Lucia Cadotsch & Bert Dockx ‘Ottla’ :: 1 februari 2019, Handelsbeurs

Of hij misschien zin had om een nieuw jazzproject in elkaar te boksen? Een vraag die je de onvermoeibare Bert Dockx geen twee keer moet stellen. Hij speelde al langer met het idee om (opnieuw) iets met jazz te doen, en zo geschiedde. In Gent werd het tweede startschot gegeven voor een tournee door een band die speelde alsof hij al aan het laatste concert van de reeks zat.

Maar je werd getrakteerd op een double bill, met eerst de Zwitserse zangeres Lucia Cadotsch en haar internationale trio met de Deense bassist Petter Eldh (de laatste tijd al een paar keer gepasseerd met o.m. Gard Nilssen’s Unity en een trio met Kaja Draksler en Christian Lillinger) en de Zweedse tenorsaxofonist Otis Sandsjö. Op Speak Low, dat het trio dertigers opnam in 2015, is de grote troef de schuring tussen Cadotsch en haar metgezellen. De zangeres heeft een zuivere, gave stem, waarmee ze in het hogere register wat herinnert aan Natashia Kelly, en in het lage aan Melanie De Biasio. Ze zingt secuur en franjeloos, soms een tikje onderkoeld en zonder opvallende acrobatie. Nogal een contrast met de ongewone ondersteuning van haar kompanen.

Eldh plukte ongedurig aan de snaren, soms met een verbetenheid die eerder geschikt leek voor projecten waarin niet zozeer met songs als met vrije excursies wordt gewerkt, terwijl Sandsjö het deed met een nauwere dynamiek, maar al even ongewoon: circulaire ademhaling, trileffecten, merkwaardig gedempte klanken golfden uit de saxbeker. Het trio hernam een reeks songs uit zijn album en combineerde dit met eigen materiaal en songs die zullen belanden op het tweede album. Werk van Kurt Weill (“Speak Low”), Ahmad Jamal (“What’s New”), Jeff Buckley (“Lilac Wine”) en Randy Newman (“I Think It’s Going To Rain Today”) werd zo in de merkwaardige trio-mal gegoten. Dat leverde fraaie momenten op, met Eldh als meest indrukwekkende solist, maar het volstond net niet om een uur lang consistent te blijven boeien.

Dat lukte moeiteloos bij Ottla, dat er amper zeven stukken doorjoeg in zeventig minuten, maar wél de aandacht wist vast te houden. Ook nu een opvallende bezetting, met drummers Louis Evrard en Yannick Dupont (dubbelend op elektronica en synth), bassist Nicolas Rombouts en rietblazers Frans Van Isacker (altsax) en Thomas Jillings (tenorsax, klarinet). Ottla zou sterker verankerd zitten in de jazz dan Dockx’ andere bands, maar natuurlijk hoorde je meteen ’s mans signatuur. Niet enkel door die uit de duizenden te herkennen gitaar, maar ook door de broeierige, vaak filmische sferen, heimelijk-lichtvoetige melodieën die lange nachten aan Zuid-Europese stranden oproepen, en kleine en grotere odes aan enkele jazziconen.

Zo werd meteen geopend met een stuk van Duke Ellington, al werd het wel stukgereten met een gretigheid die even herinnerde aan het ICP Orchestra, ook al waren de tactieken dan heel anders. Dockx prikte en jende met effecten à la Billy Jenkins, de drummers zetten in op gortdroge ondersteuning en de blazers waren complementair swingend en scheurend. Vervolgens speelde het sextet een aantal eigen stukken (“Huisje tuintje”, “Spinrag”, “Stofwolk”) die al even vanzelfsprekend rondhingen in een eclectische speelzone tussen de grootstadjazz van, pakweg, The Lounge Lizards en een gesjeesd mini-orkest dat de geest van Link Wray en Mingus koppelde aan noir-tinten en een donkere sensualiteit. Rombouts plukte regelmatig met een donderende autoriteit, terwijl Van Isacker een combinatie vond van excentriek gesputter en gestileerde lyriek die wat herinnerde aan Michael Moore.

Monks “Epistrophy” behield de melodie en hoekigheid van het origineel, maar koppelde dat thema aan een ritmische koppigheid die de swing resoluut naar de uitgang verwees. Net zoals bij Dans Dans wisten Dockx & co het materiaal helemaal naar hun hand te zetten. Er was een Franstalig getiteld stuk dat het reliëf wat minder grillig hield en vooral inzette op een aangehouden sfeer van introspectie, maar het was een uitzondering, want het sextet speelde een set als een kleurrijk en hobbelig parcours dat spontaniteit en focus in een opvallend strak evenwicht hield. Het was een straffe, soms intense performance van een band die elkaar nooit voor de voeten liep en met een leider die z’n manschappen geïnspireerd alle richtingen uit liet schieten. Je moet er niet aan denken welke stuntwerk je gaat horen zodra de band de eindmeet bereikt van deze concertreeks, op 28 februari in De Casino (Sint-Niklaas).

Alle komende concertdata vind je hier hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in