Green Book

Peter Farrelly is de oudste helft van het broederduo Peter & Bobby Farrelly, een regietandem die in de zeldzame goede momenten enigszins snedig uit de hoek kwam met There’s Something about Mary, maar meestal ondingen afleverde als Dumb and Dumber of Shallow Hal. Peter Farrelly heeft evenwel altijd verklaard dat hij geïnteresseerd was in het brengen van drama en niet enkel komedie en vond eindelijk geschikt materiaal om die ambitie waar te maken in het script dat Nick Vallelonga pende rond een cruciale gebeurtenis in het leven van zijn vader (zelf acteur in onder andere de succesvolle HBO-reeks The Sopranos). Drama genoeg in ieder geval in dit verhaal over de raciale verhoudingen in het Amerika van de jaren negentienzestig.

Tony Vallelonga, beter bekend als Tony Lip, was toen een buitenwipper in een New Yorkse nachtclub, die zonder werk kwam te zitten tijdens de verbouwingen aan het pand. Vallelonga wordt gespeeld door Viggo Mortensen, wat meteen een van de grote troeven van de film vormt: Mortensen (met behoorlijk gewijzigde fysiek) gaat als een kameleon op in de rol van de uit de Bronx afkomstige Italo-Amerikaan en weet van zijn personage echt een karakter van vlees en bloed te maken, van wie de emoties ook geloofwaardig zijn. Vallelonga ging – zeer tegen zijn eigen raciale vooroordelen in – in op een jobaanbieding om als chauffeur te fungeren voor een concerttour die de zwarte pianist Dr. Don Shirley (Mahershala Ali) met zijn platenlabel had opgezet. De reis brengt het gezelschap ook naar het diepe zuiden van de Verenigde Staten, waar op dat moment nog op veel plaatsen segregatiewetten gelden en Tony’s verleden als hardhandige ‘problem-fixer’ dus zeker evenzeer welkom is. De titel slaat trouwens op het boekje dat Mortensen meekrijgt van de platenmaatschappij, waarin netjes alle plaatsen in het zuiden staan opgelijst, waar zwarten toegelaten worden of mogen logeren.

Het spreekt voor zich dat tussen beide mannen een wederzijds respect zal groeien en ze uiteindelijk zelfs vrienden worden. Deze ‘gekleurde’ versie van het dertig jaar oude Driving Miss Daisy (waarin de zwarte chauffeur Morgan Freeman werkte voor de blanke Jessica Tandy), weet de periode waarin alles speelt op bijzonder sfeervolle manier te vatten en is rijk gestoffeerd met historische details zoals een verwijzing naar het concert in een zuidelijke staat waar Nat King Cole van het podium werd gesleurd en aangevallen. De film heeft zeker ook een aantal relevante dingen te vertellen over rassenrelaties. Het probleem is dat Peter Farrelly vooral de emotionele zijde van de prent veel te nadrukkelijk maakt. De ongemakkelijke gesprekken tussen de ruwe Tony en de fijnbesnaarde muzikant, de discussies over status en culturele verschillen of de scène waarin Mortensen zijn werkgever eindelijk kan overtuigen om ‘fried chicken’ te eten: het zijn allemaal momenten die stevig zijn aangedikt en bovendien ook nog eens nodeloos worden herhaald. Ook de boodschap die de film wil meegeven over het doorbreken van raciale stereotypering, lijdt onder nadrukkelijke repetitiviteit. Naarmate de finale nadert, krijgen we zo’n opeenstapeling van doorzichtige boodschappen, dat het wel lijkt alsof Farrelly aan het preken is in plaats van filmen.

Ja, het is belangrijk dat de Amerikaanse samenleving herinnerd wordt aan deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis en ja, het is belangrijk duidelijk te maken dat dezelfde vooroordelen nog steeds bestaan anno 2019. Al die bedenkingen, maken van Green book echter nog geen geslaagde film. Daarvoor is er een regisseur nodig die veel subtieler te werk gaat en de kijker niet steeds maar weer hetzelfde lesje opdist. Bovendien moet er vooral een cineast aan het roer staan die veel meer nadenkt over hoe hij de lovenswaardige ideeën die hij wil brengen, echt kan vertalen naar het visuele medium van de speelfilm.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in