Bob Woodward :: Fear: Trump in the White House

Fear is een verslag over de werkwijze van de huidige Amerikaanse president en diens entourage. Hoewel verschillende mediakanalen het boek omschrijven als een verderzetting waar Fire and Fury van Michael Wolff stopte, is dat niet het geval. Het verhaal begint voor de presidentsnominatie en eindigt bij het ontslag van advocaat John Dowd in maart 2018.

Robert Upshur Woodward (1943) schreef op 29-jarige leeftijd een knoert van een magnum opus.
All the president’s men is een vaste waarde in de onderzoeksjournalistiek geworden en heeft de tand des tijds goed doorstaan. Zoals bekend bracht hij nieuwe informatie aan het licht in het Watergate-onderzoek, wat uiteindelijk zou leiden tot de aftreding van Richard Nixon. Een boek dat zulke impressies nalaat, is moeilijk te evenaren, hoewel dat Woodward niet gestopt heeft om heel zijn journalistieke carrière uit hetzelfde vaatje te tappen. Woodward is de geknipte persoon om dit soort van boeken te schrijven. Hij studeerde geschiedenis en Engelse literatuur op Yale, deed daarna vijf jaar dienst als communicatiemedewerker bij de marine, en werkte sindsdien bij The Washington Post als verslaggever. Zijn parcours leek sterk op dat van zijn vader, een rechter uit Illinois die weigerde op pensioen te gaan tot zijn 81ste.

Fear: Trump in the White House (Simon & Schuster, 09/2018) is Woodwards 19de creatie. Sommige van zijn publicaties zijn in samenwerking met een coauteur geschreven, en ook bij Fear neemt hij regelmatig een assistent onder de arm. Voor zijn laatste vijf boeken werkte hij samen met Evelyn Duffy , die voor hem aan de slag ging als factchecker, editor en schrijver. Haar rol in Fear is aangegroeid tot het punt waarop Woodward haar, terecht, in het voorwoord en in interviews opneemt als coauteur.

Je zou het misschien niet vermoeden, maar Trump is niet de hoofdrolspeler in Fear . Die rol is weggelegd voor zijn medewerkers: zij zijn gesandwicht tussen de grillen van de president en de buitenwereld. Daarenboven worden ze regelmatig onder vuur genomen op wat Trump liefkozend zijn “megafoon naar de wereld” noemt: Twitter. Volgens Woodward plegen sommige staffers bij regelmaat een administratieve coup d’état. Zo is er John Kelly, de vorige stafchef, die eiste dat mondelinge besluiten altijd door een besluit op papier vergezeld moeten worden. Dit in een poging om Trump zijn spontane ideeën te kunnen temperen. Rob Porter, ex-secretaris, ging nog een stap verder en ontvreemde documenten van Trumps bureau, in de hoop dat hij er nooit meer achter zou vragen. Fear eindigt tenslotte met het ontslag van John Dowd, Trump’s advocaat. Hij besefte hoe diep zijn client in de problemen zat en diens onvermogen om een eventuele ondervraging door de overheid juridisch correct af te leggen, en wilde niet geassocieerd worden als Trumps advocaat.

Op het eerste zicht is Fear: Trump in the White House geen spectaculair boek. Voor het in de rekken lag, was het geen geheim wat de inhoud van het boek zou zijn. Woodward heeft de gave om een hakkelende conversatie om te toveren tot een leesbaar verslag. Nadeel is dan weer dat het dikwijls ervaren wordt als een droge materie: krachtvoeder voor archivarissen, maar niet evident voor de doorsnee lezer. Het mag gezegd worden dat Fear bij momenten in een overvloed van details dreigt te verdrinken. Dit komt door twee redenen: allereerst is er de constante stroom van wisselende personeelsleden. Dit is niet Woodward zijn fout, maar gewoon de gangbare manier van werken in het huidige Witte Huis. Daarnaast bestaat Fear uit veel korte hoofdstukken die zelden langer zijn dan tien bladzijden. Allicht heeft Woodward dit gedaan in een poging om de massa van informatie te kanaliseren. Toch blijft het geheel een ietwat warrige indruk nalaten. Dit is niet het meest samenhangende werk dat ooit geschreven is, maar dat is ook niet de opzet van dit boek.

Woodward wil duidelijk maken dat het presidentschap van de VS permanent balanceert op de rand van een crash. Dit bewijst hij niet door uitspraken of strategieën van Trump te bestuderen, maar met feiten. Deze informatie haalt uit hij uit gesprekken met personen die met de president gewerkt hebben. Hij gebruikt de techniek van de deep background. Dat wil zeggen dat hij directe bronnen niet vermeld, maar eerder gebruikt om er een verhaal rond te schrijven. De verkregen informatie wordt dan op zijn beurt gecheckt bij andere bronnen. Naar eigen zeggen heeft Woodward al deze gesprekken opgenomen en kunnen ze dus worden voorgelegd indien nodig. Woodward is een journalist geen opiniemaker, een feit dat hem wel eens werd verweten, maar zoals altijd is het aan de lezer om de gegeven informatie te wegen en te beoordelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in