Lisa Halliday :: Asymmetrie

Wie ook wel eens internationale recensies leest, heeft het voorbije jaar niet naast debutante Lisa Halliday kunnen kijken. Haar roman Asymmetrie werd in onder meer The Guardian en The New Yorker de hemel in geschreven. Ook in Nederland lijken de superlatieven uit de lucht te vallen, terwijl Vlaamse recensenten opvallend terughoudender zijn in hun lofuitingen en waar anderen intelligente structuren zien, vooral gebakken lucht ontwaren. Niet onterecht, want Halliday`s roman laat vooral iedereen lezen wat hij of zij zelf wil.

Om meteen ook maar de elephant in the room te benoemen, is het niet onbelangrijk te weten dat Halliday voor een uitgeverij werkte toen ze een relatie begon met de meer dan veertig jaar oudere Philip Roth. In het eerste deel van het boek lijkt ze die relatie te benoemen, wanneer ze beschrijft hoe de jonge en naïeve Alice, verbonden aan een uitgeverij, een relatie begint met de omstreeks zeventig jaar oude Ezra Blazer, een vermaard Joods-Amerikaanse schrijver die op meer dan een vlak treffend op Roth lijkt. Blazer versiert Alice kordaat, waarna hij tijdens hun relatie stevig de touwtjes in handen houdt en tezelfdertijd ook als haar mentor optreedt. In het tweede deel wordt het roer helemaal omgegooid en duikt een nieuw personage op: de Amerikaans-Iraakse econoom Amar Jla Jafaari, die op een Londense luchthaven vastgehouden wordt omdat zijn reisplannen nogal verdacht lijken. In het korte, derde deel duikt Blazer opnieuw op als gast van een praatprogramma op de radio.

Verschillende recensenten (en lezers) zijn op zoek gegaan naar de manier waarop de drie verhalen zich tot elkaar verhouden en zoeken naar sporen en verwijzingen die de drie met elkaar verbinden. Op een metaniveau zouden de verhalen zelfs iets zeggen over identiteit (kan je als blanke vrouw iets over een moslimman zeggen) en allerlei vormen van ongelijke relaties, inclusief #metoo (de veel oudere en machtige Blazer versus de jonge Alice). Sommige recensenten durven daarbij wel eens te ver te gaan en geven de roman een waarde en diepte mee die zich vooral geruggesteund weet door wie goed zoekt. Uiteraard heeft Halliday bepaalde (terugkerende) thema`s in haar roman gesmokkeld en speelt ze verstoppertje met de lezer, die niet altijd meteen doorheeft dat er gehint wordt naar zaken die later in het boek op de een of andere manier aan bod komen. De vraag blijft of het leesplezier en kracht van het boek daar op behoort te steunen.

De meningen blijven uiteraard verschillend, ook over welk deel van de roman beter zou zijn. Zo is het eerste deel voor sommigen net amusant en herkenbaar en heeft de verhouding tussen beide hoofdpersonages een speels kantje. In hoeverre hier Roth (die de finale versie van de roman voor zijn dood nog gelezen en goedgekeurd heeft) weerspiegeld wordt, is ook voer voor discussie . Wie zich daar echter niet mee bezig houdt, zal zich mogelijk (enorm) kunnen storen aan hoe de relatie in al haar banaliteit en nietszeggendheid geportretteerd wordt. Er gebeurt bitter weinig in dit eerste deel, zij het dat Blazer zich geregeld als een mentor en goeroe profileert en Alice al dan niet bewust als een soort onwetend leeg omhulsel naar voor komt, dat er naar lijkt te snakken door Blazer gevormd te worden. Bovendien leest dit eerste stuk enorm stroef en mag de vraag gesteld worden of Halliday wel kan schrijven. De dialogen zijn zo kig en het geheel zo banaal dat het voor velen een worsteling wordt.

Op dat vlak is het tweede deel minder infantiel geschreven en toont Halliday dat ze wel degelijk een verhaal kan uitwerken en opbouwen, en ook nog eens een degelijke pen heeft. De manier waarop Jafaari gelaten zijn ondervragingen en detentie op de luchthaven ondergaat en daarbij treffende observaties maakt, maken meteen ook duidelijk dat de vraag of Halliday zich hier iets toe-eigent meteen in de prullenbak mag. Als schrijver toont ze hier net treffend dat verbeelding en inlevingsvermogen troeven zijn en dat ze die ook onder de knie heeft. Naargelang de recensent of de lezer krijgt ook dit deel evenwel kritiek om velerlei redenen, al blijft het een feit dat Halliday hier een heel andere schrijfstijl en invalshoek hanteert.

Het derde, korte deel geldt als een soort coda waarbij de twee vorige delen verbonden worden: Blazer laat zich over een aantal elementen uit de eerste twee delen uit, zonder deze meteen als dusdanig te benoemen. Het vergt geen groot inzicht om dit in te zien, noch is het baanbrekend of verrassend. Hoewel zeker vlotter geschreven dan het eerste deel, is het net zo min indrukwekkend of verbluffend en biedt het stilistisch weinig meerwaarde. Maar net zo goed geldt hier dat het naargelang de lezer wel of niet geapprecieerd wordt. In die zin staat het symbool voor hoe het hele werk gelezen wordt: met een zekere onverschilligheid of ergernis, dan wel met een stijgende fascinatie en eerbied.

Het mag vreemd heten dat Assymetrie op zoveel lof en prijzen onthaald wordt in onder meer de Angelsaksische wereld, terwijl in Vlaanderen in bijzonder de reacties eerder terughoudend zijn. Of het een goed boek is, hangt in belangrijke mate af van de lezer, maar het is niet onverstandig enig voorbehouden te hebben bij de vele lofuitingen. Daarvoor is de roman vooralsnog te onevenwichtig en mogelijk zelfs te zeer gericht op het literaire/culturele wereldje en de vragen die daar momenteel heersen. Dat Halliday over talent beschikt, valt moeilijk te ontkennen, maar het maakt van Asymmetrie niet noodzakelijk een goed boek. Wie zich er aan waagt, kan overigens gerust het eerste of tweede deel, naargelang de voorkeur, overslaan. Tenzij je als lezer mee wil gaan in de theorie rond opbouw en spelen met verwachtingen, uiteraard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in