Rick De Leeuw :: Zonder Omweg

Als de Leeuw de passie preekt, boer, let op uw ganzen. Na omzwervingen die hem heinde en verre voerden, lijkt Nederlands belangrijkste troubadour te zijn thuisgekomen.

Zonder omweg opent met een intentieverklaring. “Kom naar mij”, heet het nummer, en het vormt een symbiose van alles waar de Leeuw voor staat, van alle indrukken die hij opgepikt heeft uit alle domeinen waarin hij actief was. En het nummer synthetiseert dat alles tot de essentie: het mag weer rocken. Want Zonder omweg is veel – poëzie, passie, emotie en liefde – maar het is toch vooral een plaat waarop de rem gelost wordt. “Kom naar mij” speelt met de tweedelingen die de Leeuw zich eigen heeft gemaakt, en fladdert tussen vertwijfeling en passie, zonde en vergeving, om uiteindelijk altijd weer te landen in de zachte omarming van de genegenheid.

De stevigste nummers op de plaat katapulteren ons twintig jaar terug in de tijd. “Met 100 tegelijk” is een >TK-nummer, met het naar Tröckener Kecks neigende ritme, poëtisch minutieus afgewogen en tegelijk muzikaal inventief ineen geknutseld. In “We vieren” kan de Leeuw de invloed van Koen Buyse niet ontkennen, maar toch voel je meteen die warme gloed die van een typische de Leeuwsong uitgaat. “We vieren” is een pièce joie de vivre, als een verjaardag die nooit eindigen kan. Of wat gezegd van “O geluk”, een knipoog naar Schiller die het pad langs het vagevuur, dat fel schijnende en altijd brandende licht, toch laat eindigen in een warme thuis en een beslapen bed. Er spreekt – al je verwacht het niet – vreugde uit het nummer, zowel over de weg als over de bestemming. Het mag geen toeval heten dat die bestemming samenvalt met de thematiek van het album. De Leeuw is op zijn achtenvijftigste nog wel op zoek, maar niet langer ten koste van wat al werd gevonden.

Af en toe gaat de voet van het gaspedaal, en doet introspectie of mijmering zijn intrede. “Minnaar” is zo’n nummer dat zich moeilijk laat ketenen, beeldend van stijl maar tegelijkertijd tekstueel prozaïscher. Eenzelfde analyse past bij “Mevrouw”, of het mystieke “Schoonheid”, dat raadselachtig zijns weegs lijkt te gaan, zonder dat iemand – laat staan de zanger – weet waar die leiden zal.

De kern van het album is het titelnummer. “Zonder omweg” is in al zijn meanderende poëzie-met-basgitaren een staalkaart van alles wat deze mooie plaat, dit machtige oeuvre, dit knotsgekke leven ons te vertellen heeft. De elf andere nummers zijn niks meer dan een variatie, een uitdieping of een scherpstellen van dat verhaal.

Zo ook “Waarom dansen wij niet meer”, het meest breekbare nummer, de keerzijde van de medaille. De Leeuw weet waarover hij vertelt, maar maakt het persoonlijke universeel door het verdwijnen, ‘stapvoets, moederziel alleen’, puntgaaf te analyseren. Ik geloof niet dat iemand in ons taalgebied erin slaagt om dergelijke gevoelens zo raak te verklanken.

Het hoogtepunt van Zonder omweg is “Ik ben een droom”, een niemendalletje eigenlijk, quasi achteloos tussen twee meer expressieve nummers geplaatst. Het verwaait wat, lijzig als Alejandro Pozuelo, maar voor je het weet zit het wekenlang in je hoofd. Dat heeft het te danken aan de bijna theatrale uitvoering, waarin de Leeuw de cadans perfect vat met zijn intonatie. In de beperking toont zich de meester.

En finaal komt Lou Reed nog voorbijgefietst, die wat norse vriend, vertaald en qua betekenis verruimd, een tas koffie in de hand. Tegen alle verwachtingen in zwaait hij naar ons, het is – denken we – hedonisme voor de val. De Leeuw heeft zich Reeds pak aangemeten, het met “Karolien zegt” afgetoetst bij de couturier en gemerkt dat het goed zit. Het is een metafoor die de plaat als geheel vat. Met Zonder omweg heeft Rick de Leeuw zijn meest voldragen soloplaat gemaakt. Op een podium voegt hij doorgaans nog enkele dimensies aan zijn nummers toe. Benieuwd wat dat deze zomer geeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in