimaal decor en mooie uitlichting is het dat -– kunnen de heren verder springen dan ooit. “Dit is ons grootste Belgische optreden ooit”, klinkt het trots, en de lat ligt nu ook hier. Vanaf nu is Balthazar het soort groep dat we hier niet veel meer mogen zien, omdat ook het buitenland hier recht op heeft. Het zou egoïstisch zijn om dit voor onszelf te houden.

alt

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in