Donbass

Sergey Loznitsa, die vooral faam maakte met een aantal documentaires, won in Cannes de prijs voor beste regie in de sectie ‘Quinzaine des Réalisateurs’, voor Donbass, een film die op ironische wijze de vormtaal van een docu hanteert om een fictie te maken die veel waarheden blootlegt over wat de regisseur zelf ‘de vergeten oorlog van Europa’ noemt: die tussen Rusland en Oekraïne.

Loznitsa baseerde Donbass op een you-tube video die verschillende filmpjes bevatte afkomstig uit de regio van oostelijk Oekraïne, waar separatistische troepen -clandistien gesteund door Russische soldaten – een eigen republiek hebben uitgeroepen na de annexatie van de Krim door Rusland.

De film ensceneert de filmpjes opnieuw en start met een crew die een aantal scènes voorbereidt. Aan de hand van verschillende vignetten wordt vervolgens een beeld geschetst van de complete chaos die in het gebied heerst. Verschillende groeperingen controleren voertuigen en zetten eigen ordediensten op, terwijl troepen van het reguliere regeringsleger de grens van het gebied afsluiten. Russen die zich voordoen als lokale vrijwilligers zorgen voor logistieke steun – ook met rakketten – terwijl de bevolking uiteen gevallen is in mensen die het nieuwe regime steunen en zij die afzijdig willen blijven of vluchten. Loznitsa herschept de beelden op grandioos groteske wijze en demonstreert daarbij een geoefend oog voor lang aangehouden panorama’s die in kleine details plots een onverwacht ogenblik van (zwarte) humor bieden. Zo wordt een rondleiding doorheen een ondergrondse schuilkelder een bijna absurde vorm van ‘realistische documentaire’ : terwijl de jonge gids allerlei irrelevante details aanwijst (‘dit is een tafel, dit een stoel …’) en de camera ons doorheen de ellende loodst, komt plots een rijk geklede dame binnen die haar moeder kaviaar komt brengen en oproept terug te keren naar haar appartement waar ze tenminste een bad kan nemen. Er zijn ook kleine details uit het ene voorval die opduiken op een andere plaats, zoals de soldaten die laconiek opmerken dat ze ‘een wandelingetje met hun wapens’ moeten maken, een uitspraak waarvan we pas achteraf de ware aard begrijpen.

Ook wanneer de toon ernstiger is, wordt gekozen voor een strakke enscenering die vooral gebruik maakt van ‘long shots’, zoals de sterke scène waarin een soldaat gestraft wordt door zijn strijdmakkers die hem doorheen een haag van stokslagen jagen (een moment dat trouwens zowel thematisch als vormelijk echo’s oproept aan het werk van de Hongaarse cineast Miklós Jancsó).

Naarmate de film vordert wordt de humor steeds bitterder en sluipen er meer en meer donkerde ondertonen binnen: de chantage die de nieuwe politie uitoefent op de burgers resulteert in een schitterend beeld van telefonerende begoede inwoners die allemaal verplicht worden naar huis te bellen om geld te storten voor de revolutie. In de meest onthutsende scène, wordt een gevangen genomen soldaat ei zo na gelyncht door een groep omstaanders en dient het smartphone filmpje dat van het gebeuren gemaakt werd, vervolgens als entertainment tijdens een lokale trouwpartij.

Aan het eind keert de film terug naar de opening en wordt dit ook een reflectie op de rol van documentaire, film en andere media, in het creëren van een ongrijpbare waarheid. Feit, fictie, registratie en recyclage van beelden en gebeurtenissen, vormen immers een onontwarbaar kluwen, waarin zoiets triviaals als ‘waarheid’ een leeg begrip geworden is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in